Het is straf, én verontrustend, dat de overheidsbank Belfius er niet in slaagt een nieuwe voorzitter te vinden voor haar raad van bestuur.

De puzzel is gelegd. Er is eindelijk iemand gevonden die op de voorzittersstoel van de overheidsbank Belfius wil plaatsnemen: Jos Clijsters. Hij was de voorbije zes jaar ook al bestuursvoorzitter. Clijsters, die in maart 70 wordt, had begin 2019 laten weten in 2020 geen hernieuwing van zijn mandaat te ambiëren. Dat hij nu toch bereid is nog een paar jaar voort te doen, is een noodoplossing. Omdat de zoektocht naar een opvolger geen geschikte kandidaat heeft opgeleverd.

Vroeger was het gemakkelijk. Het volstond dat iemand de juiste politieke kleur had om hem te benoemen tot voorzitter van de raad van bestuur van een overheidsbank. Vandaag zijn de vereisten strenger - met dank aan het strakkere toezicht sinds de bankencrisis van 2008. De ECB, de waakhond van de grotere banken in de Europese Unie, eist dat wie voorzitter van een bank wil worden, de nodige kwalificaties kan voorleggen. Enkele jaren operationele bankierservaring bijvoorbeeld is wenselijk. De lat ligt hoog. Niet iedereen geraakt daarover.

In het geval van Belfius zijn er nog andere vereisten. Omdat de CEO Marc Raisière Franstalig is, moet de voorzitter Nederlandstalig zijn. Bovendien moet die de relaties met de aandeelhouders kunnen managen. Bij Belfius zijn dat de overheidsholding FPIM, de federale regering en bij uitbreiding de hele Wetstraat. De voorzitter moet dus veel politieke feeling hebben, en diplomatiek talent.

De tijd is voorbij dat de juiste politieke kleur volstond om voorzitter van een overheidsbank te kunnen worden.

Door al die voorwaarden komen niet zo heel veel mensen in aanmerking voor de job. Belfius dacht de witte raaf te hebben gevonden in de figuur van Filip Dierckx, de nummer twee van BNP Paribas Fortis. In het kleine Belgische bankenlandschap is het wel gewaagd dat een bank haar nieuwe voorzitter gaat zoeken bij een van haar grote concurrenten. Toen Dierckx bovendien wegens mogelijke belangenvermenging in opspraak kwam, werd hij meteen als kandidaat-voorzitter van Belfius geschrapt. De overheidsbank kon niet het risico lopen dat het voorstel om hem tot voorzitter te benoemen op een veto van de toezichthouder zou stuiten. Blijkbaar stonden geen andere geschikte kandidaten op de lijst en moet Clijsters zijn pensionering dus nog even uitstellen.

Dat het niet gelukt is een opvolger te vinden voor Clijsters, hoewel die ruim op voorhand had laten weten te willen stoppen als voorzitter, is een blamage voor de aandeelhouder van de bank (de overheid), voor de raad van bestuur, voor het benoemingscomité in die raad en voor de headhunter die meehielp bij de zoektocht. Ze hebben gefaald in wat een van hun belangrijkste opdrachten is. De procedure is niet goed gevoerd. Ze hebben zo onzekerheid gecreëerd en de stabiliteit van de bank in gevaar gebracht.

Ook Clijsters gaat niet vrijuit. Een voorzitter moet erover waken dat zijn opvolging vlot verloopt. Door aan te bieden nog twee jaar op post te blijven neemt hij alvast de verantwoordelijkheid voor de mislukte rekrutering van een opvolger op zich.

Belfius staat nu voor een belangrijk herexamen. Een tweede keer buizen is geen optie.

Lees verder

Tijd Connect