Jacques Chirac verslijt zijn politieke erfgenamen snel

(tijd) - François Fillon ligt onder vuur. De Franse minister van Onderwijs dreigt te bezwijken onder de woede die zijn hervormingsplannen voor het middelbaar onderwijs losmaakten onder docenten en leerlingen. Daarmee lijkt alweer een talentvolle neogaullist te sneuvelen en raakt Chiracs kweekvijver met ambitieuze talenten uitgeput.

Jacques Chirac lijkt geen gelukkige hand te hebben in het toewijzen van ministerposten aan zijn protégés. Het ene aanstormende talent na het andere moet het veld ruimen. Bijna zonder uitzondering raken ze behoorlijk in moeilijkheden, waardoor van hun voorheen onbesproken gedrag niet veel meer over is.

François Fillon is daar het meest recente voorbeeld van. De minister van Onderwijs straalt vanonder zijn donkere wenkbrauwen een krachtdadige energie uit waar de verouderende UMP zoveel behoefte aan heeft. Chirac heeft in de meer dan dertig jaar dat hij de neogaullistische beweging leidt veel mensen aan zich verplicht, maar dat zijn bijna zonder uitzondering zestigers of zeventigers. Fillon, die twee weken gelden zijn 51ste verjaardag vierde, geldt in dat gezelschap als een jongeling. Nadat hij met flair de pensioenhervormingen door het parlement had geloodst, vond Chirac het een jaar geleden hoog tijd voor een volgende stap voor de voormalige regiobestuurder van het Pays de la Loire. Als empathische minister zou Fillon moeten slagen waar zijn starre voorganger Luc Ferry gefaald had: bezuinigingen zonder de sterke onderwijsvakbonden tegen zich in het harnas te jagen. Als Fillon op Onderwijs zou slagen, stond niets meer een premierschap in de weg, zo luidde het in presidentiële kringen. Het liep echter anders. Niet alleen de vakbonden zijn des duivels, ook de wetenschappelijk onderzoekers, leerlingen en studenten gaan de straat op uit protest tegen het beleid van Fillon. De minister wil van geen wijken weten, maar er wordt steeds openlijker gezinspeeld op zijn vertrek. De kans dat hij ooit Jean-Pierre Raffarin als premier opvolgt, is daarmee verkeken.

Iets soortgelijks gaat op voor Jean-Louis Borloo. De guitige 'magicien de Valenciennes' werd een jaar geleden met veel bombarie uit Noord-Frankrijk naar Parijs gehaald om als superminister van Sociale Cohesie de Franse samenleving weer wat meer betrokken maken. Borloo had een indrukwekkende staat van dienst als burgmeester van Valenciennes. Onder zijn energieke leiding ontdeed de stad zich van haar troosteloze imago dat het gevolg was van de fabriekssluitingen die in de jaren zeventig en tachtig tot werkloosheidscijfers van 25 procent hadden geleid. Onder Borloo daalde de werkloosheid tot iets boven het landelijk gemiddelde en werd de leegloop van de stad gestuit. Wat Borloo in Valenciennes voor elkaar kreeg, moest hij voor Chirac doen met heel Frankrijk. Vooralsnog is daar weinig van te merken. Borloo lijkt verdwenen in de ambtenarij. Hij is alleen af en toe zichtbaar als hij nieuwe deltaplannen voor de Franse samenleving lanceert waarop vervolgens een doodse stilte volgt. De stap van de regionale naar de landelijke politiek lijkt voor deze politieke doener te groot te zijn geweest.

Dat de jonge vijftigers Fillon en Borloo niet aan de verwachtingen van Chirac voldoen, is klein bier in vergelijking met de aderlating die het ontslag van minister van Economische Zaken en Financiën Hervé Gaymard eind februari was.

Chirac had hoge verwachtingen van de intelligente Gaymard, die in de ogen van de president de toekomst van de neogaullistische UMP belichaamde. Gaymard was als zoon van een schoenmaker in de Savoie opgeklommen tot de hoogste echelons in Frankrijk. Zijn 'eenvoudige' afkomst, grote kinderschare (acht nakomelingen), dogmatisch katholicisme en trouw aan de basiswaarden van het Gaullisme overtuigden Chirac meteen. Als minister van Landbouw wist Gaymard de rust bij de argwanende boerenbonden te behouden. Als minister van Economische Zaken en Financiën moest hij de door Chirac gewantrouwde Nicolas Sarkozy doen vergeten. Tegelijkertijd werd ook Gaymard genoemd als toekomstig premier. Drie maanden na zijn aanstelling was Gaymard echter alweer vertrokken. Een schandaal over zijn huisvesting kostte hem zijn baan en heeft hem politiek de komende jaren uitgeschakeld.

Dat alles maakt de spoeling van jonge ervaren UMP'ers rondom de president dun. Alain Juppé gold jarenlang als de officiële kroonprins van Chirac. Een veroordeling vanwege illegale partijfinanciering knakte Juppé's presidentiële ambities echter definitief.

Door al die gefnuikte carrières groeit de onzekerheid in de UMP over het 'après-Chirac'. De ambtstermijn van de president verloopt over twee jaar en een nieuwe kroonprins heeft Chirac nog niet. Als zich niet snel een nieuw neogaullistisch talent aandient, zal Chirac nog meer geneigd zijn om zich verkiesbaar te stellen voor een derde termijn als president van Frankrijk.

Bas KURSTJENS

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud