Hoe de overheid haar begrensde financiële middelen het best inzet in de gezondheidssector, is een heel lastige vraag.

V ele kleintjes maken een groot. Een sms-geldinzamelactie voor een dure behandeling voor een Antwerpse baby die aan een zeldzame en levensbedreigende spierziekte lijdt, bracht in één dag al ruim de helft van het benodigde bedrag op. Vlaanderen blijkt niet ongevoelig voor het verhaal. Daardoor is de kans reëel dat de ouders de 1,9 miljoen euro vinden die het geneesmiddel kost. Dat is geweldig nieuws. Emotie leidt tot een doorbraak. Maar crowdfunding biedt geen structurele oplossing. Er zijn nog heel wat andere mensen met medische problemen voor wie de kostprijs van de behandeling hun financieel vermogen te boven gaat en die in kou blijven staan.

Een geneesmiddel van 1,9 miljoen euro is enorm duur. Exorbitant duur. Dat een farmabedrijf dat zelfs durft te vragen, wetende dat weinigen dat kunnen betalen! Hoort de prijs van een geneesmiddel niet acceptabel te zijn? Hier wordt een ethische grens overschreden, valt te horen.

Wanneer is een prijs te hoog? Het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of behandelingen vergen grote investeringen. Als ze bestemd zijn om zeldzame ziektes te bestrijden, kan het bedrijf er geen massa’s van verkopen en ligt de prijs ervan onvermijdelijk hoog.

Het schrappen van financiële prikkels in de farmasector zal het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen fnuiken.

Het kan een farmaonderneming niet worden verweten er een redelijke winstmarge op te nemen. Als vergoeding voor het risico en om de kosten te dekken van ander onderzoek dat op niets is uitgedraaid. Je kan alle financiële prikkels in de farma-industrie bannen. Maar dan verdwijnt een belangrijke stimulus om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen en te blijven zoeken naar medicijnen tegen minder voorkomende aandoeningen. Winst is een drijfveer om nieuwe dingen te proberen.

De overheid kan garanderen dat geneesmiddelen voor iedereen betaalbaar blijven, door ze te subsidiëren. Het is een manier om te vermijden dat goede gezondheidszorg alleen in het bereik is van de happy few. Dat is wat we als maatschappij willen. Maar geneesmiddelen en medische behandelingen worden steeds gesofistikeerder en duurder. De subsidiepot van de overheid is echter eindig. Als meer geld naar het subsidiëren van de ene behandeling gaat, is er minder voor de andere. Het is lastig die tegenover elkaar af te wegen.

Maar er moeten keuzes worden gemaakt. Gebruiken we het geld om een zo groot mogelijke groep te helpen? Of geven we het aan enkelingen? Zelfs als de overheid de beslissing daarover overlaat aan een panel van experts, komt het erop neer dat die in het ene geval de duim omhoogsteken en in het andere geval omlaag. Ze hebben daar dan ongetwijfeld goede argumenten voor. Maar wie uit de boot valt, heeft daar geen boodschap aan.

Een manier om die keuzes te maken, is zich te laten leiden door de economische rationaliteit. De overheid moet haar schaarse middelen in de gezondheidssector daar inzetten waar de maatschappelijke baten het hoogst zijn. Dat lijkt evident. Maar de economische rationaliteit volgen botst in een aantal gevallen onvermijdelijk op ethische bezwaren. Gezondheid, en leven en dood, zijn erg emotionele kwesties die de ratio naar de achtergrond duwen. Er zijn veel lastige vragen, maar geen eenvoudige antwoorden.

Lees verder

Tijd Connect