Senior writer

Vzw’s in de welzijnssector zijn een belangrijke bron van werkgelegenheid. Maar op gesubsidieerde jobs alleen kan de economie niet draaien.

Alle beetjes helpen. De Vlaamse regering trekt op korte termijn geld uit voor 500 extra jobs in de jeugd- en gehandicaptenzorg, beloofde minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) gisteren naar aanleiding van protestacties van het personeel van de opvoedingsinstellingen. De minister wees er ook op dat er in deze regeringsperiode al 10.000 jobs in de Vlaamse zorgsector zijn bijgekomen. Daarmee probeert Vandeurzen de kritiek te counteren dat hij te weinig doet om tegemoet te komen aan de noden van de sector.

Sommigen gewagen zelfs van een crisis in de Vlaamse zorg. Sp.a-voorzitter John Crombez riep op de 1 meimanifestatie de Vlaamse regering op haar begrotingsoverschot van 200 miljoen euro te gebruiken om de dringende noden in de zorg aan te pakken. Het budget dat de Vlaamse regering voor welzijn reserveert, is de afgelopen drie jaar nochtans met 20 procent gestegen tot 12,15 miljard euro. Maar de behoeften stijgen sneller dan de middelen.

Omdat almaar meer zorgnoden worden gedetecteerd, omdat de kostprijs van de zorgen en van de behandelingen stijgt, en omdat in toenemende mate op de overheid wordt gerekend om de zorg te organiseren en te financieren. Kinderopvang en bejaardenzorg waren een paar decennia geleden nog grotendeels een familie-aangelegenheid.

De maatschappelijke productiviteit van de zorgsector wordt niet omgezet in een economische productiviteit.

Maatschappelijke en demografische veranderingen hebben dus geleid tot een toename van de zorgnoden waarvoor een ‘publieke’ oplossing wordt verwacht. Dat heeft ook nieuwe opportuniteiten gecreeerd. De welzijnssector is uitgegroeid tot een sector met een groot economisch gewicht. Het databedrijf Graydon heeft becijferd dat de non-profitsector goed was voor 45 procent van de nieuwe arbeidsplaatsen die de voorbij tien jaar in ons land zijn ontstaan in de privésector. Vzw’s, het juridische statuut waaronder veel zorgorganisaties opereren, zijn een belangrijke bron van werkgelegenheid.

De mensen die in die instellingen werken, doen een nuttige en maatschappelijk relevante job. Het is niet omdat de organisaties geen financiële winsten nastreven dat hun werknemers niet productief zouden zijn. De zorgsector is een volwaardige economische sector die een aanbod levert voor een vraag die op de markt bestaat, die innoveert, die werkgelegenheid biedt en de mogelijkheid om inkomen te verwerven en dat vervolgens te consumeren.

De zorgsector heeft één belangrijke zwakte. Ze kan haar hoge werkelijke kosten niet volledig doorrekenen aan wie van haar diensten gebruik dient te maken, want vaak zijn dat mensen in een kwetsbare positie. De maatschappelijke productiviteit wordt dus niet omgezet in een economische productiviteit. De samenleving aanvaardt dat het pure marktmechanisme hier niet kan spelen en verzekeringen kunnen maar een partiële oplossing bieden. Dus moet de overheid bijspringen met belastinggeld. Dat is een maatschappelijke keuze en die is gerechtvaardigd.

De jobs in de welzijnssector zijn meestal jobs die voor een stuk gesubsidieerd zijn. Daar is niets mis mee. Maar op vzw’s en gesubsidieerde jobs alleen kan een economie niet draaien. Het geld voor de financiering van de welzijnssector moet komen van belastingen die betaald worden uit het productiviteitssurplus dat bedrijven en hun werknemers in de marktsectoren realiseren. Die moeten die last wel kunnen blijven dragen. Daarom heeft de economie een stevige ruggengraat nodig van dynamische en rendabele bedrijven.

Lees verder

Gesponsorde inhoud