Er was een Amerikaans Marshallplan nodig voor de geboorte van de Europese Unie. Als de EU het goed aanpakt, kan ze vandaag zichzelf redden met haar eigen Marshallplan.

Woensdag legt de Europese Commissie een voorstel op tafel voor een Europees herstelplan. Dat moet toelaten van de nood een deugd te maken en de klim uit de coronakrater te versnellen. Tegelijk vormt het pas de start van een breder gevecht. De noordelijke landen vinden het zo goed als zeker te gul, de zuidelijke landen te streng. Wellicht haalt iedereen de rekenmachine boven om te zien wat er voor hem persoonlijk inzit.

In dat onvermijdelijke centengevecht wordt het belangrijk het grote verhaal niet uit het oog te verliezen. Dat grote verhaal is dat de coronaschok zware schade heeft veroorzaakt, of we dat nu willen of niet. Het grote verhaal is eveneens dat het belangrijk is recht te krabbelen, omdat economische reuzen als China dat ook doen.

En het grote verhaal is ook dat de grootste schok wordt opgevangen door elk EU-land zelf. Het is daar dat de ziekenhuisfactuur binnenvalt, uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid worden betaald, of de bazooka's aan staatssteun worden afgeschoten.

Het cruciale argument voor een Europees herstelplan is het welbegrepen eigenbelang dat je jezelf kan helpen door anderen te helpen.

Net daarom is het zo belangrijk dat er boven op dat alles een Europees plan komt. De logica ervan verschilt niet zo heel hard van het Amerikaanse Marshallplan, dat aan de bakermat lag van de Europese Unie. Het komt neer op jezelf helpen door anderen te helpen. Het komt neer op vermijden dat een van je belangrijkste handelspartners op een economisch kerkhof leeft. En garanderen dat politieke bondgenoten, in een wereld die geopolitiek almaar explosiever wordt, ook in tijden van nood goede bondgenoten blijven.

Uiteraard zijn er veel valkuilen. Sommige kunnen worden opgelost door een compromis. Een deel van het geld kan dan misschien worden gespendeerd als giften - zoals de zuidelijke landen willen -en een deel als lening - zoals de noordelijke landen willen.

Hetzelfde geldt voor de vraag vanwaar het geld komt. Ook hier kan een compromis misschien uiteindelijk de uitweg bieden: een deel besparen, een deel betaalbaar maken door lage rente, een deel door hogere bijdragen van EU-landen, misschien een deel van een plastictaks die inhoudelijk steek houdt.

Het beste zou bovendien zijn dat niet de EU-landen zelf maar de Commissie het geld spendeert. Dat garandeert democratische controle door het Europees Parlement en een technocratische controle door de Europese Rekenkamer. Dat moet helpen het geld op de goede plek te krijgen: investeringen die ons productiever, digitaler, groener of alle drie tegelijk maken.

Niemand beweert dat die oefening makkelijk wordt. Niet alleen moeten alle details goed zitten, er moet ook een brede democratische steun worden gezocht voor dit plan, wat geen detail is. Het cruciale argument in dat overtuigingsgevecht is de logica van het Marshallplan: het welbegrepen eigenbelang dat je jezelf kan helpen door anderen te helpen. En je jezelf kan schaden door het grote verhaal niet te zien.

Lees verder

Gesponsorde inhoud