Stefaan Michielsen

Kiezen wie ons land 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen mag leveren, wordt lastig. Militaire overwegingen zouden moeten overheersen. Maar ook economische en politieke factoren spelen mee.

Twee kandidaten, de Britten met de Eurofighter en de Amerikanen met de F-35, dienden gisteren hun finale bod in voor de levering van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen aan het Belgische leger. Via een ommetje dingen ook de Fransen met de Rafale nog mee naar het contract.

Het gaat om een aankoop van 3,6 miljard euro, over een looptijd van 20 jaar is er zelfs bijna 20 miljard mee gemoeid. Dat is een bom geld.

Toch is het een verantwoorde uitgave. In de hedendaagse oorlogsvoering speelt de luchtmacht een belangrijke rol. En als lid van een militaire alliantie zoals de NAVO en als deelnemer aan de Europese defensiesamenwerking, moet België zijn deel van de inspanningen dragen. Schuilen onder de paraplu van een ander is al te gemakkelijk. De verdediging van het land, van het grondgebied en van de burgers is een van de prioritaire opdrachten van een staat. Als België die taak niet ernstig neemt, kunnen we net zo goed onze onafhankelijkheid opgeven.

De regering moet nu de beste van de drie kandidaturen kiezen. Geen makkelijke opdracht. In de eerste plaats: hoe moet ze reageren op het Franse voorstel? Het antwoord ligt voor de hand: de regering heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven en dient die te volgen. De procedure waarborgt transparantie en een gelijk speelveld en maakt het mogelijk de biedingen te vergelijken. Wie de regels niet volgt en zijn huiswerk niet maakt, dient gediskwalificeerd te worden. Het Franse voorstel meenemen in de evaluatie zou dus respectloos zijn tegenover de twee andere kandidaten. Alleen als dat voorstel met grote voorsprong superieur is, mag de regering ervoor kiezen. Maar ze moet dat dan omstandig verantwoorden.

Vervolgens: dit is een defensiedossier. De militaire aspecten moeten bij de beoordeling het zwaarst doorwegen. Het betreft dan de prestaties van het gevechtsvliegtuig, uiteraard afgewogen tegen de kostprijs van aanschaf en onderhoud. Maar evenzeer tegen het partnerschap en de militaire samenwerking die de kandidaten voorstellen.

We moeten niet blind zijn voor de economische opportuniteiten die het contract voor de F-16-opvolger de Belgische bedrijven biedt.

Ook de aangeboden economische compensaties zijn van belang, maar pas in ondergeschikte orde. We moeten niet blind zijn voor de opportuniteiten die zo’n defensiecontract Belgische bedrijven kan opleveren inzake onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Het stelt hen in staat knowhow te verwerven die ze later ook op andere manieren te gelde kunnen maken.

Het gaat hier om een aankoop van staat tot staat. Er is veel geld mee gemoeid, de inzet is hoog. En dus wordt er, nog meer dan anders, heel wat politieke druk uitgeoefend. In dit dossier vooral door Frankrijk en door de Verenigde Staten. Dat zou de beslissing echter niet mogen beïnvloeden. De verschillende offertes zouden op hun merites beoordeeld moeten worden, volgens de criteria bepaald in het aanbestedingsdossier.

Dat is de theorie. De realiteit is dat België als klein land, wanneer het zaken doet met grotere landen - buurlanden, belangrijke handelspartners en militaire bondgenoten - waarvan het in andere kwesties afhankelijk is, die politieke druk toch ondergaat en weinig middelen heeft zich daartegen te verweren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content