Advertentie

Jobverlies

©mfn online editor import

Kiezen is verliezen. De keuze die in ons land is gemaakt om tijdens de crisis in de eerste plaats de koopkracht van de burgers te vrijwaren, betalen we nu met het verlies van jobs.

Waren de recente hoeraberichten dat de economische groei in ons land weer aantrekt voorbarig? De diverse bedrijfsherstructureringen en -sluitingen die de voorbije dagen zijn aangekondigd, en de honderden arbeidsplaatsen die daarbij verloren gaan, hebben in elk geval een flinke domper op de prille euforie gezet. De sauzenproducent Heinz, de technologieleverancier Ingram Micro en de tv-fabrikant TP Vision verhuizen de activiteiten van hun Belgische vestigingen geheel of gedeeltelijk naar het buitenland.

De arbeidsmarkt reageert altijd met wat vertraging op de conjunctuurbewegingen. Het is dus niet abnormaal dat de opleving van de economische groei niet meteen leidt tot een sterke banengroei. Maar dat de ontslagenstroom nog lijkt aan te zwellen - sinds begin dit jaar zijn al 2.623 jobs geschrapt - terwijl de conjunctuurkentering al is ingezet, baart toch wel zorgen.

Als een bedrijf in ons land herstructureert of activiteiten delokaliseert, heeft het daarvoor meestal verschillende redenen: de stroomlijning van zijn organisatie, het realiseren van efficiëntiewinsten, het afstemmen van de productie op de ontwikkelingen op de afzetmarkten, en zo meer. Maar men kan er niet om heen dat de hoge loonkosten daar ook vaak een rol in spelen. Want op dat vlak heeft België een comparatief nadeel.

We betalen nu de prijs voor de keuze die ons land als reactie op de economische crisis heeft gemaakt. De beleidsmakers hebben ervoor gekozen de koopkracht van de bevolking te beschermen, om op die manier de vraag te ondersteunen en de schade die de crisis kon aanrichten in de economie zo veel mogelijk te beperken. Dat beleid impliceerde echter dat er geen ruimte was om de lasten voor de bedrijven te verlagen. Bovendien werden bij de besparingen, die noodzakelijk waren om de begroting niet te laten ontsporen, de bedrijven niet bepaald gespaard. Ze kregen allerlei nieuwe belastingen opgelegd. Samengevat: de kosten van de crisis zijn grotendeels op de bedrijven afgewenteld. En dat gebeurt natuurlijk niet ongestraft. Dat wordt op termijn betaald in jobs. Dat is de les die de crisis van de jaren 70 heeft geleerd, maar die de beleidsmakers in ons land blijkbaar vergeten waren.

De realiteit heeft hen wel terug bij de les gebracht. De sluiting van Ford Genk en de zware herstructurering bij Caterpillar in Gosselies, waarbij duizenden banen verdwenen, kwamen als een schok en brachten de regering ertoe het beleid bij te sturen. Maar dat gebeurde moeizaam, en traag. Het had heel wat voeten in de aarde voor de regering-Di Rupo en de regionale regeringen het eens werden over een pakket maatregelen om het concurrentievermogen van de bedrijven te verbeteren. Dat lukte pas eind vorig jaar. Het grootste stuk van de toen afgesproken lastenverlagingen zal echter maar in de komende jaren worden doorgevoerd. Of het te weinig is of niet, is voer voor discussie. Maar voor een aantal bedrijven - en hun werknemers - komen die lastenverlagingen zeker wel te laat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud