Senior writer

Het Westen boekte enkele overwinningen tegen IS. Dat betekent niet dat de groep nu minder gevaarlijk is. Mogelijk bevestigen de schietpartijen in Parijs dat scenario.

Met het verlies van de Iraakse stad Sinbar en de vermoedelijke uitschakeling van ‘Jihadi John’ kreeg IS twee rake klappen in één dag. Al is er geen reden om te juichen. In het verleden heeft IS al bewezen dat de organisatie steden opnieuw kan veroveren. En al is de beruchte beul van IS niet langer onder de levenden, er zijn voldoende kandidaten om in zijn voetstappen te treden.

Militair kent IS een moeilijke tijd. De val van Sinbar is daar een sprekend voorbeeld van. De stad ligt op een sleutelpositie op de weg tussen Raqqa, de Syrische hoofdstad van IS, en zijn Iraakse machtsbasis Mosoel. De Koerdische troepen die de stad op IS heroverden, werden gesteund door Amerikaanse elitetroepen.

Hetzelfde scenario in Syrië, waar sinds de aanwezigheid van Russische troepen de oorlog van dynamiek lijkt te veranderen. IS krijgt het er steeds moeilijker.

Het uitschakelen van kopstukken van IS, zoals Jihadi John, is een beproefde Amerikaanse techniek. Met gerichte bombardementen probeert men de leiding van IS te ontwrichten.

De strijd tegen IS ontlokt reacties. Er was de aanslag in Libanon eerder deze week en gisteren kwam er nog een aanslag in de Iraakse hoofdstad Bagdad bij. Of IS, zoals de beweging altijd heeft opgeëist, ook achter de aanslag op het Russische vliegtuig boven de Egyptische Sinaïwoestijn zit, is nog altijd niet duidelijk. De schietpartijen die vrijdagavond in Parijs uitbraken, doen ook het ergste vermoeden.

Daar schuilt wellicht ook het grootste gevaar. Terwijl men gerust van al dan niet symbolische overwinningen op IS kan spreken, is het een open vraag wat dat betekent voor de veiligheid van het Westen.

Het is een illusie te denken dat de verhoogde waakzaamheid, in ons land en in de rest van Europa, het gevaar op nieuwe aanslagen volledig kan uitschakelen. Het onderscheppen van mensen met kwaadwillige plannen is minder eenvoudig dan dat op het eerste gezicht lijkt. Nu de militaire duimschroeven van IS in Irak en Syrië aangeschroefd worden, kunnen de aanslagen elders toenemen.

De werkelijke machtsbasis van IS is het ‘kalifaat’ dat hij opgericht heeft op de grens tussen Syrië en Irak en waar hij een terreurbewind voert. Militair mag IS dan al in het defensief zitten, hij is verre van verslagen. Om een gecoördineerd offensief tegen IS in te zetten, moet er ook een akkoord zijn over Syrië. En dat ligt ondanks alles niet binnen handbereik. IS profiteerde van de instabiliteit van het gebied om zijn machtsbasis uit te bouwen, en de instabiliteit is niet verdwenen. Daarom blijft IS een belangrijke factor.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud