Lege stoelen

©BELGA

Dat de staat als hoofdaandeelhouder van een Bpost in crisis wegens een partijpolitieke twist drie bestuurdersstoelen leeg laat, is een schande.

‘Bpost staat op een brandend platform’, zei topman Koen Van Gerven in mei dit jaar, verwijzend naar de grote uitdagingen waarmee het bedrijf wordt geconfronteerd. Zes maanden later zijn de vlammen niet geblust, het vuur laait integendeel nog hoger op. Het aandeel van Bpost zakte gisteren op de Brusselse beurs tot het laagste peil ooit. Sinds januari is het bedrijf al de helft van zijn beurswaarde kwijtgespeeld.

De uitdagingen waar Bpost voor staat, zijn nog altijd even groot. De traditionele brievenpost blijft sterk verminderen. Bpost wint weliswaar terrein op de pakjesmarkt, maar de concurrentie daar is stevig en de winstmarges zijn beperkt. De aankoop van het e-commercebedrijf Radial in de Verenigde Staten is een miskleun.

Tegelijk is de bewegingsruimte voor Van Gerven om de rendabiliteit op te krikken beperkt. De regering heeft hem wel de toestemming gegeven om de prijs van de postzegels op te trekken - voor snelle leveringen. Maar de piste om niet langer elke werkdag een postronde te organiseren, botste op een njet.

Kleine politieke spelletjes zetten de toekomst van een belangrijk bedrijf met duizenden werknemers op het spel.

Bovendien krijgt Bpost nog enkele problemen extra op zijn bord. De vakbonden zijn overgegaan tot een vijfdaagse staking om te protesteren tegen de volgens hen te hoge werkdruk en het personeelstekort bij Bpost. De staking dreigt Bpost klanten te kosten: een aantal e-commercebedrijven overweegt scheep te gaan met een andere pakjesbezorger.

Op de koop toe heeft Van Gerven in zijn communicatie gisteren over de kwartaalresultaten bij de internationale beleggers twijfel gezaaid over de correctheid van de cijfers die Bpost publiceert. Kunnen ze daar nog op voortgaan? Als een beursgenoteerd bedrijf het vertrouwen van de beleggers verspeelt, kan dat verreikende gevolgen hebben.

Het is overdreven te zeggen dat Bpost op de rand van de afgrond staat. Het bedrijf zette over de eerste negen maanden van het jaar nog een winst neer van 175 miljoen euro - als dat cijfer juist is, tenminste. Maar Bpost verkeert wel in een crisis. Als er niet wordt ingegrepen, dreigt het verder bergaf te gaan met het bedrijf en blijft er van de beurswaarde weinig over. De overheid, die de helft van Bpost bezit, dreigt er zwaar aan te verliezen.

De regering heeft er dus alle belang bij dat er snel orde op zaken wordt gesteld. Maar ze gedraagt zich helemaal niet als een verantwoordelijke aandeelhouder. Een half jaar al laat ze drie mandaten in de raad van bestuur van Bpost die haar toekomen vacant, omdat de regeringspartijen het niet eens raken over wie de zitjes mag invullen. De drie lege stoelen hypothekeren de goede werking van de raad van bestuur, die de directie moet ondersteunen en bij de les moet houden. Als de grootste aandeelhouder een afwezigheidspolitiek voert, heeft dat onvermijdelijk een impact op het bedrijf. Kleine politieke spelletjes zetten de toekomst van een belangrijke onderneming met duizenden werknemers op het spel. Dat is een schande.

De raad van bestuur telt ook een vijftal onafhankelijke bestuurders, onder wie enkele internationale zwaargewichten. Die nemen voorlopig een afwachtende houding aan. En dat is begrijpelijk. Ze verwachten natuurlijk dat de meerderheidsaandeelhouder de zaak in handen neemt. Maar ze hebben ook een verantwoordelijkheid, ze mogen niet toestaan dat het bedrijf de dieperik ingaat omdat de hoofdaandeelhouder aan zijn plicht verzaakt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud