Senior writer

Financiële geletterdheid is een noodzakelijke vaardigheid in onze moderne maatschappij. Het onderwijs is een geschikt instrument om de jongeren die basiskennis bij te brengen.

Financiële geletterdheid en ondernemingszin worden opgenomen in de eindtermen van het middelbaar onderwijs in Vlaanderen. Dat is een goede zaak. De voorbije jaren is bij herhaling gebleken dat meer dan de helft van de Belgen faalt op een simpele test naar financiële basiskennis. Wie die basiskennis ontbeert, heeft een maatschappelijke handicap. Want hij loopt het gevaar verkeerde beslissingen te nemen met mogelijk zware financiële gevolgen.

Wie een woonkrediet aangaat met een looptijd van 20 jaar en een variabele rente, omdat die goedkoper is dan een met vaste rente, moet weten dat het maandelijks af te lossen bedrag stijgt als de rente begint te klimmen. Voor wie wat centen te beleggen heeft, is het belangrijk het onderscheid te kennen tussen een aandeel - al dan niet coöperatief - en een gereglementeerde spaarrekening met depositogarantie.

Het is nuttig te weten dat de dekking van een verzekering pas begint te lopen als de eerste premie is betaald en hoe het pensioenmechanisme in elkaar zit. En er zijn een aantal basisregels die iedereen het best altijd in zijn achterhoofd houdt: bijvoorbeeld dat als een belegging een hoger rendement belooft, dat altijd het hogere risico weerspiegelt. Of dat een kredietkaart handig is, maar ook gevaarlijk. Want de rekeningen moet later toch worden betaald.

‘Wie verstandig is, vertrouwt zijn bank voor geen cent’, gaf voormalig VRT-nieuwsanker Bavo Claes deze week de luisteraars van Radio 1 mee. Het is een advies dat je niet vooruithelpt. Een wijzere raad ware geweest: ‘Wie verstandig is, garandeert dat hij een goede financiële basiskennis heeft’. Zodat de bankier hem niets wijs kan maken. Er loopt al een poos een financiële alfabetiseringscampagne.

Onze economie heeft mensen die zin hebben om te ondernemen hard nodig. Maar niet iedereen krijgt die zin van thuis mee.

De financieel toezichthouder FSMA heeft daarin het voortouw genomen. Maar door het onderwijs in te schakelen, kan snel een grote sprong voorwaarts worden gemaakt. Uit een recent vergelijkend internationaal onderzoek blijkt overigens dat het met de financiële geletterdheid van de Vlaamse jongeren wel meevalt. Maar het is belangrijk dat iederéén die basiskennis heeft. Het onderwijs is een geschikt instrument om dat te bewerkstelligen.

Dat geldt eveneens voor het bijbrengen van ondernemingszin. Daarin blinkt Vlaanderen ook niet meteen uit. Ondernemers en ondernemingen hebben niet altijd een goed imago. Dat heeft veel met een gebrek aan kennis en met onbegrip te maken over wat ondernemen is en wat ondernemingen doen. Onze economie én onze samenleving hebben ondernemingen nochtans hard nodig, alsook mensen die zin hebben om te ondernemen. Niet iedereen krijgt die zin van thuis uit mee.

Ook op dat vlak gebeuren al inspanningen, door de organisatie van Open Bedrijvendagen, de projecten rond Mini-ondernemingen in de scholen en de initiatieven voor studenten-ondernemers aan universiteiten en hogescholen. Maar het mag gerust wat meer zijn.

Leerlingen in het middelbaar onderwijs meer kennis bijbrengen over ondernemingen en ondernemen is niet zo’n lastige opgave. Hen ondernemingszin aanleren, is iets moeilijker. Want dat is een attitude. Maar het onderwijs heeft ervaring met het stimuleren van de creativiteit van jongeren, individueel of in teams. Van daaruit moet de stap kunnen worden gezet naar het opwekken en het aanmoedigen van de zin om te ondernemen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud