Interview met Franz-Herman Brüner (Europese antifraudedienst OLAF): 'Europese fraudebestrijding nieuwe stijl'

(tijd) - Franz-Hermann Brüner staat al drie jaar aan het hoofd van de Europese antifraudedienst, OLAF. De trage administratieve aanpak maakte in die jaren plaats voor een gerichte, modernere samenwerking met het lokale gerecht en Europese en internationale instanties. Een gesprek over Europese fraudebestrijding nieuwe stijl, vier jaar na de schandalen rond Edith Cresson en de toenmalige Commissie-Santer.

OLAF valt administratief onder de Europese Commissie. Biedt dat voldoende onafhankelijkheid voor de antifraudedienst?

Franz-Herman Brüner: 'Ik heb geen probleem met die institutionele outfit. Het beperkt voor ons de administratieve beslommeringen. Het is van cruciaal belang dat we totaal onafhankelijk zijn in ons onderzoek. En die onafhankelijkheid is totnogtoe volledig gerespecteerd. Er is nooit een poging tot interventie geweest bij een of ander onderzoek.'

Brüner: 'Ik ben hier nu drie jaar en we hebben in die tijd veel gedaan om onze werkomstandigheden en aanpak van zaken te verbeteren. En om onze samenwerking op te krikken met Europese instellingen bevoegd voor het toepassen van de wet, inclusief het gerecht.'

'We blijven nog wel zitten met een aantal hangende oude zaken van onze voorloper Uclaf, de antifraude-eenheid in de EU-Commissie. Oude zaken met veel procedurekwesties die lang aanslepen. Ik heb een Belgisch magistraat aangeduid voor het behartigen van die oude zaken. Hij heeft de handen vol met het grote aantal historische zaken die moeten worden afgesloten.'

Hoe ziet u dan het verschil in aanpak tussen de oude en nieuwe zaken voor OLAF ?

Brüner: 'Die oude zaken werden aangepakt op een nogal administratieve manier. Als speurder ben je gericht bezig: Wat is er gebeurd en wat liep mis. Je moet weten waar je naartoe wil en daarop focussen. We hebben intussen geleerd dat we veel sneller de gerechtelijke autoriteiten bij ons onderzoek moeten betrekken en de zaak aan het rollen te brengen.'

De Europese Commissie heeft de opname voorgesteld in de Europese grondwet, die in de EU-Conventie wordt uitgeschreven, van een Europese procureur. Hoe staat u er tegenover?

Brüner: 'Met gemengde gevoelens eigenlijk. Ik ben blij dat we dit onderwerp onder de aandacht van de Conventie konden brengen en dat hierover nu een discussie plaatsvindt. Maar tegelijk is duidelijk dat het niet zo'n vaart zal lopen.

Europa krijgt er almaar meer nieuwe instellingen bij. En als we vragen van nationale instanties om met ons samen te werken, hebben ze een gigantisch telefoonboek nodig. Er moet duidelijk zijn wie waarvoor verantwoordelijk is in Europa.'

'Al die instellingen, ook de Europese procureur, moeten ten dienste staan van de lidstaten. Ik zie de taak van een Europees parket in het verlengde van de creatie van de federaal procureur in België.'

Er wordt gezegd dat van alle zaken die OLAF aanpakt, maar een op de drie of de vier echt tot een rechtszaak komt.

Brüner: 'Laat mij die vraag anders stellen. De oude Uclaf-structuur was niet geïnteresseerd in de uitkomst van een onderzoek. Wij, in de nieuwe structuur, willen samenwerken met nationale instanties en we hebben ook een duidelijk beeld van wat met onze zaken gebeurt. Wij willen binnen een kort tijdsbestek de feiten voorleggen en samenwerken met plaatselijke autoriteiten om de zaken te laten bewegen. Zo hebben we onlangs op twee maanden tijd in Duitsland mensen kunnen laten arresteren'.

Krijgen de zaken die u aanbrengt voldoende aandacht bij de nationale gerechtelijke autoriteiten?

Brüner: 'Soms gaat het om een duidelijke zaak die nationaal afgebakend is, bijvoorbeeld zichtbare fraude. Dat is makkelijk. Het probleem met de meeste Europese zaken is dat het om omvangrijke dossiers gaat waar vier, vijf lidstaten bij betrokken zijn. Vaak zijn de bevoegdheden niet duidelijk en je krijgt dan een patchwork van informatie. Enkel als je al die puzzelstukjes samenlegt, krijg je een duidelijk beeld. Dat alleen al duurt langer. Vooral voor die zaken kan een Europees procureur goed van pas komen.'

Hebt u problemen om met het Belgische gerecht iets in gang te trekken?

Brüner: 'OLAF heeft een uitstekende samenwerking met het Belgische gerecht en de Belgische speurders. Zoals je wel kan veronderstellen, eindigen de meeste van onze zaken voor het Belgische gerecht. We beseffen dat we het Belgische gerecht een bijkomende last opleggen. Je hoort dus van mij geen klachten over de samenwerking met dit land.'

Om specialisten aan te trekken, moet u werken met tijdelijke contracten. Is dat geen handicap?

Brüner: 'Tijdelijk betekent bij ons drie tot zes jaar of zelfs langer. Dat geldt ook voor de politiemensen die voor OLAF werken. Het personeelsverloop is hier dus erg groot. We moeten er wel aan werken om de situatie te verbeteren. Om te zorgen dat dezelfde mensen een zaak kunnen afwerken. 90 procent van het personeel is nieuw. Enkel in de landbouwsector en douane zijn er mensen die daar zitten van voor 1999. De snelle wisseling is natuurlijk een probleem. Maar dat vergt een politieke oplossing. Bovendien vind ik dat onze experts ook terug moeten kunnen naar de lidstaten. Ze kunnen daar ook helpen om die Europese toets daar over te brengen.'

Hoe bereidt OLAF zich voor op de uitbreiding van de Unie. Precies de administratieve en gerechtelijke voorbereiding van de kandidaten laat blijkbaar te wensen over?

Brüner: 'We moeten oplossingen en antwoorden vinden op wat in de toekomst, na de uitbreiding, nodig zal zijn. We steken in die voorbereiding behoorlijk wat tijd en energie. We zijn nu zo ongeveer klaar met de antifraudecoördinatiestructuren. Een netwerk van contactpersonen in de nieuwe en kandidaat-lidstaten, die gewend zijn om met ons te werken en ons de nodige informatie doorspelen. Die contactpersonen vervullen in eigen land ook een coördinerende functie. Ook voor ons is het een leerproces. Maar wachten tot na de toetreding, zou nog meer problemen geven.'

Zal het aantal fraudezaken met de uitbreiding toenemen?

Brüner: 'Je mag redelijkerwijs aannemen dat het aantal gevallen zal toenemen. Als je rekening houdt met het bedrag aan geld dat naar die nieuwe lidstaten gaat. We merken ook wel dat er in die landen nog veel te doen is. Het is een totaal nieuwe wereld voor het gerecht. Economische misdaad was in de voormalige communistische landen onbestaande. Wie meer geld had dan de rest was partijlid of iets dergelijks. Vervolging was iets voor de geheime politie. Maar niet voor de gerechtelijke instanties zoals wij ze kennen.'

Met welk soort gevallen krijgen jullie nu het meest te maken?

Brüner: 'Ik weet wel dat jullie altijd een soort hitlijst willen. Maar het hangt af van het bedrag aan fraude, aan waar het geld naartoe gaat (structuurfondsen of landbouw), of het om normale landbouwsubsidies gaat of om speciale maatregelen. In een land waar veel EU-geld naartoe gaat, is de fraudegevoeligheid natuurlijk hoger.'

Welke problemen treft OLAF voornamelijk in België aan?

Brüner: 'Er is de sigarettensmokkel via de havens. Maar daarvoor werken we op dagelijks samen met de plaatselijke autoriteiten, zonder problemen. Net zoals in alle havens zijn er ook andere smokkelproblemen.'

Zijn er nog gevallen, zoals dat van Edith Cresson waarbij leden van de Europese Commissie of hoge EU-koppen bij betrokken zijn? Er was bijvoorbeeld een onderzoek naar de top van het Europese bureau voor statistiek, Eurostat ?

Brunner: 'Ik kan maar over een zaak spreken eens ze afgesloten is. De zaken waar u over spreekt, dateren van voor 1999. De Eurostat-zaak is in handen van het Luxemburgse gerecht.'

'We hebben geen onderzoek lopen waarin commissieleden betrokken zijn. Maar overal waar geld vloeit, zijn problemen van wanbeheer, zelfs fraude. Ik merk wel beetje bij beetje een verandering van cultuur. Het gaat de goede richting uit. De controle verbetert.'

Enkele weken geleden kwam aan het licht dat het gebouw van de EU-Raad al jaren beluisterd werd met gespecialiseerde spionageapparatuur. Hebben de muren bij OLAF ook oren?

Brüner: 'Om eerlijk te zijn, kan dat best. Maar ik denk niet dat wij zo belangrijk zijn om van nabij de gaten gehouden te worden. Echt verbaasd was ik niet over het nieuws. Dat is nu eenmaal een realiteit. In mijn tijd in Bosnië bekeek iedereen mijn e-mails. Sommige medewerkers raken al in paniek als ik het raam openzet. Maar ik wil niet een bunker in om met u te kunnen praten.'

In 1999 trok het Europees Parlement, na aanwijzingen van klokkenluider Van Buitenen het fraudeonderzoek op gang. Hoe zijn de relaties tussen OLAF en het parlement?

Brüner: 'Het verhaal van Van Buitenen is intussen afgesloten bij OLAF. We hebben het doorverwezen naar het gerecht, en er zijn disciplinaire maatregelen getroffen. Marta Andreasen, de chef van de boekhouding van de EU-Commissie en de laatste nieuwe klokkenluidster, heeft nooit contact gezocht met OLAF. Nochtans had ik haar expliciet gevraagd naar de bewijzen die zij claimde te hebben over wanbeheer en slechte boekhouding. Het Europees Parlement vraagt regelmatig hoe het zit met het onderzoek naar oude zaken. Ik begrijp de frustratie. Maar een onderzoek loopt nu eenmaal niet parallel met de duurtijd van een parlementair mandaat.'

Stephan Verheyden

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud