Bart Haeck

Het zou niet goed zijn, mocht het Europees Parlement Ursula von der Leyen wegstemmen als kandidaat-voorzitter van de Commissie.

Is de Duitse minister van Defensie Ursula von der Leyen de juiste vrouw op de juiste plek om vanaf november de Europese Commissie te leiden? Dinsdagavond stemt het Europees Parlement over de vraag, nadat von der Leyen de voorbije weken een charmeoffensief langs de grote fracties in het parlement heeft gevoerd en daarbij maar gedeeltelijk succes heeft geboekt.

Op het eerste gezicht zijn er andere namen die logischer klinken dan die van von der Leyen. Het is niet moeilijk in te zien hoe de liberale Margrethe Vestager of de sociaaldemocraat Frans Timmermans meer enthousiasme kunnen losweken dan de zakelijke Duitse.

Bovendien werd aan de kiezer die op 26 mei op de EVP stemde - in Vlaanderen CD&V - verteld dat zo’n stem ook steun betekende voor de kandidatuur van Manfred Weber om de Commissie te leiden. In die zin is het niet verwonderlijk dat het Europees Parlement kwaad is, omdat het net vijf jaar geleden de macht over de Commissie-topbanen naar zich toe had getrokken.

Achter de vraag of Von der Leyen voorzitter kan worden, schuilt een dieper liggende kwestie.

Achter de vraag of von der Leyen voorzitter kan worden, schuilt daarom een andere, dieper liggende, kwestie: beschikt ze over voldoende legitimiteit om een van de machtigste jobs in de Europese politiek uit te oefenen? Uiteindelijk waren het de staatshoofden en regeringsleiders van de EU-landen die eerder deze maand na een marathonvergadering haar naam uit een hoge hoed toverden.

Voor wie het antwoord zoekt, is het interessant te kijken hoe het vijf jaar geleden is gelopen. Toen haalde Jean-Claude Juncker het, een man die als premier van Luxemburg net had moeten aftreden na een mega-afluisterschandaal, wiens partij voor het eerst in decennia uit de regering werd gegooid, die in eigen land niet eens verkiesbaar was voor het Europees Parlement en van wie toen al openlijk werd gezegd dat hij misschien iets te veel drinkt dan goed voor hem is.

Maar Juncker was nu eenmaal de spitzenkandidaat van de EVP. Een van de redenen was dat hij in het Duits overeind kon blijven in een tv-debat met de sociaaldemocraat Martin Schulz, de tegenstander van bondskanselier Angela Merkel. En als spitzenkandidaat kreeg hij vervolgens de steun van het Europees Parlement, dat zo de macht over de topjobs greep.

Juncker heeft het achteraf gezien beter gedaan dan velen aanvankelijk vreesden, maar voor het publieke imago van de EU was hij vaak een ramp.

Was dat een perfect systeem? Niet echt. Je kon moeilijk zeggen dat er groot enthousiasme voor Juncker was. Hij heeft het achteraf gezien beter gedaan dan velen aanvankelijk vreesden, maar voor het publieke imago van de EU was hij vaak een ramp.

Het toont hoe de legitimiteit voor de Europese topjobs over meer gaat dan alleen de vraag welke partij de Europese verkiezingen won en wie haar spitzenkandidaat is. Het zoeken naar evenwicht tussen geografie, geslacht en politieke kleur in de Europese topjobs heeft daarom een terechte reden.

Het zou merkwaardig zijn, mocht het Europees Parlement die afweging negeren, zeker voor een kandidaat die de moeilijke en uit compromissen opgetrokken Duitse politiek van binnenuit kent en geschiedenis kan schrijven als de eerste vrouwelijke voorzitter van de Commissie.

Lees verder

Tijd Connect