Redacteur Politiek

Het coronavirus veroorzaakt niet alleen een gezondheids- en een economische crisis, maar legt ook een leiderschapscrisis bloot.

We beleefden maandag de dag waarop de coronarollercoaster, die al flink naar omlaag ging, in een rotvaart naar beneden bleef denderen. Wie de onaflatende nieuwsstroom volgde, zag in 24 uur de Europese industrie en consumentenhandel voor zijn ogen bijna stilvallen.

Soms gebeurde het met laat berouw, zoals bij Torfs, die vrijdag nog ‘late night shopping’ invoerde om de schok van het inkomstenverlies te incasseren, maar maandag alle 80 winkels sloot. Soms gebeurde het klap na klap na klap, zoals in de luchtvaartsector. Soms gebeurde het door het loslaten van principes waar decennia voor gevochten is, zoals het sluiten van Europese grenzen en het herbekijken van het verbod op nationale staatssteun. Even vaak gebeurde het met een bijna groteske machteloosheid, zoals de centrale banken die de honderden miljarden in het rond strooien en nog altijd de vloer onder de aandelenmarkten zien wegzakken.

Wie de onaflatende nieuwsstroom volgde, zag in 24 uur de Europese industrie en consumentenhandel voor zijn ogen bijna stilvallen.

De curves van de besmettingen en de overlijdens suggereren dat deze crisis razendsnel gaat en eerst erger zal worden voor ze beter kan worden. Het enige goede nieuws is dat in Italië, China en Zuid-Korea de quarantainemaatregelen lijken te werken. Het slechte nieuws is dat corona niet alleen synoniem staat voor een gezondheids- en economische crisis waarvan we het einde nog niet gezien hebben, maar op een zeer pijnlijke manier ook een leiderschapscrisis blootlegt.

Dat is zo op internationaal niveau. Het verschil tussen hoe in de financiële crisis de Verenigde Staten samenwerken met de Europese en andere grote economische mogendheden en de manier waarop de Amerikaanse president Donald Trump denkt dit op te lossen door het trans-Atlantische vliegverkeer stil te leggen, is enorm.

Pijnlijker

De vrees leeft dat het ook voelbaar wordt op Europees niveau, waar de grenzen sluiten en ECB-voorzitster Christine Lagarde vorige week blunderde door te suggereren dat ze Italië niet zal helpen. Of het zo’n vaart loopt, valt te bezien, omdat het beleid wel degelijk in de goede richting gaat, als het maar snel genoeg gaat.

Veel pijnlijker blijft het Belgische niveau, waar een weekend vergaderen over een noodregering – waar in een normaal land de sterkste schouders onder worden gezet – resulteerde in het vertrouwen vragen voor een minderheidsregering. Even teleurstellend is de manier waarop PS-voorzitter Paul Magnette een historische kans heeft gemist om de hand te reiken aan de Vlaamse kiezers, nog altijd een meerderheid in het België dat hij zegt te verdedigen.

Even lastig aan Vlaamse kant is de opnieuw verkeken kans bij de N-VA om na de verkiezingen bondgenoten te vinden en in tijden van nood aan het beleid te beginnen. En de rest is te klein, wat resulteert in een oorlogskabinet dat vanuit een minderheid in lopende zaken steun moet zoeken.

Je kan daar een regimecrisis in zien. Maar na de afgelopen dagen kan je er ook een leiderschapscrisis in zien.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud