Redacteur Politiek

Met een paar weken vertraging krijgen we dan toch een heruitgave van de loopgravenformatie van 2014. Iedereen graaft zich in de deelstaten in.

Morgen zijn we een maand na de verkiezingen. Vijf jaar geleden waren op hetzelfde moment in de politieke cyclus al weken gesprekken over een Vlaamse regering bezig tussen de N-VA en CD&V, waarbij Open VLD zich later aan boord zou hijsen. Federaal was al een poging ondernomen een oranje-blauwe regering met de N-VA te vormen en had het cdH daartegen neen gezegd. Pas later zou dat tot de Zweedse coalitie leiden, maar er waren toen al belangrijke stappen gezet.

In vergelijking daarmee valt op hoe traag het deze keer gaat. In Vlaanderen is de formatie nog niet eens begonnen. In Franstalig België zijn de PS en Ecolo aan het praten zonder dat ze een meerderheid hebben.

Er zijn enkele verklaringen voor dat geslenter. De eerste is dat de uitslag nog altijd niet is doorgespoeld bij de partijen die in aanmerking komen om te besturen. Op die van het Vlaams Belang en de PVDA na hebben alle partijvoorzitters een ontgoocheling te verteren.

De tweede verklaring is dat de winnaars zich aan de buitenkant van het politieke spectrum bevinden. In Franstalig België hengelt de PS nog altijd naar steun van de PTB, ook al neemt die laatste zelf afstand. In Vlaanderen is voor zover bekend het laatste wapenfeit van informateur Bart De Wever dat hij inhoudelijke en werkbare gelijkenissen zocht met het Vlaams Belang.

Het is een steeds groter raadsel hoe je de twee regionale dynamieken kan optellen tot één federale regering.

De derde verklaring is tactisch. In 2014 leek snelheid een troef. De PS sprintte toen razendsnel naar een linkse regering in Brussel en Wallonië, uit schrik in een centrumrechtse golf zelfs daar de macht te verliezen. De N-VA schakelde daarna even snel in Vlaanderen. De voorbije weken leek het omgekeerde bezig. De wielrenners deden een oefening in surplacen en wachtten tot de federale sprint werd aangetrokken om dan ook in de deelstaten te beginnen koersen.

Met enkele weken vertraging wordt de sprint nu toch aangetrokken. De N-VA heeft de hoop laten varen dat er federaal valt samen te werken met de PS, die zelfs in Wallonië de electorale rekenkunde negeert die stelt dat met de MR moet worden geregeerd. De formatie krijgt dezelfde confederale dynamiek als in 2014. Iedereen regelt eerst in de deelstaten de macht.

Ergens is dat logisch. Ook al hebben de kiezers de kaarten moeilijker gelegd dan ooit, toch verwachten ze dat politici besturen. Hoe langer daarmee gedraald wordt, hoe meer het al geschonden vertrouwen in de politiek schade kan oplopen.

Daarom is het niet onlogisch dat Franstalig België nog altijd timmert aan de centrumlinkse regeringen waarvoor de kiezer koos en dat het in Vlaanderen nu eveneens snel kan gaan met een door de kiezer gewilde centrumrechtse ploeg.

Maar het is een steeds groter raadsel hoe je die twee politieke dynamieken kan optellen tot één federale regering. Dat betekent dat we opnieuw helemaal in de loopgraven zitten. Ofwel leidt die loopgravenoorlog tot een nieuwe marathoncrisis, die à la limite met een confederaal akkoord kan worden beslecht. Ofwel krijgen we opnieuw een asymmetrische regering die in een van de twee landsdelen moet besturen met onvoldoende politieke legitimiteit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud