Kerry wil buitenlands beleid VS radicaal omgooien

(tijd) - De Amerikanen kunnen volgende week kiezen tussen twee kandidaten met scherp verschillende visies. Nergens is dat zo duidelijk als in het buitenlands beleid. President Georges Bush laat zich weinig geleden aan zijn traditionele bondgenoten. Senator John Kerry wil de transatlantische band in ere herstellen.

President Bush nam afscheid van de koude-oorlogsdoctrine die voorschreef dat bedreigende supermachten in toom moesten worden gehouden door een combinatie van nucleaire afschrikking, bondgenootschappen en directe ontwapeningsonderhandelingen. In plaats daarvan schonk hij de wereld de doctrine van preventief ingrijpen in landen wiens bewapening door Washington als bedreigend wordt ervaren.

Tot afgrijzen van bondgenoten paste hij de formule toe in Irak en lijkt hij de doctrine zelfs te willen voortzetten. 'Wetende wat ik vandaag weet, zou ik dezelfde beslissing hebben genomen', zei hij onlangs.

Volgens Joseph Nye, hoofd van de Nationale Raad voor Inlichtingen onder oud-president Bill Clinton, moest een gevaar 'imminent' zijn om een preventief optreden te rechtvaardigen. Bush verruimde dat naar de 'mogelijkheid' de VS te treffen. Hij wekt nu indruk dat de 'intentie' om vernietigingswapens te ontwikkelen al volstaat, aldus Nye.

Maar met Noord-Korea, dat op nucleair gebied veel verder is dan Irak, bewandelt hij een vreedzamer pad. De minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, is deze week in het Verre Oosten in de hoop dat diplomatieke druk van de VS en omringende landen een oplossing zal brengen.

Iran is nog een groot vraagteken. De Amerikaanse regering laat Britten, Duitsers en Fransen momenteel leuren met handelsvoordelen om Teheran af te houden van een kernwapen. Maar het is niet uitgesloten dat Bush na een overwinning de neo-conservatieve elementen in zijn regering het groene licht geeft voor een hardere lijn jegens het theocratische regime, wat onvermijdelijk tot een nieuwe kink in de transatlantische kabel zou leiden.

De neiging bondgenoten te confronteren met bruuske afwijzingen van initiatieven en verdragsafspraken die hen na aan het hart liggen, heeft het buitenlandse beleid van de regering-Bush van begin af aan gekenmerkt. Hij verkoos een 'coalitie van bereidwilligen' boven tijdrovende dekking van VN of NAVO.

Deze benadering heeft de relatie met Europa zwaarder belast dan met andere bondgenoten en traditionele rivalen. Volgens de nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice heeft de regering-Bush een betere relatie met Rusland en China dan welke voorgaande regering dan ook. Ook met Japan, India en Pakistan zou alles op rolletjes lopen. Afgezien van het bijna zekere vertrek van Powell verwachten diplomaten geen ingrijpende personele verschuivingen als Bush wordt herkozen.

John Kerry belooft de transatlantische band in ere te herstellen, meer respect te tonen voor de opvattingen van de rest van de wereld en alleen 'als laatste toevlucht' voor oorlog te kiezen. Volgens iedere biograaf kijkt Kerry naar Amerika's rol in de wereld door de bril van een gedemoraliseerde Vietnamveteraan. 'Hij is een klassieke naoorlogse internationalist', meent Thomas Mann van de Brookings Institution. Hij zal zich omringen met gelijkgezinde figuren, zoals senator Joe Biden en Rand Beers, en verder trachten gematigde Republikeinen te binden met de benoeming van senator Richard Lugar of Chick Hagel op Buitenlandse Zaken.

Men kan er vergif op innemen dat herinvoering van het zogenaamde Mexico-Citybeleid (financiering van abortus in de derde wereld) zijn eerste daad op het internationale toneel wordt. Hij heeft aangedrongen op directe besprekingen met Noord-Korea en Iran. Hij zal ook een grotere betrokkenheid bij het Israelisch-Palestijnse conflict willen tonen. In Washington wordt al gespeculeerd op de benoeming van Bill Clinton of Richard Holbrooke (als die Buitenlandse Zaken niet krijgt) als speciale gezant.

De vraag hoe de VS zich snel en zonder verdere ongelukken kunnen terugtrekken uit Irak blijft voorlopig echter de voornaamste kopzorg van de volgende president. Het conflict brengt de grenzen van Amerika's militaire en financiële macht in zicht. Gisteren lekte uit dat Bush in 2006 opnieuw 70 miljard dollar nodig denkt te hebben. Hoewel Kerry zijn kritiek op de oorlog dagelijks aanscherpt, zit hij in hetzelfde schuitje .

Zijn plan (meer buitenlandse troepen, meer training, meer wederopbouw) lijkt dan ook als twee druppels water op dat van Bush. Het belangrijkste verschil is dat hij gelooft dat hij het beter aan bondgenoten kan verkopen. De Democraat wil in februari een top houden met Europese leiders. Mann denkt dat hij dan zal schermen met nieuwe gesprekken over het Kyotoverdrag over het milieu en andere verdragen om het ijs te breken. Hij acht het vrijwel uitgesloten dat Duitsland of Frankrijk troepen leveren. Maar volgens Larry Diamond, een Irakdeskundige bij de conservatieve Hoover Institution, kan Kerry andere landen beter overreden, omdat hij niet met dezelfde ballast rondloopt als Bush.

Rik WINKEL

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud