De coronacrisis vormt voor de meeste organisaties, publiek of privaat, de belangrijkste leiderschapstest in jaren. Solvay doorstond hem donderdag met glans.

Een crisis kraakt en maakt leiders. Sommigen vallen door de mand. Anderen staan op. Tot die tweede categorie behoren Ilham Kadri, de CEO van Solvay, en de erfgenamen van Ernest Solvay, nog altijd de belangrijke aandeelhoudersfamilies achter de chemiegroep.

Net zoals ongeveer alle bedrijven op dit moment stevent Solvay af op een rampjaar. Het begon niet eens met het coronavirus, maar met het aan de grond zetten van de Boeings 737 Max, na twee dodelijke crashes. Solvay is een belangrijke leverancier aan Boeing. Daar kwamen problemen bovenop bij een andere klant, de schalieoliesector. Maar nu is er ook de klap van het virus, dat de economie met een schok tot stilstand brengt.

Tot verbazing van velen meldde Solvay dat het zijn dividend behoudt. Tegelijk roept het zijn aandeelhouders op een derde van dat dividend te storten in een solidariteitsfonds voor werknemers, zelfstandigen en liefdadigheidsorganisaties. De voorzitter van de raad van bestuur van Solvay, Nicolas Boël, stort de helft van zijn jaarloon in het fonds, CEO Illham Kadri 15 procent. Andere werknemers kunnen vrijwillig een bijdrage doen. Die wordt verdubbeld door het bedrijf.

Intelligent

De aandeelhouders worden in goede tijden veel beter beloond dan de werknemers. Dus is het logisch dat ze in slechte tijden ook als eersten de factuur oprapen.

Het is een intelligente beslissing, die toont dat Solvay de zaakjes op orde heeft. Het dividend blijft voor wie dat wil, wat voor het bedrijf een geloofsbelijdenis is geworden. De laatste keer dat Solvay snoeide in het dividend was in 1982. Tegelijk wordt het goede gedaan, door een fonds op te richten en de oproep tot een vrijwillige bijdrage te lanceren. Tegelijk blijft dit een moedige beslissing. Solvay schrapt dit jaar voor de zekerheid 250 miljoen euro aan investeringen, wat toont dat 2020 een rampjaar blijft.

Het doet denken aan het boek en de bijhorende TED-talk van Simon Sinek over leiderschap: 'Leaders eat last'. De titel verwijst naar een praktijk bij het US Marine Corps. Tijdens gevechten eten de soldaten eerst, de officieren laatst. Als er dus te weinig voedsel is in het heetst van de strijd, zijn de lege borden voor de bazen.

Dat toont aan hoe een goede crisisrespons ineen zit. De aandeelhouders lopen risico en worden daar in goede tijden veel beter voor beloond dan de werknemers. Dus is het logisch dat ze in slechte tijden ook als eersten de factuur oprapen. Het topmanagement, dat aanspraak kan maken op bonussen, zit tussenin de aandeelhouders en de werknemers. In die zin is het logisch dat de costcutting begint met uitstel van investeringen, dan een bijdrage van de aandeelhouders, vervolgens van het management en daarna pas van de werknemers. Net zoals het logisch is die volgorde om te draaien bij de heropstart. 

Sinek bedoelde met 'Leaders eat last' dat de belangrijkste taak van leiderschap erin bestaat vertrouwen te bouwen in je organisatie, zodat zeker in crisistijden iedereen aan hetzelfde zeel trekt. Solvay doorstond donderdag die test met verve.

Lees verder

Gesponsorde inhoud