De krimp van de Duitse economie kan de voorbode zijn van een algemene recessie in een aantal kernlanden van de eurozone.

De Duitse economie is in het tweede kwartaal van dit jaar lichtjes gekrompen. Zoals dat in het derde kwartaal van 2018 ook al het geval was. Van een recessie is vooralsnog geen sprake, daarvoor moet er twee kwartalen op rij een krimp zijn. Maar het is wel duidelijk dat de schwung eruit is, uit de Duitse economie. Het land betaalt de prijs voor het aanzienlijke gewicht van de industrie in zijn economie, en de grote exportgerichtheid ervan. Het maakt Duitsland erg gevoelig voor het verslechterende internationale handelsklimaat.

Duitsland is traditioneel de locomotief voor de Europese economie. Het is dus slechts nieuws als die locomotief vaart verliest. Voorlopig blijft de schade nog beperkt. De economie in de eurozone zette in het tweede kwartaal een groei neer van 0,2 procent. In Nederland, dat sterk aanleunt bij Duitsland, was dat zelfs 0,5 procent. Maar de beleidsmakers in de meeste landen van de eurozone houden er beter rekening mee dat de economische groei in de tweede helft van dit jaar gevoelig afkoelt door de kille wind die uit het oosten komt.

Een economisch dipje hoeft geen drama te zijn. Maar er dient wel vermeden te worden dat de economie in een recessiemoeras verzeilt. Een economische krimp kan immers een pervers mechanisme op gang brengen van herstructurerende bedrijven, stijgende werkloosheid, verminderd consumenten- en ondernemersvertrouwen, dalende gezinsuitgaven en investeringen, en een verdere economische krimp.

Spiraal

Het komt erop aan die negatieve spiraal te stoppen. Het lijdt weinig twijfel dat de ECB de somber wordende economische vooruitzichten in september zal aangrijpen om haar monetair beleid opnieuw te versoepelen, met het argument dat een lagere rente de gezinnen zal aanzetten tot consumeren en de bedrijven tot investeren.

De voorbije jaren echter heeft dat beleid nauwelijks gewerkt, waarom zou het dat nu wel doen? Het risico bestaat bovendien dat de monetaire beleidsmakers het omgekeerde bereiken van wat ze beogen. De extreem lage en zelfs negatieve rente zet in Nederland het pensioensysteem onder druk, en ondermijnt zo het consumentenvertrouwen eerder dan het dat opkrikt. In Duitsland heeft de ‘onteigening’ van de spaarders het debat doen oplaaien of het land niet beter uit de euro stapt. Het is duidelijk dat in Europa het monetair beleid, als instrument om de inflatie aan te wakkeren en de economische groei te stimuleren, tegen zijn limieten opbotst.

Het bestrijden van de recessie moet in de eerste plaats gebeuren door de politieke beleidsmakers. Het verhogen van de overheidsinvesteringen biedt op korte termijn geen soelaas, omdat het een poos duurt voor de positieve effecten ervan op de economie zich manifesteren. Doeltreffender zijn fiscale of sociale maatregelen die de bevolking snel extra koopkracht bezorgen of ze tot consumeren aanzet. De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei eerder deze week dat te willen bekijken. Maar daar wordt best niet te lang mee gewacht.

Op die manier kan de macro-economische schade van de recessie, op werkgelegenheid, op overheidsfinanciën, misschien beperkt worden. Dat neemt niet weg dat sommige individuele bedrijven en werknemers ongetwijfeld flink wat recessiepijnen zullen lijden.

Lees verder

Tijd Connect