Redacteur Politiek

Een dag nadat we weer een land zonder cafés zijn geworden, verdampt de twijfel of die beslissing overdreven is. De vraag wat de volgende stappen moeten worden, dringt zich op.

Een week is een lange tijd in de politiek, maar in tijden van een uitslaande pandemie zijn zelfs enkele dagen dat. Afgelopen weekend trokken N-VA-voorzitter Bart De Wever en Vlaams minister Zuhal Demir nog de beslissing in twijfel om de restaurants te sluiten. Ook MR-minister David Clarinval en Waals premier Elio Di Rupo (PS) hadden vrijdag wat voorbehoud. Bij sommigen op het Overlegcomité was er volgens indiscreties ergernis over de professorale aanpak van federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a). Dinsdagmorgen spannen enkele boze Waalse horeca-uitbaters een kortgeding aan bij de Raad van State, omdat ze de maatregel zwaar overdreven vinden.

Door het tempo waarin het aantal coronapatiënten op intensieve zorg in een week verdubbelt, dreigen al die oprispingen snel een achterhoedegevecht zonder context te worden. Relevant is de vraag hoe horeca-uitbaters vergoed worden voor het verplicht sluiten van hun zaak. Ergens is dat een vorm van tijdelijke onteigening: een verplichte opoffering van privébezit voor de publieke zaak, in dit geval de volksgezondheid.

In de plaats van de horecadiscussie van het weekend dringt zich na één dag zonder cafés een andere discussie op: volstaat dit wel?

Almaar minder belangrijk is de vraag of zulke extreme maatregelen echt nodig zijn. Want dat zijn ze. België heeft Duitsland zelfs al gevraagd coronapatiënten van ons over te nemen als ook de verhoging met 60 procent van de ziekenhuisbedden in de noodplannen onvoldoende zou blijken.

In de plaats van de horecadiscussie van het weekend dringt zich na één dag zonder cafés een andere discussie op: volstaat dit wel? Wat moet nog meer gebeuren om de curve weer naar beneden te krijgen? Het grote doembeeld is een nieuwe algemene lockdown, zoals in het voorjaar.

Wie rondkijkt, ziet dat het nog niet meteen zo hard hoeft te gaan. Het verkeer toont dat we nog zeer veel niet-essentiële verplaatsingen maken. Jeugdverenigingen draaien nog, evenals sportclubs voor jongeren onder de twaalf jaar. Afgelopen zondag werd de Ronde van Vlaanderen gereden. Wie met drie vriendinnen wil gaan winkelen, kan dat. In de eerste klasse van het voetbal speelde Standard afgelopen weekend tegen Club Brugge. Wie om te gaan wandelen aan zee of in de Ardennen het openbaar vervoer wil nemen, kan dat.

‘En dehors du travail, tout sera interdit’, staat sinds vrijdagnacht in graffiti op de werfpanelen rond de Brusselse beurs geschilderd. Het klopt maar gedeeltelijk. Maar de komende dagen, als protocollen voor sport en evenementen strenger worden, zal het almaar exacter worden en helaas ook nodig.

Er zijn met andere woorden nog altijd tussenstappen voor we bij het uiterste noodscenario uitkomen: de scholen sluiten en het gros van de bedrijven stilleggen, zoals in het voorjaar. Elke dag wordt de vraag pertinenter welke tussenstappen we kunnen nemen om een herhaling te vermijden. En wordt de vraag of het niet overdreven was van België een land zonder cafés en restaurants te maken almaar irrelevanter.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud