Senior writer

De maatschappelijke discussie over de toplonen heeft effect gehad: er is een rem gezet op de stijging van de CEO-salarissen. Maar dat gebeurt in elke land op een andere manier.

Er is een einde gekomen aan de voortdurende stijging van de toplonen. Uit een studie van de Vlerick Business School naar het remuneratiebeleid van de beursgenoteerde bedrijven in België en zijn buurlanden blijkt dat in een op de twee bedrijven het salaris van de CEO de voorbije drie jaar niet is gestegen. In een aantal gevallen is het zelfs gedaald.

Dat is tegen de achtergrond van een slabakkende economie perfect logisch. Het toont aan dat de evolutie van de managementvergoedingen toch niet helemaal losstaat van de ontwikkelingen in de economie en in de bedrijven. Maar de matiging is zeker ook het resultaat van de maatschappelijke discussie die de voorbije jaren op gang is gekomen over de soms exorbitante vergoedingen van een aantal topmanagers.

Die maatschappelijke discussie heeft de bedrijven verplicht de hoge salarissen van hun toplui te rechtvaardigen. In een aantal gevallen waren die niet te rechtvaardigen en zijn ze verlaagd. De overheid heeft zich ook gemengd in het debat, door de regels voor deugdelijk bestuur in de beursgenoteerde ondernemingen aan te scherpen, meer bepaald inzake de totstandkoming van de remuneratiebeslissingen. Hier en daar is de overheid nog een stap verder gegaan, door zelf rechtstreeks in te grijpen in de topsalarissen. In België heeft de regering bijvoorbeeld geknipt in de vergoedingen voor de toplui van de beursgenoteerde overheidsbedrijven Belgacom en Bpost.

De managementsalarissen blijven best hoog, in vergelijking met wat een gewone werknemer verdient. De toplui hebben vooralsnog weinig reden zich verongelijkt te voelen door de matiging die ze vrijwillig of minder vrijwillig hebben aanvaard. Wie een jaarsalaris ontvangt van 1 of 2 miljoen euro, of meer, mag niet klagen. Het zou bovendien moeilijk te verkopen zijn dat de toplonen beduidend blijven stijgen, terwijl de salarissen van de meeste werknemers bevroren worden en het besparingsbeleid dat verschillende regeringen voeren van de gezinnen belangrijke financiële inspanningen vraagt. Dat op de topsalarissen een rem wordt gezet, is een minimale vorm van solidariteit.

Maar die rem is niet in alle landen dezelfde. Elk land probeert op zijn eigen manier de maatschappelijke verontwaardiging te temperen die de hoge managementvergoedingen hebben opgewekt. Het resultaat is dat de voorschriften, normen en standaarden inzake de remuneratie van topmanagers in de verschillende landen steeds meer uiteen beginnen te lopen. Die beweging staat haaks op de tendens tot grotere internationalisering van de bedrijven. Het is bizar dat het land waar de hoofdzetel van het bedrijf gevestigd is een belangrijker criterium wordt in de hoogte en samenstelling van het salarispakket van een CEO dan de grootte van het bedrijf en de rendabiliteit ervan. Waarom proberen landen niet om onder de Europese paraplu de violen te stemmen? Om te vermijden dat er op termijn een te ongelijk speelveld ontstaat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud