Loonmatiging

©Debby Termonia

De Belgische loonhandicap is weggewerkt, de teugels van de loonmatiging kunnen worden gevierd. Stop met het maken van centrale loonafspraken, geef bedrijven de vrijheid daarover te beslissen.

Een belangrijk keerpunt is bereikt. De Belgische lonen stijgen niet meer sneller dan die in onze buurlanden. Meer nog, de loonhandicap die België had opgebouwd sinds 1996, toen er een wet kwam ‘ter preventieve vrijwaring van ’s land concurrentievermogen’, is eindelijk weggewerkt. En als gevolg van de tweede fase van de taxshift dalen dit jaar de sociale werkgeversbijdragen en bouwt ons land zelfs een loonvoordeel op tegenover Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Het wegwerken van de loonhandicap heeft veel moeite gekost. De regering moest de lonen gedurende een bepaalde periode wettelijk bevriezen, ze legde een indexsprong op en deed zelf een duit in het zakje door de sociale lasten voor de bedrijven te verlagen. Vakbonden en werknemers kregen een kuur van loonmatiging voorgeschreven. De remedie heeft gewerkt: dat het jobcreërende vermogen van de Belgische economie is toegenomen, is zeker voor een deel het resultaat van de beheersing van de loonkosten en de daardoor herstelde concurrrentiekracht van de bedrijven in ons land.

Kunnen de teugels van de loonmatiging worden gevierd, nu de loonhandicap tegenover onze buurlanden is weggewerkt? Enkele werkgeversorganisaties, waaronder het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), beklemtoonden gisteren meteen dat het werk niet af is. Ze verwijzen naar de ‘historische’ concurrentiehandicap van meer dan 10 procent waar België al in 1996 mee kampte en die we nog steeds meezeulen.

Maar hoever in de geschiedenis moeten we teruggaan om het juiste ijkpunt te vinden? Bedrijven die de historische handicap van 10 procent na ruim twintig jaar niet hebben goedgemaakt door een hogere productiviteit, zijn intussen wel van de markt verdwenen.

De loonmatiging kan niet eeuwig worden volgehouden. In een vrijemarkteconomie - toch het model dat wij in ons land huldigen - moet de overheid terughoudend zijn om de marktkrachten te onderdrukken. En dus ook om de loonvorming te dicteren. Voor sommige bedrijven is een door de overheid opgelegde loonmatiging een bescherming. Voor andere is het een carcan. De oorlog om talent woedt volop, en die woedt internationaal. Bedrijven moeten de vrijheid hebben om een eigen loonbeleid te ontwikkelen en zelf te beslissen hoe ze de hogere inkomsten, als ze die boeken, verdelen tussen hun aandeelhouders en hun werknemers. Of laat dat het resultaat zijn van een onderhandeling. Daarin is de overheid geen partij, en dus moet ze er ook geen partij in kiezen.

Natuurlijk is het belangrijk dat de Belgische economie concurrentieel blijft. Maar dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf. Die moeten erover waken dat ze zich niet in de nesten werken door te royale loonsverhogingen toe te kennen. Maar de ene sector kan daar verder in gaan dan de andere, het ene bedrijf heeft daarvoor meer mogelijkheden dan het andere.

Elke onderneming moet haar eigen rekening kunnen maken. Ze moet de ruimte krijgen, binnen krijtlijnen die voldoende breed getrokken zijn, zelf te beslissen over loonsverhogingen. Dat vereist dat wordt afgestapt van het centrale loonoverleg zoals dat in ons land wordt georganiseerd. Loonafspraken dienen te worden gemaakt in de bedrijven, niet in Brussel, op een tweejaarlijkse hoogmis van de kardinalen van de vakbonden en de werkgeversorganisaties.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud