Stefaan Michielsen

Het knaldebuut van Adyen op de Amsterdamse beurs moet Belgische techondernemers inspireren om de lat een stuk hoger te leggen.

Het Nederlandse betaaltechnologiebedrijf Adyen maakte gisteren met een knal zijn entree op de Amsterdamse beurs. Op zijn eerste handelsdag ging het aandeel bijna maal twee, opgestuwd door gretige beleggers die niet op de beursgang hadden kunnen inschrijven. Het roept herinneringen op aan de hype rond het Nederlandse internetbedrijf World Online, waarvan de beursgang in 2000 de beleggers met een fikse kater achterliet.

Het ziet er niet meteen naar uit dat het met Adyen op dezelfde manier afloopt. De beurswaarde van 13,4 miljard euro die op het bedrijf kleeft, is fors. Maar Adyen heeft bewezen technologie in huis - de Amerikaanse veilingsite eBay koos de Nederlandse onderneming begin dit jaar als preferente betaalpartner -, maakt winst en is actief in een branche die veel opportuniteiten biedt en erg hot is bij financiers en beleggers. Met Adyen heeft de Amsterdamse beurs er een topper bij.

Boekt Nederland succes waar België faalt? Met zo’n veralgemening is het oppassen.

Wat voor de Brusselse beurs het hoogtepunt van het jaar moest worden, de beursgang van de overheidsbank Belfius, is vastgelopen in politiek gehakketak. Naar schatting zou Belfius, een van de Belgische grootbanken, op de beurs 9 miljard waard zijn. Een pak minder dan Adyen. Het zegt veel over de verschuivende verhoudingen in de financiële sector tussen de gevestigde spelers en de jonge fintechbedrijven die hun plaats opeisen.

België is altijd een voorloper geweest in betaaltechnologie, met onder meer Bancontact/Mister Cash voor geldafhalingen aan automaten en elektronische betalingen in winkels, of met het betalingsplatform voor bedrijven Isabel. Maar we zijn er nooit in geslaagd die diensten internationaal te verzilveren en daar sterke en ambitieuze bedrijven rond te bouwen. Met Ogone had België een pionierend bedrijf dat zich toelegde op webbetalingen. Het kwam in 2013 in Franse handen.

Waarom hebben wij geen Adyen? Omdat we de ontwikkeling van betaaltechnologie te institutioneel hebben georganiseerd, met de banken als belangrijkste initiatiefnemers? Omdat we ondernemingsgeest misten? Omdat we de lat niet hoog genoeg durfden te leggen?

Het voorbeeld van Adyen moet techondernemers in België inspireren om ambitie te hebben, om voort te blijven timmeren aan de uitbouw van hun bedrijf en niet te bezwijken voor het eerste aantrekkelijke overnamebod. Trendminer, een Vlaamse technologieparel op het vlak van industriële big data, liet zich deze week nog overnemen door een grotere Duitse speler. Zelf doorgaan kan ook financieel de betere optie zijn.

Boekt Nederland succes waar België faalt? Het is oppassen met zo’n veralgemening. Ook Nederland ziet wel eens beloftevolle bedrijven, zoals de hotelreserveringssite Booking.com, in buitenlandse handen vallen. Omgekeerd zijn er Belgische bedrijven, in andere sectoren, die wél de stap naar de beurs zetten en daar ook knallen.

Kijk naar het biotechbedrijf Argenx, dat erin slaagde zijn beurswaarde de voorbije zes maanden te verviervoudigen en zopas een plekje bemachtigde in de Bel20, de sterindex van de Brusselse beurs. Het is niet uitgesloten dat Argenx vroeg of laat een overnamevoorstel krijgt dat voor de aandeelhouders te goed is om te weigeren. Maar dat kan bij Adyen, dat bedrijvig is in een domein waar mastodonten met hele diepe zakken rondlopen, ook gebeuren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content