Redacteur Politiek

Dat vakbonden het centraal loonoverleg niet eens willen beginnen, doet vragen rijzen over de zin van dat overleg. Het legt een gebrek aan leiderschap bloot en doet het ergste vrezen over het vermogen in ons land nog collectief beslissingen te nemen.

Al twee keer is het geprobeerd, maar de vakbonden en de werkgevers slagen er zelfs niet in nog maar onderhandelingen te beginnen over hogere lonen. Ze duwen de bal in het kamp van federaal minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne (PS). Die probeerde hem gisteren terug naar de vakbonden en werkgevers te sjotten.

De discussie draait om de vraag tot waar werknemers mee de vruchten mogen plukken van hun werk. Het is een fragiele oefening, omdat werkgevers niet altijd zin hebben die vruchten te delen en vakbonden de neiging hebben vruchten te claimen die er niet zijn.

Om het evenwicht te zoeken becijfert de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven hoeveel opslag in de Belgische bedrijven mogelijk is zonder ze in de concurrentiestrijd met sectorgenoten uit de buurlanden in de problemen te brengen. Die oefening leidt tot een loonstijging van maximaal 0,4 procent, boven op een verwachte indexering van 2,8 procent.

Dat daarover zelfs geen gesprekken mogelijk zijn, toont de aberratie van het hele systeem. Het is niet zinvol loononderhandelingen voor alle bedrijven samen te voeren, zeker niet in deze tijden. Daarvoor is de asymmetrie van de coronaschok te groot.

Voor horecabedrijven, die nog altijd dicht zijn en vechten voor hun overleven, is een stijging van de loonkosten met 3,2 procent - indexering plus opslag - zelfmoord. Het is geen overbodige luxe eraan te herinneren dat volgens Graydon-data een op de drie bedrijven naar adem hapt. Voor de werknemers van de vaccinbedrijven, die overuren kloppen, is 0,4 procent opslag misschien te weinig, omdat er keihard wordt gewerkt.

Als vakbonden en werkgevers er niet uit geraken, is het beter de onderhandelingen gewoon per sector of op bedrijfsniveau te voeren.

Als vakbonden en werkgevers er toch niet uit geraken, is het beter de onderhandelingen gewoon per sector of op bedrijfsniveau te voeren. Daar heerst doorgaans een beter wederzijds begrip over hoeveel vruchten precies kunnen worden geplukt, hoe ze kunnen worden verdeeld en wat het risico is dat er straks geen vruchten meer groeien.

Gebrek aan leiderschap

Behalve een aberratie qua loonoverleg is dit ook een stuitend gebrek aan leiderschap. Vakbonden zijn net voorstander van een centraal loonoverleg omdat ze geen te grote loonverschillen tussen sectoren willen. Dat ze niet eens bij hun achterban durven te verdedigen dat ze loongesprekken beginnen, roept de vraag op waarom ze voor die opdracht eigenlijk nodig zijn.

Het leidt naar een bredere, even ongemakkelijke vraag: in welke mate zijn we nog in staat collectieve beslissingen te nemen? De overheid krijgt voor die collectieve beslissing een mandaat van de kiezer en moet werken binnen de grenzen van de belastingen die ze bij die kiezer int. In België - en Vlaanderen - slagen we er al jaren niet meer in binnen die grenzen overheidsbeleid te voeren.

De coronapandemie heeft de noodzaak binnen die financiële grenzen te werken even opgeschort, maar die periode van genade blijft niet duren. We moeten binnenkort weer proberen te leven binnen de limieten van het geld dat er is, zonder ons rijk te rekenen. Het loonoverleg voorspelt weinig goeds over de realitycheck die dat met zich meebrengt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud