Interview met Benoît Dejemeppe: 'Gerecht holt georganiseerde misdaad achterna'

(tijd) - Benoît Dejemeppe leidde 14 jaar het Brusselse parket, het grootste parket van het land. Op 14 november legt hij de eed af als raadsheer bij het Hof van Cassatie. In die 14 jaar internationaliseerde de criminaliteit. Het Openbaar Ministerie (OM) probeerde op die trend in te pikken, maar loopt altijd iets achter, zegt Dejemeppe in een gesprek waarin hij op die 14 jaar terugblikt. Nuchter analyseert hij het onrecht dat hem werd aangedaan in de commissie-Dutroux. 'Ik zie het als een risico van het vak', zegt de afscheidnemende procureur des Konings.

Wat is de grootste verandering die het OM in die 14 jaar heeft ondergaan?

Benoît Dejemeppe: 'De meest markante verandering is de openheid van het OM. In de jaren tachtig was het als het ware een eiland. Er waren bijvoorbeeld geen vergaderzalen bij het Brusselse parket. Van management was hoegenaamd geen sprake. Overleg en contacten met politiediensten of sociale diensten waren er niet. Er was geen contact met de buitenwereld. Communicatie met de media was er nauwelijks en aandacht voor de slachtoffers evenmin. Bij mijn aantreden heb ik een eerste stap gedaan naar de slachtofferhulp en naar de vorming van magistraten. Initiatieven die later door de diverse ministers van Justitie zijn overgenomen.'

Had die grotere openheid ook gevolgen voor de prioriteiten van het Openbaar Ministerie?

Dejemeppe: 'Natuurlijk. In die periode kreeg het OM ook aandacht voor fenomenen zoals stadscriminaliteit en jeugddelinquentie. Het gerecht stelde in die periode ook vast dat criminaliteit zich niet beperkt tot Brussel of België, maar dat het een internationaal gegeven is. In 14 jaar tijd is er een explosie vast te stellen van het aantal verzoeken tot internationale gerechtelijke samenwerking.'

In die 14 jaar heeft het parket onder uw leiding ook een aantal heilige huisjes gesloopt. De PS-politici zijn aangepakt in het Uniop-dossier, grote industriëlen met Didier Pineau-Valencienne, financiële instellingen zoals Assubel, KBC, Anhyp en nu worden ook juridische en fiscale raadgevers niet langer ongemoeid gelaten.

Dejemeppe: 'Dat klopt. Dat is een evolutie van de jaren tachtig die doorgetrokken is. In die jaren was ik als onderzoeksrechter belast met de zaak-Kirschen en heb ik de zaak-Vanden Boeynants (PSC) overgenomen. Weinigen weten het nog, maar ik heb de voormalige eerste minister in mijn kantoor in 1984 in verdenking gebracht voor fiscale fraude. Daarom heb ik altijd moeten lachen dat men mij het PSC-etiket opgeplakt heeft. Deze evolutie die het gerecht doormaakte, kan niet worden losgekoppeld van de hervorming van de maatschappij waar eveneens taboes doorbroken zijn.'

Is deze evolutie niet te verklaren door de komst van een nieuwe generatie magistraten?

Dejemeppe: 'Dat speelde zeker mee. Toen ik aan het hoofd van het parket kwam, vond ik dat financiële onderzoeken niet mochten worden verwaarloosd. Aan die dossiers kleeft weliswaar geen bloed en staan niet meteen borg voor schreeuwende titels in de media, maar de schade die zij aan de maatschappij aanrichten, is soms heel groot. Het becijfert zich vaak in miljoenen of honderden miljoenen euro's. Ik vrees dat wij hier nog te weinig inspanningen gedaan hebben.'

Bent u in die dossiers de afgelopen 14 jaar onder druk gezet om onderzoeken stop te zetten of een andere richting uit te sturen?

Dejemeppe :'Neen. In het dossier Pineau-Valencienne heeft een advocaat wel voorgesteld de zaak via een transactie af te handelen, maar echte druk zou ik dat niet noemen.'

U was in 1996 mede-ondertekenaar van de 'oproep van Genève' waarin Europese magistraten een betere internationale samenwerking vroegen. Hebt u de indruk dat deze oproep iets opgeleverd heeft?

Dejemeppe: 'Wij waren verrast over de vele reacties die onze oproep, die eigenlijk als een alarmsignaal moest worden geïnterpreteerd, teweegbracht. Er was vooreerst een grote media-aandacht, maar ook de politieke wereld was niet ongevoelig voor onze verzuchtingen. Eerst en vooral bij de Europese Commissie waar een aantal projecten op stapel zijn gezet. Sinds die periode zijn er heel wat internationale conventies afgesloten die garant staan voor een efficiëntere werking van de gerechtelijke apparaten. Het Europese gerechtelijke apparaat holde de Europese eenmaking achterna.'

Sindsdien is de criminaliteit niet blijven stilstaan. Vindt u dat justitie voldoende gewapend is tegen de nieuwste vormen van criminaliteit?

Dejemeppe: 'Als je de fenomenen als terrorisme en de georganiseerde criminaliteit bekijkt, lijkt het wel dat we weer achternalopen. Het gerecht heeft nog heel wat beperkingen. Er zijn niet alleen de landsgrenzen, maar ook de grenzen van onze capaciteit. In heel Europa wordt het gerecht stiefmoederlijk behandeld in zijn strijd tegen de informaticacriminaliteit. Ook de fiscale justitie blijft een zorgenkind. De fiscale paradijzen in de Europese Unie worden nog altijd niet aangepakt. Het gaat niet alleen over de bekende paradijzen, maar ook België houdt vast aan de fiscale voordelen voor coördinatiecentra. België heeft trouwens het protocol voor fiscale samenwerking bij gerechtelijke onderzoeken pas vorig jaar goedgekeurd. Het betreft een conventie van 1959.'

Krijgt het gerecht nieuwe middelen om deze achterstand tegenover de georganiseerde criminaliteit weg te werken?

Dejemeppe: 'Geleidelijk aan worden ons wel nieuwe instrumenten aangereikt zoals het Europese aanhoudingsbevel. Maar de Europese justitie heeft nog meer nodig. In de toekomst komt er een Europees parket dat de belangen van de Europese Unie moet verdedigen. Bovendien blijkt dat de georganiseerde criminaliteit zich meestal niet beperkt tot de EU. De landen van het voormalige Oostblok maken geen deel uit van de internationale conventies. Dit zorgt voor problemen bij de samenwerkingsverbanden. Ook de uitbreiding van de EU zal nieuwe problemen stellen.'

Het Europese aanhoudingsbevel kwam in een stroomversnelling na de aanslagen van 11 september 2001. Zijn catastrofes nodig om hervormingen te bewerkstelligen?

Dejemeppe: 'Je kan enkel vaststellen dat na grote evenementen hervormingsprojecten die in een schuif liggen in sneltreinvaart gerealiseerd worden. Dat was met de zaak-Dutroux niet anders. Er stond al jaren een hervorming van het strafprocesrecht op stapel. Met de commissie-Franchimont hadden wij jaren voorbereidend werk geleverd. De minister van Justitie kreeg twee rapporten. Eén in 1994 en één in 1995. Die rapporten zouden wellicht in een schuif zijn blijven liggen als de zaak-Dutroux niet was losgebarsten in augustus 1996.'

Welke erfenis laat u achter voor uw opvolger?

Dejemeppe: 'Mijn opvolger wacht geen makkelijke taak. Sinds 1995 kampt het Brusselse parket met een chronisch gebrek aan manschappen. De tweetaligheidseisen maken dat een derde van het kader niet opgevuld geraakt. Dit gebrek aan capaciteit is een bedreiging voor de werking van de firma parket van Brussel. Deze firma is 365 dagen op 365 en 24 uur op 24 open. Maar je kan de rechtszoekenden niet als klanten behandelen. Het zijn burgers die vragen dat hun individuele rechten gevrijwaard worden. Zij komen niets kopen. Daarom kan je de traditionele managementtechnieken niet zomaar toepassen op het bedrijf Justitie. Daarnaast worden diverse bijhuizen geopend zoals het Comité P, het Comité I, het federale parket. Bij al deze diensten worden mensen benoemd die van het Brusselse parket komen. Er kunnen niet eindeloos bijhuizen worden geopend.'

Het aantal manschappen is ontoereikend, maar tegelijkertijd zoeken meer en meer burgers hun recht bij justitie?

Dejemeppe: 'We leven in een liberale maatschappij waar de notie van het individuele recht steeds meer op het voorplan komt. Dit leidt tot steeds meer klachten en gerechtszaken. En daarbij komt dat de wetgeving steeds complexer en omvangrijker wordt. Bij iedere verkiezing stappen politici naar de burger met de slogan dat zij de wetgeving minder ingewikkeld zullen maken. Maar niets is minder waar. Op het terrein stellen wij vast dat justitie al gecommunautariseerd is. Kijk naar de Vlarem-wetgevingen of de jeugdbescherming. In Brussel moeten de rechters naargelang de verdachten het Waalse of Vlaamse decreet toepassen. Als je een minderjarige moet plaatsen, dan moet je weten volgens welk decreet en daarnaast heb je nog een federale wet die het centrum van Everberg in het leven roept.'

Houdt de wetgever voldoende rekening met opmerkingen van magistraten die klagen over de te complexe wetten en het gebrek aan vorming en middelen om deze nieuwe wetteksten naar behoren toe te passen?

Dejemeppe: 'Ik heb in mijn carrière veel contacten met het parlement gehad. Ik vind dat parlementsleden zeer aandachtig luisteren naar wat wij zeggen, maar veel invloed heeft het niet. Het snelrecht is daar een voorbeeld van. Tijdens de voorbereidende werken had de magistratuur gewaarschuwd voor de gevaren. Maar de wet is gestemd. Wij hebben richtlijnen uitgeschreven om de wet te doen toepassen. Daar is veel energie ingestoken. Wij hebben de wet toegepast tot iemand de wet bij het Arbitragehof aankaartte. Het Arbitragehof veegde het snelrecht van tafel.'

U raakte in heel België bekend nadat de commissie-Dutroux de mislukking van het dossier-Benaïssa bij u had gelegd. U werd verantwoordelijk geacht voor het niet terugvinden van Loubna Benaïssa en haar moordenaar. Een tuchtdossier werd aangelegd, maar jaren later bleek dat u niets kon worden verweten. Hoe hebt u die periode beleefd?

Dejemeppe: 'Ik dacht eerst niet dat Brussel in de schijnwerpers zou worden geplaatst. Het dossier was een zaak van Neufchâteau. Maar de emoties overwonnen alle instellingen. Toen de zaak-Benaïssa op de proppen kwam, werd mij duidelijk dat er verantwoordelijken moesten gevonden worden. En deze keer zouden het niet de kleine garnalen zijn. De politiemensen die een huiszoeking bij de dader deden en niets vonden, bleven buiten schot. Maar magistraten kunnen toch elke huiszoeking niet zelf uitvoeren, wij moeten vertrouwen in het werk van de politiediensten.'

Dejemeppe: 'Ik kan daarover niet oordelen, maar ik stel wel vast dat er vonnissen werden uitgesproken, zonder dat een volledig onderzoek naar de werking van de parketten gebeurde. Publiekelijk waren wij veroordeeld. Zes jaar na datum spreekt iedereen nog van het dossier-Dejemeppe, terwijl ik vrijuit ga. Ik dacht niet dat zoiets kon in onze democratie, maar blijkbaar laaiden de emoties toen te hoog op. Wel merk ik op dat de onderzoekscommissies die na de commissie-Dutroux in het leven werden geroepen veel voorzichtiger omspringen met de rechten van de verdediging of met het aanwijzen van verantwoordelijken'.

Dejemeppe: 'Privé was het geen gemakkelijke periode en ook nu blijft erover praten moeilijk. Ik moest ervoor zorgen dat het parket bleef functioneren. Ik kreeg veel steun van collega's, ook vanuit Vlaanderen. Blijkbaar keek men op naar een magistraat die het hoofd bleef bieden aan de politici. Daarom heb ik niet willen ingaan op een 'eerbaar voorstel' om een stap opzij te doen. Een eerbaar voorstel werd trouwens niet gevonden omdat de druk te groot was. Men vroeg mij mijn verantwoordelijkheid te nemen, maar verantwoordelijkheid nemen is toch geen synoniem voor weglopen. Dan zijn er tuchtonderzoeken gestart met het buiten vervolging stellen van het parket-generaal. Nadien is mijn dossier behandeld door de ministers De Clerck, Van Rompuy, Daems en uiteindelijk was het Luc van den Bossche die mij na vier jaar definitief vrijsprak. De hele situatie heeft mij sterker gemaakt. Achteraf bekeken, beschouw ik het als een risico van het beroep.'

Stephan VERHEYDEN

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud