Redacteur Politiek

De regering heeft de juiste beslissing genomen door de noodplannen tegen het coronavirus in de hoogste versnelling te gooien. De grote vraag is hoe ze kan garanderen dat het beleid beter wordt nageleefd.

Ons land zit in de allerhoogste alarmfase. Met die woorden begon premier Alexander De Croo (Open VLD) vrijdag de aankondiging dat de regering de strijd tegen het coronavirus drastisch opvoert. Vanaf maandag wordt het om acht uur 's avonds verboden nog alcohol te kopen. Twee uur later zullen elke dag winkels en afhaalrestaurants sluiten. Tussen middernacht en vijf uur ’s ochtends gaat de avondklok in. Cafés en restaurants gaan een maand dicht. Kerstmarkten mogen niet. Telewerk wordt de regel. Iedereen mag één iemand buiten het gezin knuffelen.

De coronacijfers zullen de komende dagen erger worden voor ze beter worden, waarschuwde de premier. En de komende weken worden zeer moeilijk. We staan met andere woorden aan de vooravond van wat een lange, onaangename en eenzame winter dreigt te worden.

De boodschap van de regering is helaas de enige juiste. Er is een bijkomende shock nodig om het virus te stoppen. Het is de correcte beslissing om zwaar in te grijpen, maar de scholen en de bedrijven open te houden.

De belangrijkste schaduwzijde is dat voor de horeca de maatregelen hard en onrechtvaardig aankomen. Veel cafés en restaurants hebben de voorbije maanden grote moeite gedaan om coronaveilig te werken en moeten nu toch dicht. Daarom is het niet meer dan correct dat er extra steun komt om de sector door de crisis te trekken.

Het is één ding dat de communicatie en de teneur van de coronaboodschap vrijdagavond goed zat. Het is iets anders om iedereen die geen krant leest of het nieuws bekijkt te bereiken.

De grote vraag is hoe dit beleid wordt afgedwongen. Het is één ding dat de communicatie en de teneur van de coronaboodschap vrijdagavond goed zat. Het is iets anders om iedereen die geen krant leest of het nieuws bekijkt te bereiken. En het is nog iets anders om iedereen mee te krijgen in het verhaal.

In het voorjaar ging het op dat punt alle kanten uit. Van de politiestaat waarbij de politie kwam controleren of niemand in zijn eentje op een bankje zat tot een situatie waarin niemand nog leek te weten wat de regels waren en er zich ook niets meer van aantrok.

De corona-app moest burgers helpen het beleid preciezer uit te voeren, maar ze is er pas nu het virus weer op volle kracht is. Hetzelfde geldt voor de barometer en de fijnmazige hyperlokale data voor Brussel, die er pas zijn nu de hele kaart rood kleurt.

Het valt op hoe de regering ook daar een lijn probeert te trekken. De avondklok en het verbod op avondlijke alcoholverkoop moeten een lichte rem op illegale feestjes zetten, zonder in een politiestaat te vervallen.

Toch zijn er nog altijd te veel losse eindjes. Vorige week, toen het coronavirus in Brussel opleefde, werden in het Brussels Gewest 46 pv's uitgeschreven, waarvan twee in Molenbeek. Deze week was er de ronduit storende verklaring van de Brusselse minister van Gezondheid Alain Maron (Ecolo) die op de rem stond om de testen in Brussel te verhogen, omdat dat 'in de eerste plaats tot een grote berg afval leidt'.

Dat soort dingen kunnen we missen, omdat de komende maanden een heel smal pad moet worden bewandeld om het vertrouwen van de bevolking in het coronabeleid te herstellen. Het zal moeten gebeuren terwijl de cijfers nog even stijgen, de gevraagde inspanningen hoog blijven en zelfs een versoepeling met de nodige remmen op zal moeten gebeuren.

Het beleid is helaas het juiste. Nu nog meer vertrouwen en een betere handhaving.

Lees verder

Gesponsorde inhoud