Interview met minister van Economie, Marc Verwilghen, over de telecomsector

(tijd) - De federale minister van Economie, Marc Verwilghen (VLD), die ook bevoegd is voor telecommunicatie, staat niet afkerig tegenover het openen van het netwerk van Telenet voor concurrenten. Dat laat hij verstaan in een interview met De Tijd. Over het openbreken van het nieuwe Belgacom-net is hij voorzichtiger. Verwilghen zegt ook dat de langverwachte, nieuwe telecomwet er voor de zomer van 2005 zal zijn.

Een heet hangijzer in de sector is de langverwachte omzetting van de nieuwe en belangrijke Europese telecomrichtlijnen in Belgische wetgeving. Dat had al in juli 2003 moeten gebeurd zijn. De regering keurde het Belgische wetsontwerp in juni van dit jaar goed. Hoever staat het ermee?

Marc Verwilghen: 'Vorige maand werd het wetsontwerp ingediend in de kamercommissie Infrastructuur. De indiening is maar gedeeltelijk: ik heb mijn toelichting al gegeven, maar die van mijn collega Freya Van Den Bossche liep door ziekte vertraging op. Zij is mee bevoegd voor Telecommunicatie. Normaal wordt het werk volgende week voortgezet. Ik heb van de voorzitter van de commissie verkregen dat we non-stop kunnen werken, zonder dat er andere ontwerpen of voorstellen tussenkomen. De behandeling zal, neem ik aan, toch een maand of twee duren. Het is een erg volumineus ontwerp. Het hangt ook een beetje af van de reactie van de parlementsleden. Ik verheel u niet dat ik daarop zit te wachten. Ik weet niet of er veel oppositie of meningsverschillen zullen zijn. In de regering was er alleszins een ondubbelzinnig akkoord. 2005 moet hoe dan ook het eindpunt zijn van de wet.'

'De omzetting is zeer belangrijk voor de verwezenlijking van de mission statement van mijn departement voor telecommunicatie. Het is absoluut noodzakelijk dat er een nieuw wettelijk kader met veel juridische zekerheid komt voor een markt die toch een markt van de toekomst is en waardoor investeringen mogelijk worden gemaakt.'

Hebt u een streefdatum voor ogen tegen wanneer de omzetting een feit moet zijn? Is het bijvoorbeeld haalbaar de wet in het Staatsblad te krijgen voor de zomer van volgend jaar?

Verwilghen: 'Ik heb geen streefdatum. De omzetting moet zo snel mogelijk gebeuren, want we hebben al vertraging opgelopen en er was een ingebrekestelling door de Europese Commissie. Maar normaal zouden we inderdaad voor het zomerreces van 2005 een nieuwe telecomwet moeten hebben. Ik denk niet dat de Senaat het wetsontwerp zal opvorderen. Er zijn wel nog een aantal uitvoeringsbesluiten te nemen maar die hebben we al voorbereid, in samenspraak met het BIPT (de Belgische telecomwaakhond, red). Mogelijk moeten ze worden aangepast als de richting die de wet uitgaat ook voor een stukje zou veranderen tijdens de behandeling in het parlement. De uitvoeringsbesluiten gaan hoofdzakelijk over de bevoegdheden van het BIPT en over de wijziging van het vergunningenstelsel voor telecomoperatoren.'

De nieuwe wetgeving slaat ook op netwerken die gebruikt worden voor de omroepen, waarvoor de gemeenschappen bevoegd zijn. Er is dus een samenwerkingsakkoord met de federale regering nodig. In zijn arrest van juli zegt het Arbitragehof dat er voor eind 2005 zo'n akkoord moet zijn. Is dat haalbaar?

Verwilghen: 'Ik denk van wel. Naar aanleiding van de uitspraak van het Arbitragehof hebben we contact opgenomen met de gemeenschappen. De technische werkgroep is opgestart en de onderhandelingen met de gemeenschappen zijn aan de gang. De nieuwe telecomwet is er natuurlijk nog niet, maar dat mag ons niet beletten intussen voort te praten. Men kent ongeveer de richting waarin het moet evolueren.'

Vreest u niet dat die gesprekken gaan verzanden in communautaire geschillen en dat men gaat aansturen op een regionalisering van telecommunicatie?

Verwilghen: 'Ze zouden verzand kunnen zijn indien we te doen hadden met mensen die een totaal andere interpretatie geven aan de omzetting van de richtlijnen. Dat is niet het geval met mijn collega Geert Bourgeois (de Vlaamse N-VA-minister van Media, red.). Hij heeft gevraagd me te ontmoeten over de kwestie. Ik ken zijn manier van denken over veel zaken en zie niet meteen een probleem opduiken. Ik denk ook niet dat het een hot item wordt bij de gesprekken in het Forum voor de staatshervorming. De regionalisering van de materie is nu niet aan de orde.'

Een andere kwestie uit de nieuwe wet is de universele dienstverlening die Belgacom levert. Nu gebeurt dat bijvoorbeeld in de vorm van telefooncellen en sociale tarieven. Belgacom wil dat de andere operatoren meebetalen, via een fonds. Uw voorganger op Telecommunicatie, Fientje Moerman (VLD), had gezegd dat dat fonds niet meer wordt geactiveerd onder de huidige wet en onder de nieuwe eventueel pas in 2006. Volgt u dat standpunt?

Verwilghen: 'Er komt inderdaad geen activering onder de huidige wet. Mijn politiek ligt in de lijn van die van mijn voorgangers, Fientje Moerman en Rik Daems. Ik ben dus ook gewonnen voor de wijzigingen aan de universele dienstverlening die onder Moerman in het ontwerp van nieuwe telecomwet zijn ingeschreven, zoals de afbouw van het aantal telefooncellen en het feit dat ook andere operatoren sociale tarieven gaan aanbieden. Het ontwerp voorziet in de activatie van het fonds, maar eerst moet het BIPT onderzoeken of dat wel nodig is, of er voor Belgacom met andere woorden na de wijzigingen nog voldoende onkosten aan verbonden zijn. Ik ben er niet erg van overtuigd dat het nodig zal zijn.'

Moerman had in haar beleidsnota precieze doelstellingen geformuleerd voor breedbandinternet in België: tegen 2006 2,5 miljoen gezinnen en 500.000 kleine ondernemingen op breedband. In uw nota worden die cijfers niet herhaald.

Verwilghen: 'Ik hanteer de doelstelling om met België koploper te blijven voor breedband, maar ik heb geen streefcijfers willen opnemen in mijn beleidsnota waarop ik dan later kan worden afgerekend.'

België is qua breedbandpenetratie voorbijgestreefd door een aantal Europese landen. Wat kan er gebeuren om de penetratie bij ons omhoog te krijgen? Men zegt vaak dat het probleem in België de pc-penetratie is. Denkt u aan fiscale stimuli om de pc-verkoop aan te zwengelen?

Verwilghen: 'Ik ben er vrij gerust op dat de Belgische breedbandmarkt nog zal vooruitgaan. Maar de echte groei zal toch voornamelijk moeten komen van de innovatie van de technologie, zoals interactieve digitale tv, waarvoor ik een zeer gezonde concurrentie zie ontstaan tussen Belgacom, Telenet en andere spelers. Mijn stelling is dat de computer zijn intrede heeft gedaan in het modale gezin in België. Misschien nog niet voldoende, maar door de computerlessen in de scholen zullen meer gezinnen zich een pc aanschaffen. Daar geloof ik meer in dan in een fiscale stimulans voor een toestel waarvan we bijna dagelijks vaststellen dat de prijs zakt. Mocht toch blijken dat we onze koploperspositie verliezen omdat er op dat vlak een probleem is, dan zullen we maatregelen voorstellen.'

Deze week nam Scarlet Tiscali België over, waardoor de concurrentie onder de grote internetaanbieders afneemt. Moet er niet meer concurrentie komen op die markt, bijvoorbeeld door het netwerk van Telenet open te breken voor andere spelers?

Verwilghen: 'Er gaat meer concurrentie komen omdat kandidaat-operatoren als gevolg van de nieuwe wet niet langer een ik weet niet hoe ingewikkeld dossier moeten indienen om een vergunning te krijgen. Het is mijn bedoeling met de nieuwe wet een maximaal aantal spelers aan te trekken. De wet werkt dat in de hand. Dat legt ook voor een stuk uit waarom Belgacom en Telenet zo sterk bezig zijn met interactieve televisie. Ze proberen een voorsprong op te bouwen voor er andere spelers komen, maar die zullen ze niet kunnen uitsluiten. Het is niet uitgesloten dat de regulator er op een bepaald ogenblik, als er niet voldoende concurrentie blijkt te zijn, voor zal kiezen het netwerk van Telenet open te stellen. Ik ben alleszins voorstander van een maximaal aantal spelers op de markt. Hoe meer ik er kan, krijgen hoe beter. Maar ik wil ook wel rekening houden met het feit dat Telenet zwaar geïnvesteerd heeft.'

Bij Belgacom, dat een nieuw netwerk voor breedbanddiensten aan het bouwen is, dringt zich dezelfde vraag op. Niet weinig operatoren willen dat dat net wordt opengesteld voor de concurrentie. Hoe staat u tegenover die vraag? Het BIPT nam daarover veeleer een afwachtende houding aan.

Verwilghen: 'Het nieuwe netwerk van Belgacom is een bewijs dat de concurrentie werkt. Belgacom werd gedwongen om in nieuwe technologieën een mogelijkheid te gaan zoeken om zijn leiderspositie te kunnen behouden. Als de liberalisering van de markt niet werkt, zouden ze niet in beweging gekomen zijn. Het standpunt dat het BIPT over het nieuwe net innam, is een salomonsoordeel, maar het is nog geen definitief standpunt. Wellicht komt er in de komende maanden uitsluitsel over de vraag of het netwerk al dan niet moet worden opengesteld. Het BIPT wil wachten op de nieuwe wet. Ik denk ook dat het goed zou zijn de oefening pas echt te doen op het moment dat het wettelijk kader af is. Zelf wil ik geen standpunt innemen voor ik zie waarop het BIPT zijn finaal besluit baseert.'

Nog een heikel dossier is dat van de interconnectietarieven. Er waren eenzijdige verhogingen en ze maken de gesprekken van vast naar mobiel duur. Wat moet daaraan gebeuren?

Verwilghen: 'Mijn voorganger had gekozen voor reciprociteit in de interconnectietarieven. Ik weet niet of je het zo sterk moet bekijken. Op die manier krijg je vaak benadeling van de kleine tegenover de grote spelers. Ik probeer te evolueren naar een zeker spanningsveld voor de interconnectietarieven maar dat spanningsveld moet redelijk blijven. Ik heb het BIPT gevraagd tot aanvaardbare evenwichten te komen. Ik heb het gevoel dat zij op dezelfde golflengte zitten.'

Een aanslepende kwestie is de versterking van het personeelsbestand van het BIPT. Hoe zit het daarmee?

Verwilghen: 'Die versterking moet absoluut gebeuren. We zijn daarover in gesprek met het BIPT en Begroting. De mate waarin het kader uitgebreid wordt, hangt ook af van de rol die het parlement in de nieuwe telecomwet toekent aan de regulator. Ik ga me niet uitspreken over een cijfer. Het BIPT zelf vraagt een 50-tal mensen extra. Ik weet niet of dat exact is. Ik heb het BIPT een dossier in beton gevraagd, anders raakt het niet door Begroting.' Bert BROENS

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud