Redacteur Politiek

De strijd tegen stikstofvervuiling dwingt de Vlaamse regering de toekomst voor de Vlaamse landbouw te herdefiniëren. Niets aan die discussie is makkelijk, maar ze nog verder uitstellen dan gepland zal ze nog moeilijker maken.

Soms is het belangrijkste wat politici kunnen doen het ergste onheil vermijden, om vervolgens nog altijd te blijven steken in een situatie die onaangenaam en oncomfortabel is. Het lijkt er op dat die attitude afgelopen weekend overheerste op het Martelarenplein, waar de Vlaamse regering verhinderde dat lokale besturen geen vergunningen meer zouden afleveren omdat de regels voor de strijd tegen stikstof onduidelijk zijn geworden.

Het ergste onheil - een complete vergunningenstop - is daarmee vermeden. Maar ook de uitdaging ten gronde aangaan is afgelopen weekend vermeden. Die oefening volgt voor de zomer.

Ze stelt de Vlaamse regering voor ongemakkelijke keuzes. Een eerste is of ze strenger moet worden voor de Vlaamse landbouwers - die verantwoordelijk zijn voor het gros van de stikstofuitstoot in Vlaanderen - dan voor de Antwerpse industrie of voor de gascentrales die nodig worden voor de energiebevoorrading na de kernuitstap. De Boerenbond vindt in die context nu al dat er te veel aan de landbouw wordt gevraagd, in vergelijking met de andere sectoren.

Onvermijdelijk werpt de stikstofdiscussie ook de vraag op tafel welke toekomst de landbouw in Vlaanderen heeft. In het verleden was het antwoord op strengere milieuregels steevast consolidatie: bedrijven werden groter zodat ze de extra milieulasten ook aankonden. Dat de stikstofregeling op die uitweg net een stop zet is lastig, maar hoeft niet de doodsteek voor de landbouw te zijn.

De grote uitdaging wordt nu hoe die grotere schaal op andere manieren mogelijk wordt, zonder op de limieten van de natuur te botsen. Technologie kan een deel van de oplossing brengen. Misschien moet meer landbouwactiviteit weg uit de nabijheid van natuurgebieden en verhuizen naar - helaas duurdere - industriegronden. Misschien ligt er nog meer heil in de export van winstgevende nicheproducten. Misschien zijn er nog andere opties, maar geen enkele wordt makkelijk.

Het enige wat duidelijk is, is dat twee radicale opties niet wenselijk zijn: de schade door stikstof negeren of de landbouw helemaal onmogelijk maken. Nog een goed jaar geleden, toen de coronapandemie los barstte, was er paniek over lege rekken in de winkels. Tegelijk blijkt voedsel kweken zo risicovol dat zelfs de grote supermarktketens - die voor andere producten wél hun eigen huismerken in het rek zetten - zich niet wagen aan landbouw.

Ergens daar tussenin zal een weg moeten worden gevonden. Naar een landbouw die wel nog kan groeien om zo te overleven, zonder dat de ecologische schade mee groeit. Niemand verwacht in deze een mirakeloplossing. Maar het minste wat je kan verwachten is opnieuw dat het grootste onheil wordt vermeden. Daarom wordt het belangrijk dat de Vlaamse regering niet in de verleiding komt lastige beslissingen nog verder voor zich te duwen. Het is belangrijk dat ze voor de zomer, zoals gepland, met grote duidelijkheid de nieuwe spelregels voor de Vlaamse landbouw kan vastleggen. Zodat wie toekomstplannen heeft, minstens weet waar hij of zij aan toe is.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud