Redacteur Politiek

De Europese Commissie zet in haar voorstel tot budget goede lijnen uit, maar het gemak waarmee ze de belastingen wil verhogen verdient tegenwind.

De Europese Commissie loste woensdag het eerste schot in een centenstrijd die fel bevochten zal worden en een jaar zal duren. Ze deed een voorstel voor een budget voor de Europese Unie voor de jaren 2021-2027. Met dat document als vertrekpunt moeten de regeringen in 27 Europese hoofdsteden en het Europees Parlement tegen mei volgend jaar een compromis zien te vinden.

Het voorstel bevat veel goede elementen. Het belangrijkste is dat de prioriteiten van de Europese Unie wijzigen en de financiële stromen die veranderingen volgen. Het landbouwbudget daalt en er komt meer geld voor grensbewaking, defensie en digitalisering.

Al politiek gevoeliger is het voorstel om Europees geld te bevriezen als een EU-land de rechtsstaat niet respecteert. Theoretisch is het een goed idee: nu is het bijzonder moeilijk om druk te zetten op het balorige Polen en Hongarije, tenzij meteen via de ‘nucleaire optie’ om hun stemrechten op de Europese toppen te schorsen. Een tussenoplossing in de vorm van minder geld is dan een goed idee.

Wolfijzers en schietgeweren

Maar politiek is het een weg vol wolfijzers en schietgeweren, omdat het de kiezers in een land nog bozer dreigt te maken als een niet-democratisch verkozen orgaan - de Commissie - hun democratisch aangestelde regering geld ontneemt. Een oplossing kan hier zijn dat alleen de andere - wel democratische gelegitimeerde - EU-regeringen op een Europese top zo’n financiële straf opleggen.

Ook andere punten zijn problematisch en verdienen minstens een stevig debat. Landen die aan een buitengrens van de EU liggen, zoals België, en dus de facto de douane van de hele EU organiseren, zouden voor die activiteiten voortaan minder geld krijgen. Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) maakt hiertegen bezwaar en heeft een punt: door de brexit zullen grenslanden als België net extra moeten investeren in douane. Uitgerekend nu de middelen daarvoor doen dalen is een vreemde timing.

Tegenwind

Maar vooral het gemak waarmee de Europese Commissie vindt dat haar budget met 8 procent mag stijgen, verdient tegenwind. Het klassieke argument luidt al jaren dat de EU met weinig geld werkt. Haar budget bedraagt nu 1,03 procent van het bruto binnenlands product en zou stijgen naar 1,11 procent. Het is maar een fractie van wat de Belgische overheid spendeert. De EU daarentegen, luidt de verdediging, kost iedere burger minder dan een kopje koffie per dag.

Maar eigenlijk is dat geen argument. Het is niet omdat iets weinig kost dat het per definitie zinvol gespendeerd geld is. De vraag is of het wel steek houdt dat de EU nog altijd een derde van haar budget aan landbouw en bredere plattelandsontwikkeling besteedt. De vraag is of echt geen diensten kleiner en compacter kunnen, zodat meer geld kan gaan naar terechte zorgen zoals grensbewaking en innovatie.

De Europese Commissie heeft bijvoorbeeld een directoraat-generaal voor een eventuele verdere uitbreiding van de Europese Unie, waar 1.650 mensen werken. Moet dat? Misschien wel, maar het is minstens een stevig debat waard.

Het punt is namelijk dat zelfs een klein kopje koffie een Belg zwaar op de maag valt, omdat het boven op een fiscale indigestie komt. We betalen al bijzonder veel belastingen. Het idee dat er nog meer nodig zijn en we de EU na de brexit moeten financieren alsof ze nog altijd met 28 is, verdient het komende jaar minstens tegenwind en een grondig debat over kerntaken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud