Senior writer

Is dit the return of the living dead? Moeten we ons voorbereiden op economische horror veroorzaakt door de terugkeer van de doodverklaarde inflatie? Zo'n vaart loopt het nog niet.

De beeldvormingsgroep Agfa kondigde dinsdag forse prijsverhogingen aan voor enkele van haar producten. Het bedrijf verwijst naar de gestegen grondstoffenprijzen - voor onder meer zilver en aluminium -, de duurdere energie en de hogere prijzen van verpakkingsmateriaal.

Er waren de voorbije weken wel meer signalen dat zich prijsdruk vormt in de economie. Keert de inflatie, die dood was verklaard, met groot vertoon terug op het economische toneel?

De prijzenopstoot heeft voor een groot stuk met de coronapandemie te maken. Die deed vorig jaar de economie in elkaar stuiken, én de prijzen van grondstoffen - omdat de vraag ernaar kelderde. Nu de economie uit het dal kruipt, veren de prijzen op.

De coronapandemie heeft ook de internationale aanvoerketens grondig verstoord. Die worden nu weer opgestart. Dat verloopt niet altijd gesmeerd en veroorzaakt fricties in de verhouding tussen vraag en aanbod, met soms prijsspanningen tot gevolg.

De pandemie en de lockdowns schudden eveneens de gewone consumptiepatronen van de gezinnen door elkaar. De gezinnen gaven minder geld uit aan schoenen en kleding, maar meer aan computers en ander informaticamateriaal. Er was dus minder vraag naar sommige producten, meer naar andere.

Tot een onrustwekkende klim van de consumptieprijzen heeft dat nog niet geleid. De inflatie in de eurozone stond in februari op 0,9 procent, en in geen enkele grote deelcategorie waren er prijsstijgingen van meer dan 1,5 procent. Zoals kan worden verwacht in een economie die nog lang niet opnieuw op haar gewone toerental draait. Een aantal van de factoren die aan de basis liggen van de huidige prijshausses zijn van voorbijgaande aard.

Het gevaar is dat het idee van een hogere inflatie in de hoofden kruipt, dat iedereen zijn prijzen begint op te trekken en dat er een loonprijsspiraal op gang komt.

Dat neemt niet weg dat de periode van extreem lage inflatie misschien wel voorbij is. Het effect van China als goedkope fabriek van de wereld is uitgewerkt. De globalisering, die tot meer handel en lagere prijzen leidde, wordt door toenemend protectionisme tegengewerkt.  De vraag wordt bovendien wereldwijd opgekrikt door de vele miljarden die de regeringen in de economie pompen.

Er zijn ook krachten die in de omgekeerde richting werken. De digitalisering is er daar één van. De economische dreun van de coronapandemie die nog nazindert is een andere.

Tot welk resultaat die verschillende krachten leiden, is moeilijk te voorspellen.

We zijn het niet meer gewend, maar een scheut inflatie kan geen kwaad. De ECB streeft naar een inflatie van 2 procent. Die doelstelling heeft ze de voorbije jaren ondanks verwoede pogingen niet gehaald. Nu de 2 procent eindelijk enigszins in het zicht komt, zou in Frankfurt groot gejuich moeten opstijgen.

De ECB verwacht dat de inflatie in de eurozone stijgt van 0,3 procent in 2020 tot 1,5 procent dit jaar en piekt op 2 procent in december, om in 2022 te zakken tot 1,2 procent en in 2023 weer op te veren tot 1,4 procent. Er is dus geen reden tot inflatiepaniek. Al kan de ECB de bal natuurlijk ook misslaan.

Het gevaar is dat het idee van een hogere inflatie in de hoofden kruipt van bedrijfsleiders en consumenten, dat iedereen zijn prijzen begint op te trekken en dat vervolgens een loonprijsspiraal op gang komt. Zodra de inflatiegeest uit de fles is, is het erg moeilijk hem er weer in te krijgen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud