Verrassend positief zijn de jobvooruitzichten voor België. Loonmatiging opgelegd door de vorige regering-Di Rupo en de indexsprong en besparingen van Michel I helpen.

Eerst het minder goede nieuws. Nieuws dat we onderhand gewend zijn: de vooruitzichten voor de industrie in ons land zijn niet bijster positief. Van nieuwe jobs in de industrie moeten we niet dromen. Integendeel, tussen hier en 2020 staan banen op het spel. 32.000 jobs minder in de industrie, dat is en moet nog veel meer een aandachtspunt worden.

Het tweede minder goede nieuws bij de vooruitzichten van het Planbureau: de economische groei in ons land herstelt wel licht, maar een groeitempo als begin jaren 2000, van meer dan 2 procent, halen we niet meer.

En toch bevatte de ‘glazen bol’ van het Planbureau gisteren ook een opvallende positieve noot. Ook al is de economische groei nog relatief bescheiden, er komen gemiddeld bijna 34.000 jobs per jaar bij. Dat maakt dat de werkloosheidsgraad weer zou dalen tot 11 procent op Belgisch niveau, het laagste peil sinds 1991. In Vlaanderen is dat zelfs nog een stuk lager.

Het blijft afwachten of al die prognoses ook werkelijkheid worden. Een financiële crisis of plotselinge rampen vallen niet te voorspellen. Maar het toont wel dat de ingeslagen weg van loonmatiging de juiste is. Het Planbureau rekent erop dat, als er geen onvoorziene gebeurtenissen tussenkomen, de indexsprong van deze regering en de loonblokkering nog van de regering-Di Rupo vruchten zullen afwerpen.

Het klopt ook niet dat het beleid dat inzet op jobs, jobs, jobs door een mix van loonmatiging en besparingen vooral Duitse mini-jobs met zich mee zou brengen. Ook de kwaliteit van de jobs - minder dienstenchequejobs - zou stijgen. Bovendien blijken de be­sparingen weinig of geen negatieve effecten te hebben op de koopkracht en de economische groei. Integendeel, net de binnenlandse bestedingen van particulieren zullen de groei doen aantrekken. Want meer jobs betekent meer koopkracht voor de gezinnen. Een hoger vertrouwen door lagere belastingen helpt evenzeer.

Akkoord, het Planbureau houdt in zijn vooruitzichten rekening met een aantal meevallers, zoals de goedkopere euro, de lagere olieprijzen en de rentedaling. Dat geeft onze economie een extern duwtje in de rug.

Maar deze cijfers geven vooral ook het voordeel van de twijfel over een beleid dat inzet op besparingen en versterking van de concurrentiekracht door loonmatiging. De regering-Michel kiest op dat vlak in ‘woorden’ en voornemens voor de juiste richting. Maar ze moet er ook over waken dat alle goede voornemens niet zodanig afgezwakt worden dat er in realiteit nog weinig overblijft van die richting.

Net dat laatste blijkt in de praktijk in het eerste jaar Michel I een pak moeilijker. We moeten langer werken, maar de lijst van uitzonderingen wordt lang. We moeten besparen, maar toch weer niet te veel. We moeten naar een begrotingsevenwicht, maar het mag in de praktijk blijkbaar ook wat trager. Als deze regering de economische vruchten wil plukken tegen 2019, mag ze niet te veel water bij haar wijn doen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud