'Made in China' is waarschuwing voor beleggers

Senior writer

Beleggers in aandelen van Chinese bedrijven moeten zich bewust zijn van het politieke risico dat erop rust, leert de Didi-crash.

De introductie van de Chinese taxiapp Didi op Wall Street, de grootste dit jaar, is een van de meest geflopte geworden. Vakkundig getorpedeerd door de autoriteiten in Peking. Zodra het aandeel genoteerd was, kwam het bericht dat de Chinese privacywaakhond Didi aan banden legde en dat de app verwijderd moest worden uit binnenlandse appwinkels. Het aandeel dook dinsdag op de New Yorkse beurs 25 procent lager, andere Chinese bedrijven deelden in de klappen.

De officiële uitleg van Peking luidt dat Didi de privacyregels in China schendt. Maar dat lijkt een voorwendsel. De timing van de actie wijst erop dat het om een wraakactie gaat van de Chinese autoriteiten omdat het bedrijf de directieven van Peking dacht te kunnen negeren. De machthebbers in China maken zo nog maar eens duidelijk - ook aan de grote techbedrijven met internationale ambities - wie de baas is. Eerder al werd de verzekeringsgroep Anbang deze les gespeld, evenals Jack Ma, de topman van de webreus Alibaba.

Nogal wat Chinese bedrijven zijn tuk op een beursnotering in Wall Street. Daar vinden ze veel kapitaal en het vergroot hun internationale uitstraling. Peking stond dat lange tijd toe, maar lijkt nu niet meer zo enthousiast over het feit dat grote Chinese bedrijven Wall Street, het centrum van het Amerikaans kapitalisme, als hun tweede thuis beschouwen. De VS zijn de grote economische rivaal van China, en wat hebben ze dat de grote Chinese bedrijven niet in eigen land kunnen vinden?

Het Chinese economische model, met een overheid die haar overwicht laat gelden op de bedrijven, blijkt niet helemaal compatibel met het westerse model.

Als grootmacht in wording hengelde China naar een volwaardige plaats in de economische wereldorde. Opschuiven in de richting van het Amerikaanse model was een onderdeel van die strategie. Maar nu het land de VS economisch stilaan overvleugelt en het internationaal-politiek ook een groot zelfbewustzijn heeft ontwikkeld, kan het zich veroorloven weer afstand te nemen en zijn eigen koers te varen. China is nooit een echte markteconomie geweest, het heeft zich alleen maar zo voorgedaan zolang het land dacht daar baat bij te hebben.

Vandaag blijkt dat het Chinese economische model, met een overheid die duidelijk haar overwicht laat gelden op de bedrijven, niet helemaal compatibel is met het westerse model.  In China bepaalt de overheid hoeveel bewegingsruimte de bedrijven krijgen, en die bewegingsruimte kan van de ene op de andere dag fel worden beknot.

Het is een factor waarmee beleggers rekening moeten houden. De onvoorspelbare Chinese overheid, en bijgevolg het gebrek aan (rechts)zekerheid, vormt een niet te onderschatten risico.  Zo’n politiek risico is er altijd wel, voor elke belegging. Maar bij beleggingen in aandelen van Chinese bedrijven is het wel bijzonder groot.

China speelt voor een stuk het internationale spel mee, maar met eigen spelregels die plots kunnen wijzigen. Het staat intussen zo sterk dat het zich dat kan permitteren en zich aan het gemor van zijn medespelers weinig gelegen laat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud