Karel De Guchts bezoek aan Afrika geen theevisite

(tijd) - Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD) komt vandaag aan in Kinshasa voor zijn eerste officiële bezoek aan Centraal-Afrika. In zeven dagen bezoekt hij evenveel landen: Congo, Rwanda, Burundi, Uganda, Angola, Zuid-Afrika en Benin. Het wordt geen 'theevisite', gaf Karel De Gucht al mee in het parlement.

De Gucht arriveert vandaag in Kinshasa met een duidelijke politieke boodschap. Het transitieproces in Congo moet worden voortgezet, zodat er uiterlijk eind 2005 verkiezingen plaatsvinden, zoals bepaald in de vredesakkoorden van Pretoria. De Congolese overgangsperiode of transitie is geenszins het einddoel, maar moet leiden tot de hereniging van het Centraal-Afrikaanse land, het herstel van het staatsgezag en dus het organiseren van verkiezingen die een democratisch en meer bestendig bestel mogelijk maken.

De 'transitie' bevindt zich in een cruciale fase, omdat vele hoofdrolspelers in Kinshasa denken weinig of geen belang te hebben bij verkiezingen. Die zouden hun met militaire middelen opgebouwde machtspositie kunnen ondermijnen. De Gucht zal de betrokkenen in Congo duidelijk maken dat verdere internationale steun afhankelijk wordt van de politieke vooruitgang in de transitie. De boodschap wordt internationaal gesteund.

Op het terrein wil De Gucht zelf aanvoelen welke partijen nu vooruit willen met het transitieproces en welke spelers op de rem blijven staan. De timing zit goed, want zopas heeft de overgangsregering in Kinshasa een 'stappenplan' aanvaard, met regionale verkiezingen in april 2005, parlementsverkiezingen in juni en presidentsverkiezingen in juli. Tegen december van dit jaar moet de grondwet en een batterij wetten zijn aanvaard. Het is een uitgelezen kans zicht te krijgen op de politieke manoeuvres achter de schermen in het transitieproces.

Het is van belang dat de rust terugkeert in het oosten van Congo. De incidenten dreigen er als een brand uit te slaan naar heel Congo. Daarom wil De Gucht kort Bukavu bezoeken. Dat is meteen het meest risicovolle onderdeel van zijn trip. De sfeer in Bukavu is nog altijd gespannen, omdat de Monuc-vredesmacht van de Verenigde Naties weigerde tussenbeide te komen toen rebellen de stad innamen. De bevolking keerde zich tegen de Monuc. Daarom wil De Gucht de hele bevolking in het oosten, en vooral de Banyamulenge, geruststellen. De versterking van de Monuc-vredesmissie van de VN is een prioriteit.

Het lijkt noodzakelijk de Monuc te versterken met Europese militairen, maar België kan daarin het voortrouw niet nemen, omdat België na het Rwandadrama van 1994 besliste dat er geen Belgische troepen meer naar onze voormalige kolonie Congo en mandaatgebieden Rwanda en Burundi worden gestuurd. Dat gebeurde onder impuls van toenmalig oppositieleider Guy Verhofstadt. Voor De Gucht is dat een moeilijke klip, die hij tracht te omzeilen door troepen uit Benin met Belgische steun te mobiliseren voor de Monuc-missie. Daarom heeft De Gucht op zijn terugreis een tussenstop ingelast in het West-Afrikaanse Benin.

Stabiliteit in Congo vereist dat de rebellenlegers worden gedemobiliseerd en geïntegreerd in het eengemaakte leger. Daarin heeft ons land wel al het voortouw genomen. Het Belgische leger richtte in Kisangani een eerste gemengde Congolese legerbrigade op en sinds kort worden er in België - in het militair kamp Elsenborn - 280 Congolese officieren opgeleid als instructeurs. Dat er intussen al twaalf Congolese militairen zijn 'verdwenen', is een tegenslag. Maar het is vooral oppassen geblazen dat ons land niet in diskrediet wordt gebracht, door eventuele misstappen van het opgeleide Congolese leger.

België moet er tevens over waken dat de buurlanden zich niet bedreigd voelen door de uitbouw van een Congolees leger. De Gucht kreeg de raad meer transparantie over het militaire partnerschap met Congo in te bouwen tegenover de buurlanden Rwanda, Burundi en Uganda, maar zeker ook tegenover Zuid-Afrika en Angola. In Zuid-Afrika en Angola gaat De Gucht pleiten voor meer militaire samenwerking. Zuid-Afrika is samen met België de enige internationale partner die meewerkt aan de herstructurering van het Congolese leger, maar is diplomatiek enigszins stiefmoederlijk behandeld door België. Angola is een andere belangrijke speler, die mee de schouders wil zetten onder de uitbouw van een eengemaakt Congolees leger.

Rwanda en Burundi blijven de twee belangrijkste buurlanden met het oog op het verzekeren van enige stabiliteit in Congo. De Gucht zal Rwanda en Burundi er nogmaals op wijzen dat ook zij meer winnen bij vrede dan bij instabiliteit in de grensregio's. Het komt er vooral op aan dat beide landen het hoofd koel houden bij incidenten die als provocaties overkomen. Na de slachting in het vluchtelingenkamp in Gatumba was een heropflakkering van het geweld een reële dreiging. Intussen is er in de marge van de algemene vergadering van de VN beslist gemengde Rwandees-Congolese grenspatrouilles op poten te zetten, wat de spanningen in het oosten van Congo moet doen afnemen.

Rwanda en Burundi zitten zelf in overgangsprocessen die de stabiliteit in eigen land moeten bevorderen. De Gucht wil dit verder aanmoedigen, eventueel door beide landen bijkomende steun aan te bieden.

Ook zal de minister een lans breken voor economische samenwerking, waarbij hij denkt aan een heractivering van de Economische Gemeenschap van de landen van de Grote Meren. Ons land wil daarbij vooral de banden met Uganda aanhalen. In Congo zelf moet volgens De Gucht parallel met het politieke proces werk worden gemaakt van een economische heropleving. Belgische bedrijven moeten hierin een rol kunnen spelen.

De eerste Afrikatrip van de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken is goed voorbereid, toch blijft het afwachten hoe het 'ijskonijn' de Afrikaanse zon zal verdragen. Die zon heeft al veel Belgische politieke leiders parten gespeeld. Zo is er de 'historische' uitspraak van toenmalig premier Wilfried Martens (CVP), bij zijn trip begin 1981 aan het Zaïre van Mobutu: 'Ik hou van dit land, zijn volk en zijn leiders'. Of denk aan het 'Leven is mooi', het liedje dat de CVP-kopstukken tijdens hun gezinsdag op 1 mei 1996 zongen, met verwijzing naar de Afrikaanse zon. Het was een allusie op de buitenechtelijke relatie van toenmalig partijvoorzitter Johan Van Hecke met Afrikajournaliste Els De Temmerman, wat uiteindelijk tot de 'exit' van Johan Van Hecke leidde.

Wim VAN DE VELDEN

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud