Redacteur Politiek

Het goede nieuws is dat de loonkostenhan­dicap met onze buurlanden kleiner wordt. Maar Ford Genk leert andermaal dat de kloof nog altijd gevaarlijk groot is.

Het was een opmerkelijk stukje radio dit weekend, op de Nederlandse zender BNR. Gerard Bolder, de algemeen directeur van Ford Nederland kreeg de vraag waarom de fabriek in Genk eigenlijk dicht moest. Het antwoord was kort: ‘Ik denk dat het vooral te maken heeft met de kosten van arbeid in België. De maakindustrie is België aan het verlaten.’

Bolders antwoord is opmerkelijk, want toen op 24 oktober 2012 werd aangekondigd dat Ford Genk moest sluiten, werd op alle mogelijke manier rond de loonkosten heen gefietst. ‘Alle kostenelementen spelen een rol’, zei Stephen Odell, de baas van Ford Europe, toen. ‘Maar het belangrijkste element was de capaciteitsbenutting.’

Zegt de baas van Ford Nederland twee jaar later wat echt werd gedacht in de Ford-hoofdkantoren? Cijfers van Eurostat geven hem alvast gelijk. Een uur arbeid in ons land kost nog altijd 16 procent meer dan bij onze buren. Concreter: een Belgische arbeider moet een zesde beter, harder en slimmer werken dan een Nederlandse, Franse of Duitse collega. Het is dat, of uit de markt worden geduwd. In die zin is de maakindustrie nog altijd in gevaar.

Het goede nieuws is dat de trend langzaam keert. Voor het tweede kwartaal op rij verkleint de loonkloof met onze buurlanden, zegt Eurostat. En ook de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, stelt vast dat de kloof verkleint. Dat heeft te maken met Duitsland, waar de lonen sterker zijn beginnen te stijgen dan in ons land. Maar ere wie ere toekomt: het heeft ook te maken met het beleid van de regering-Di Rupo. Die besliste dat de lonen niet sneller mochten stijgen dan de inflatie en de afgesproken loonsverhogingen. Het ABVV en het ACV betoogden tegen die loonblokkering, ook al betoogden ze zo tegen een maatregel die jobs bevordert.

Ook nu zien de vakbonden de krimpende loonkostenkloof al meteen als een argument om de lonen weer te laten stijgen. De kloof van 16 procent en het citaat van de Nederlandse Ford-directeur zou hen op andere ideeën moeten brengen. Daarom is het cruciaal dat de regering-Michel de door Elio Di Rupo ingezette koers kan volhouden. Met de indexsprong doet ze dat.

We moeten af van het idee dat er makkelijke en pijnloze oplossingen zijn voor de situatie waarin de Belgische economie zich bevindt. De overheid geeft al jaren meer geld uit dan ze heeft, we hálen al wereldrecords voor belastingen en er werken relatief weinig mensen. Zo’n model is niet duurzaam.

Uiteraard is de loonkloof met de buurlanden niet in enkele jaren te dichten, en ook niet met loonmatiging alleen. Ook een taxshift is nodig. Hopelijk blijven de Duitse, Franse en

Nederlandse lonen wat sneller stijgen dan de onze. Maar de richting waarin het beleid evolueert, moet wel helder en duidelijk blijven. Het is tegen ons eigenbelang om de loonkloof te laten voor wat ze is of ze opnieuw te laten stijgen. Als we echt jobs willen in de maakindustrie, moet ze dalen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud