Als we de vele talenten van mensen en bedrijven mobiliseren, kunnen we ons door deze crisis knokken.

Dit is niet zomaar een griepje, ook niet voor de economie. Het coronavirus dreigt de grootste economische ravage aan te richten sinds de Tweede Wereldoorlog. Heel wat bedrijven zien zich genoodzaakt hun activiteiten stil te leggen en niemand weet wanneer we ontwaken uit deze nachtmerrie.

Regeringen en centrale banken zetten ongeziene middelen in om een ineenstorting van het economisch systeem te voorkomen. Hun steun is welgekomen voor de werknemers die werkloos thuiszitten, voor zelfstandigen die hun zaak hebben moeten sluiten en ondernemingen die hun omzet zien wegvallen.

In zulke beangstigende tijden komt soms het slechte in de mens naar boven. Afgunst, omdat bijvoorbeeld de ene werknemer moet blijven werken terwijl de andere thuis mag blijven. Egoïsme. De onhebbelijkheid om de lasten naar anderen af schuiven. De onwil om ook maar enige solidariteit op te brengen.

Maar er zijn ook voorbeelden van bedrijven en mensen die zich dubbelplooien, die aan het werk blijven in moeilijke omstandig­heden en die niet op een extra inspanning kijken. In de gezondheidssector, in de kinderopvang, in de woon-zorgcentra, in de supermarkten, in de logistieke activiteiten, om fabrieken draaiende te houden en op veel andere plekken. Er zijn mensen en bedrijven die zich in een schuiloord verschansen, terwijl andere op de barricaden klimmen.

De overheid kan niet alles oplossen. Iedereen kan, binnen zijn mogelijkheden, ook een inspanning doen.

De banken in ons land doen een serieuze inspanning om ­bedrijven te helpen die in betalingsproblemen komen. Sommige ondernemingen schakelen over op de productie van cruciaal medisch materiaal: mondmaskers, ontsmettende handgel, ademhalingstoestellen. Databedrijven melden zich om de verspreiding van het virus in kaart te brengen. In labo’s wordt naarstig gezocht naar een vaccin. Vaklui springen in de bres om gesloten ziekenhuizen weer operationeel te maken. Dat zijn maar enkele inspirerende voorbeelden.

Kennedy

‘Vraag niet wat uw land voor u kan doen, vraag wat u voor uw land kunt doen’, hield de Amerikaanse president John Kennedy zijn landgenoten voor in zijn inaugurale rede in 1961. Die oproep mag vandaag ook worden gedaan. De overheid kan niet alles oplossen, ieder kan binnen zijn mogelijkheden eveneens een inspanning leveren.

‘Ja, wij kunnen’, moet het antwoord zijn op deze crisis. Niet iedereen is dokter, verpleger, viroloog, epidemioloog of biochemicus. Maar ook in de tweede lijn moet een strijd worden gevoerd. Ook in de economie, want daar staat eveneens veel op het spel. Het kan toch niet dat de tuinbouwers geen helpende handen vinden om te oogsten terwijl bijna 1 miljoen Belgen tijdelijk werkloos thuiszitten.

Een mens kan heel wat. Als hij maar wil. Als hij bereid is uit zijn comfortzone te treden. Hij is creatief en inventief. Er is in de bedrijven veel knowhow. Als we alle talenten mobiliseren, kunnen we ons door deze crisis knokken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud