Jean Vanempten

Nu de Duitse overheidsschuld onder 60 procent van het bbp zakt, zit de locomotief van de eurozone weer helemaal op koers. Vraag is maar hoeveel wagons er nog aanhangen.

De Duitse begrotingsdiscipline blijft verbluffend. De minister van Financiën, Olaf Scholz, kondigde aan dat de overheidsschuld dit jaar onder 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zal zakken, een jaar sneller dan verwacht.

Bovendien boekte het land tijdens het eerste halfjaar een begrotingsoverschot van 48,1 miljard euro, of 2,9 procent van het bbp. Voeg daarbij dat Duitsland nog eens afstevent op een nieuw record op de lopende rekening, voor het derde jaar op rij.

Economisch klinkt dat kerngezond, al is er ook stevige kritiek op het Duitse beleid. Volgens het Internationaal Monetair Fonds moet Duitsland het handelsoverschot en het overschot op de lopende rekening terugdringen, bijvoorbeeld met infrastructuurwerken. Vooral in het westen van het land is die belabberd.

De animo om de overheidstekorten terug te dringen, en op die manier uiteindelijk ook de overheidsschulden, is bijzonder klein in de eurozone.

En ook de Europese Commissie raadt een overschot op de lopende rekening van 6 procent van het bbp aan. Met 7,8 procent zitten onze oosterburen daar ver boven. Een land met een groot overschot op de lopende rekening leeft eigenlijk ‘onder zijn stand’. Het spaart te veel en investeert te weinig. Dat is ook in essentie de kritiek op het huidige Duitse beleid.

Net als de meeste Europese landen zit Duitsland in de aanloop naar de opmaak van de begroting voor 2019. En Scholz, die uitpakte met de goede cijfers, zou graag een pensioenplan van ruim 100 miljard euro lanceren. De Duitse kanselier Angela Merkel staat voorlopig op de rem. Maar het geeft aan dat zelfs de locomotief de besparingen stilaan moe is.

Vier jaar geleden legde de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Mario Draghi, zijn financiële bazooka klaar. Vanaf begin 2015 zou de ECB massaal overheidsschuld opkopen om de rentelasten van de overheden te drukken. De hoop was dat het goedkope geld gebruikt zou worden om de staatshuishoudens in de eurozone op orde te stellen. De vaststelling is dat daar bijzonder weinig van in huis gekomen is.

De overheidsschuld in de eurozone bedraagt nog steeds 87 procent van het het bbp, of bijna 9.700 miljard euro in absolute cijfers. Ons land bijvoorbeeld, met een schuld van ruim 103 procent van het bbp, moet alleen Griekenland, Italië en Portugal laten voorgaan.

De animo om de overheidstekorten terug te dringen, en op die manier uiteindelijk ook de overheidsschulden, is bijzonder klein in de eurozone. Iedere overheid meent wel aanspraak te mogen maken op uitzonderlijke omstandigheden om niet aan de slag te gaan.

In België worden de aanslagen van 22 maart 2016 graag naar boven gehaald. In Italië de migratiecrisis en de lamentabele infrastructuur. Zelfs een hervormingsgezinde regering zoals de Franse kampt met problemen wegens een tegenvallende economische groei.

Het is ook steeds meer duidelijk dat de Europese Commissie milder is geworden in het beoordelen van oplopende tekorten, onder meer door een steeds groter anti-Europees gevoel in Europa, dat zich ook vertaalt in ronduit eurosceptische regimes. In een poging om het Europese project niet helemaal te kelderen, volgde die mildere aanpak.

De aanloop naar de Europese verkiezingen van mei volgend jaar belooft dan ook bijzonder moeilijk te worden. De Maastrichtnormen zullen andermaal onder druk komen. Essentieel worden dan ook de Europese beoordelingen die volgen zodra in oktober de begrotingen zijn ingediend. Sommige regeringen, zoals de Italiaanse, hebben al min of meer een confrontatie beloofd. Wie gaat hen tegenhouden?

Duitsland mag dan een haast te perfect parcours hebben afgelegd, het land inspireert duidelijk niet. En het land zelf twijfelt. Het heeft wel de marge om dat te doen, in tegenstelling tot anderen.

Natuurlijk zijn de Maastrichtnormen regels voor een onvolmaakte eenheidsmunt. Die onvolmaaktheden, die piijnlijk naar boven kwamen in 2010, zijn nooit verdwenen. Daardoor blijft de kans bestaan dat een crisis zich kan aandienen. Ondanks een gezonde locomotief. Het treinstel dat volgt, is niet klaar om over hetzelfde spoor te rijden. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content