Ingrijpen nu het kan

De Nationale Bank schetste gisteren een positief beeld van de toestand van onze economie. Met een economische groei van 3 procent dit jaar is dat een voor een centrale bank evidente conclusie. Er zijn het voorbije jaar ook 44.000 jobs bijgekomen volgens de Nationale Bank. Het maakt dat de onheilstijdingen die opstegen na de herstructurering bij VW Vorst voor steeds meer mensen gecatalogeerd worden als 'creatieve destructie', de pijnlijke, maar noodzakelijke gevolgen van economische vooruitgang. Te meten aan de wachtrijen die in Vorst zijn ontstaan voor informatie over het genereuze oprotplan van de directie, lijken zelfs de werknemers van Volkswagen nu gewonnen voor die interpretatie van de feiten.

(tijd) Toch is dat geen reden tot euforie. In 2006 zweefde de Belgische economie op een wolk van economische hoogconjunctuur. Het zou pas echt dramatisch geweest zijn als zelfs zo'n topjaar geen gunstig rapport opleverde. Het mag er niet toe leiden dat we blind worden voor wat onder de deklaag schuilt. Okee, er zijn flink wat jobs bijgekomen maar wat is de economische kwaliteit ervan? Economen waarschuwen ervoor dat een al te groot deel van de jobaanwas op rekening van de overheid te schrijven valt. Een overheid die naar alle internationale normen sowieso al veel te veel in het vet steekt. Vorig jaar werden met een lagere economische groei evenveel jobs gecreëerd. En zelfs de 44.000 extra jobs volstaan niet om de werkloosheid sterk terug te dringen. Nu de overheid steeds meer ouderen aan het werk tracht te houden, moeten er immers ook meer jobs zijn om de werkloosheid te doen dalen.

België maakt te weinig werk van een groot project om onze internationale positie te versterken. Terwijl onze buurlanden de voorbije jaren volop meegenoten van de globale economische groei, is het succes van de Belgische groei veel meer te herleiden tot binnenlandse factoren. De positieve invloed van netto-export op de Belgische economische groei is klein in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland, dat zijn marktaandeel de voorbije jaren - dankzij een paar stevige ingrepen in het socio-economische model - zag groeien.

Vanuit zijn huidige 'oppositie'-rol in Vlaanderen, zendt Yves Leterme wel eerste signalen uit dat het zo niet verder kan. Voor een publiek van bedrijfsleiders liet hij gisterenochtend verstaan dat het volgende federale regeerakkoord een reeks pijnlijke en onpopulaire bijsturingen moet bevatten van het sociaal-economische model. Leterme verwees daarbij uitdrukkelijk naar wat de regering-Balkenende in Nederland heeft getracht maar waarvoor ze electoraal is afgestraft. Het valt te betwijfelen of Leterme van zo'n bijsturing echt een krachtlijn durft te maken in de verkiezingscampagne volgend jaar, maar het is zonder meer positief dat politici stilaan ook durven zeggen dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is.

Voorlopig doet de regering er alles aan om dat gunstige beeld overeind te houden, ook als het betekent dat er in alle haast voor 600 miljoen euro vastgoed moet verkocht worden om de begroting in evenwicht te houden. Een goed beleid vergt moed. Die is er vandaag niet.

Frederik Delaplace

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud