Loonkosten niet enige factor voor verhuizing

(tijd) - De beslissing van Belgische metaalverwerkende bedrijven om hun productie-eenheden te verhuizen, hangt af van verschillende factoren. De loonkosten zijn weliswaar een zeer belangrijke, maar niet de enige factor in het beslissingsproces. Dat leert een studie van het Federaal Planbureau. De klassieke argumenten voor het behoud van de activiteiten in België, zoals de hoge arbeidsproductiviteit, lijken stilaan achterhaald.

Het Federaal Planbureau maakte een studie over de factoren die een beslissende rol spelen in de keuze of beslissing voor een internationale vestigingsplaats. Het Planbureau deed dat op vraag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CBR) en de multisectorfederatie van de technologische industrie Agoria. Tot die federatie behoren onder andere autoproducenten als Volvo, Ford en Opel, de staaldraadproducent Bekaert, lucht- en ruimtevaartbedrijven en ondernemingen in de informatie-en communicatietechnologie.

'Wegens het ontbreken van statistieken is de omvang van de uitwijkingen nauwelijks te meten', zegt Henri Bogaert, commissaris van het Planbureau. 'Bovendien is het begrip 'delokalisatie' of verhuizing moeilijk af te bakenen. Naast de klassieke verhuizing, het stopzetten van een bestaande economische activiteit en verhuizing naar het buitenland, doen zich ook sluipende vormen van uitwijking voor. 'Ondernemingen gaan op zoek naar sterke groeimarkten en opteren ervoor niet in België maar in het buitenland te investeren. Die 'gederfde' uitbreiding van de nationale productiecapaciteit is ook een verlies voor België', legt Bogaert uit. Het doel van de studie was niet de omvang van de uitwijking in kaart te brengen, wel om tot een rangschikking te komen, in orde van belangrijkheid, van beslissende factoren. Vandaar dat onderzoekers eerst een inventaris samenstelden van belangrijke factoren opgesomd in de wetenschappelijke literatuur en die vervolgens te toetsen aan de bevindingen van ondernemers uit de metaalverwerkende nijverheid. 'De uiteindelijke beslissing is altijd gebaseerd op een combinatie van factoren', zegt Bart Hertveldt, adviseur bij het Federaal Planbureau.

De nabijheid van nieuwe groeimarkten is belangrijk in het beslissingsproces. 'Ook de loonkosten zijn, samen met andere arbeidsgebonden factoren zoals knowhow, het opleidingsniveau en de motivatie, zeer belangrijk', zegt Hertveldt. Het is al bekend dat de uurloonkosten voor arbeiders in de Belgisch verwerkende nijverheid tot de hoogste van de Europese Unie behoren. Nogal wat bedrijven maken zich zorgen over de loonstop in Duitsland waardoor het loonvoordeel dat België nu nog heeft tegenover (West-)Duitsland snel dreigt te verdwijnen.

De hoge loonkosten in België worden vaak gerelativeerd door de te verwijzen naar de hogere productiviteit in ons land. 'De panelleden hebben daar toch bedenkingen bij', vervolgt Hertveldt. 'Bedrijven hebben in het buitenland vaak van meet af aan een even modern, of zelfs een moderner, machinepark dan in België. Daardoor halen de ondernemingen er vrij snel na de opstart eenzelfde productiviteit.'

Ook grote investeringen in automatiseringsprocessen houden ondernemingen niet hier. 'Machineparken en productielijnen zijn tegenwoordig bijzonder mobiel en vrij probleemloos te verplaatsen. Ook is de levensduur van een metaalverwerkende vestiging in de meeste gevallen minder dan tien jaar. In de automobielsector hangt de levensduur van een productie-eenheid samen met de levenscyclus van een automodel, gemiddeld amper vijf tot zes jaar', vervolgt Hertveldt.

België scoort traditioneel goed wat de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel betreft. Maar ook dat is geen reden om op onze lauweren te rusten, want ook voor opleidingsniveau ondervindt ons land toenmende concurrentie van opkomende markten als China en India.

Het imago van een regio is 'gemiddeld' belangrijk. Zo kan volgens een ondernemer 'elk zichzelf respecterend bedrijf er niet van onderuit tegenwoordig in China present te zijn.' Ook de fiscale druk is van 'gemiddeld' belang omdat vooral internationale spelers wat fiscale speelruimte hebben.

Een minder belangrijke factor is de nationaliteit van de aandeelhouders. 'Wanneer een bedrijf in handen van buitenlandse investeerders komt, wordt de vestigingsplaats aanvankelijk wel in twijfel getrokken, maar op lange termijn is de nationaliteit van de aandeelhouders niet doorslaggevend', besluit Hertveldt.

EC

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud