Een brexit-deal kan maar beter verdedigbaar zijn op het Ierse eiland, of er dreigen nog grotere problemen. Het verzet van de Noord-Ierse unionisten is daarom problematisch.

Zou het dan toch? In Brussel raceten de onderhandelaars woensdagavond laat tegen de klok om alsnog een brexitakkoord uit de brand te slepen, terwijl in Londen premier Boris Johnson vocht om de ruggensteun van de eurosceptici in zijn partij en van de Noord-Ierse unionistische DUP. Alles wees erop dat de onderhandelaars gisteravond ‘de tunnel’ waren ingegaan, het woord dat in de Europese wijk wordt gebruikt voor de ultieme gesprekken tot de finish, ver weg van de media.

Aan het eind van zo’n tunnel kan het licht van de zon schijnen, maar evengoed het licht van een trein die uit de tegenovergestelde richting komt. Het zegt veel over de surrealistische ontgoocheling die de brexit is geworden, dat het maandagavond al goed nieuws was dat de rit door de tunnel uiteindelijk is begonnen. Maar al even snel als er wat hoop groeide, volgde opnieuw de tegenslagen. Alvast de Noord-Ierse unionisten schieten het voorstel af, blijkt donderdagochtend.

En zo gaat het helaas al meer dan drie jaar. De brexit is in de voorbije drie jaar uitgegroeid tot een operatie politieke damagecontrol. Een voor een werden alle optimistische scenario’s afgevinkt. In juni 2016 kon je nog hopen dat de Britten niet uit de EU zouden stappen. Vervolgens kon je hopen dat ze zouden proberen de beslissing terug te draaien. Daarna kon je hopen dat de Britten de breuk met de EU zo zacht mogelijk zouden maken, wat van groot belang is voor de Vlaamse exporteconomie. En daarna kon je hopen dat ze na ruim drie jaar, en een uitstel van de deadline, eindelijk eens zouden weten wat ze willen. Woensdagavond leek er eindelijk een kans op dat laatste.

Waardoor we bij drie opties zijn beland. Ofwel overleeft - zonder Noord-Ierse unionistische steun - alsnog een ultieme deal die de komende dagen niet kapseist op een Europese top of in het Brits Lagerhuis. Ofwel volgt nieuw uitstel. Ofwel krijgen we alsnog de schok van de harde brexit, zonder afspraken.

Een deal is het beste, op voorwaarde dat hij goed genoeg in elkaar zit.

Normaal is het eerste scenario het beste. De schade van de schok is te mijden en uitstel roept de vraag op wat in die extra tijd plots zou moeten lukken dat nu niet lukt. Een deal is het beste, op voorwaarde dat hij goed genoeg in elkaar zit. De cruciale vraag is dan of er een begrijpbaar en werkbaar compromis voor Noord-Ierland uit de bus komt.

Dat is niet alleen belangrijk voor de regio zelf, waar het twintig jaar oude vredesbestand van het Goedevrijdagakkoord fragiel is. Het is ook belangrijk voor de EU, die een van haar belangrijkste en misschien te vaak onderschatte verwezenlijkingen in rook zou zien opgaan: haar bijdrage aan die vrede. En het is zelfs in het welbegrepen eigenbelang van Londen, omdat vanuit de Verenigde Staten signalen komen dat Boris Johnson een snelle handelsdeal met de Amerikanen mag vergeten als hij de Amerikaanse Ieren kwaad krijgt.

De tweede test voor een akkoord is of het de gemoederen kan bedaren. Een echtscheidingsakkoord tussen de EU en het VK is geen eindpunt. Het is nog maar het begin van verdere onderhandelingen. Die zullen gaan over de details van de echtscheiding, over de transitie en over een breed handelsverdrag dat bepaalt hoe het VK en de EU na de brexit samenwerken. En mochten de spanningen in Noord-Ierland alsnog oncontroleerbaar worden, dan ontstaat een conflict aan de buitengrens van de EU met haar nieuwe buurland.

Dat de Noord-Ierse unionisten met de hakken in het zand gaan, is daarom slecht nieuws. Een brexit-deal is maar beter verdedigbaar op het Ierse eiland, of er is een probleem.

Lees verder

Tijd Connect