MBZ-voorzitter Joachim Coens: 'Zeebrugge is verlost van zijn containercomplex'

(tijd) - De reuzeninvestering van de Deense groep Maersk verlost het Zeebrugse havenbestuur van zijn containercomplex. Zeebrugge beschikt al jarenlang over een grote containerterminal waarin de overheid miljoenen investeerde. Maar die FCT-terminal heeft nooit gerendeerd. Maersk wil daar verandering in brengen. Mogelijk kan Zeebrugge nu iets makkelijker bij de overheid aankloppen voor subsidies. Totnogtoe kreeg het havenbestuur al te vaak te horen dat het eerst de FCT-terminal vol moest krijgen vooraleer nieuwe havenprojecten te starten. Aan toekomstplannen heeft Zeebrugge geen gebrek, legt havenbaas Joachim Coens uit.

Niets dan stralende gezichten waren eind januari te zien in de kantoren van het Zeebrugse havenbestuur MBZ aan de Pierre Vandammesluis in de Zeebrugse haven. Op een druk bijgewoonde persconferentie, waar vooral hoogwaardigheidsbekleders en mensen uit de maritieme sector in de kijker liepen, legde operationeel directeur Peder Søndergaard van de Deense containerterminaluitbater APM Terminals uit waarom zijn bedrijf 100 tot 150 miljoen euro investeert in de modernisering van de voormalige FCT-terminal aan het Albert II-dok.

De FCT-containerterminal werd jarenlang uitgebaat door de Antwerpse havengroep Katoen Natie (KTN) maar rendeerde niet. Na jarenlang juridisch gehakketak - KTN wou er in 1999 ook aan auto-overslag doen, maar mocht niet van MBZ, ondanks een contract met rederij Cobelfret - nam de MBZ, onder impuls van de nieuwe gedelegeerd bestuurder Joachim Coens, in 2003 de concessie van de terminal opnieuw over.

Anderhalf jaar later vond Coens een nieuwe klant. 'Eindelijk', was her en der te horen. Maar de klant mag er wezen: APM, een dochter van de Deense familiale groep A.P. Møller Maersk, een van de grootste scheepvaartgroepen ter wereld. APM baat 35 containerterminals uit, goed voor een jaarlijkse overslag van 22 miljoen teu (20-voetcontainers), en stelt 12.000 mensen tewerk. Het is een van de belangrijkste havenoverslaggroepen ter wereld.

APM neemt in mei volgend jaar 900 van de 1.300 meter kaai en 57 van de 84 hectare terreinen in gebruik en belooft op relatief korte termijn een overslag van meer dan 1 miljoen teu. Dat komt overeen met circa 12 miljoen ton goederen. Dat is een derde van wat de haven van Zeebrugge nu behandelt. Bovendien belooft de Deense groep 500 extra jobs te creëren en wordt Zeebrugge ongetwijfeld een van de belangrijke Europese uitvalsbasissen van de wereldrederij Maersk en haar dochterbedrijven Sealand en Safmarine.

Zeebrugge zal aan de terminal de grootste containerschepen ter wereld kunnen ontvangen en komt met andere woorden op de maritieme wereldkaart te staan.

Zeebrugge boekte vorig jaar een overslag van 31,8 miljoen ton (+4,3%) , waarvan 14 miljoen ton goederen in containers (+14,5%). Er werden 1,2 miljoen teu of 20-voetcontainers behandeld (+18,5%).

Joachim Coens: 'Eigenlijk wel. Vooral psychologisch. De algemene teneur rond FCT was niet erg positief. Waar je ook kwam, in Antwerpen, Brussel of lokaal, kreeg je de vraag: wat gebeurt er nu met de FCT-terminal? Het dossier was natuurlijk jarenlang geblokkeerd door juridische procedures en dan kan je niet veel aanvangen. Omdat er rechtszaken liepen, konden we ook weinig informatie geven. Daardoor kreeg het havenbestuur elke keer als het uitbreidingsplannen had de opmerking: ja maar, je hebt daar nog een terminal die niet benut wordt. Los dat eerst maar op. Het conflict met Katoen Natie is uiteindelijk opgelost. Maar daarna moesten we op zoek naar een nieuwe concessionaris. Dat was opnieuw een lang proces. We moesten een studie maken over de mogelijkheden van de terminal, een internationale rondvraag organiseren, de dossiers tegenover elkaar leggen, enzovoort. Dat vergt tijd. De timing om de terminal op de markt te brengen, was niet slecht. Het was nu of nooit. Er was veel interesse, van veel grote spelers. En we zijn erin geslaagd de terminal te gebruiken voor wat hij was geconcipieerd: de overslag van diepzeecontainers. APM heeft zich bovendien geëngageerd om zwaar te investeren en veel trafieken te genereren.'

Coens: 'We hebben dat niet bekendgemaakt. De Franse rederij CGM-CMA, onze andere grote klant, heeft aangegeven dat ze ontgoocheld was omdat ze niet werd gekozen. De schepen van CGM lopen nu aan bij de terminaluitbater OCHZ, een dochter van HesseNoord Natie (HNN). CGM was aanvankelijk geïnteresseerd om IFB - dat 50 procent had in OCHZ - uit te kopen maar HNN had de andere 50 procent in OCHZ en gebruikte haar voorkooprecht. OCHZ en CGM onderhandelen nu voort, heb ik begrepen. We hopen dat ze een overeenkomst bereiken. De overslag op de OCHZ-terminal steeg vorig jaar met meer dan 30 procent tot 500.000 teu.'

Coens: 'De containertrafieken groeien wereldwijd nog altijd sterk. Er is dus een behoefte om de capaciteit te verhogen of tenminste te vrijwaren. Iedere uitbater van containerterminals kijkt binnen de Rijn-Schelde-delta wat de mogelijkheden zijn. Nieuwe platformen komen als gevolg van milieu- en maatschappelijke redenen slechts met vallen en opstaan tot stand. Met FCT bieden we natuurlijk een kwaliteitsterminal aan. We zitten dicht bij Antwerpen en Rotterdam en zijn heel goed toegankelijk voor de grootste schepen. In een half uur varen die van de maritieme route tot aan de terminal.'

Toch moeten in Zeebrugge nog enkele dingen verbeteren. APM-topman Søndergaard vatte de verbinding van de haven van Zeebrugge met het achterland samen in twee woorden: 'not worldclass'.

Coens: 'Daar heeft hij voor een stuk gelijk in. We pleiten dan ook voor een betere wegen- en spoorinfrastructuur. De expresweg naar Antwerpen zou volledig kruispuntvrij moeten worden. Van Antwerpen tot Zelzate is dat al zo, maar daarna is dat niet meer het geval. Ook de kruispunten op de N31van de achterhaven naar de E40, door Brugge, moeten verdwijnen. De capaciteit van het spoor is er, maar het vormingstation moet gemoderniseerd worden. De NMBS is daarmee bezig. Voor de maritieme ontsluiting zitten we natuurlijk met de beperkte capaciteit op de ringvaart rond Brugge. Het is maatschappelijk een probleem daar ingrepen te doen. We vragen sinds jaar en dag een kanaalverbinding tot in Gent, tot het kanaal Gent-Terneuzen.'

Coens: 'Het blijft een beleidsmatige vraag van het havenbestuur. We weten dat dit soort zaken niet van ene dag op de andere kan worden beslist. Ondertussen vragen we dat we onze binnenvaart via de kust kunnen organiseren. Dat is het estuaire verhaal. We zitten op 20 km van de Scheldemonding. Die afstand moeten we op een of andere manier kunnen overbruggen met binnenvaartschepen die we estuair maken. Dat betekent dat ze voor dat korte traject zeewaardig kunnen worden. Daarvoor moeten bepaalde technische en douaneformaliteiten worden aangepast. Binnenschepen die op volle zee komen zijn ook merkelijk duurder, ze moeten ook als zeeschepen worden behandeld bij het aanleggen, enzovoort. De overheid zou dat soort trafiek op een of andere manier kunnen ondersteunen of subsidiëren. Cobelfret heeft al drie estuaire schepen - rorobinnenschepen die ook op zee kunnen varen - tussen zijn terminals in Zeebrugge en Vlissingen. Die 110 meter lange schepen kunnen 500 auto's vervoeren. Het Zeebrugse havenbestuur baat via zijn dochter PortConnect lichters voor kustvaart uit. Dat zijn gecharterde schepen. Jaarlijks vervoeren ze ongeveer 800.000 ton van en naar Zeebrugge, hoofdzakelijk containers.'

Zeebrugge boekte vorig jaar een recordoverslag van 1,7 miljoen auto's, een stijging van 10 procent, en is daarmee de grootste autohaven van Europa. Is er nog groei mogelijk?

Coens:'We hebben nog capaciteit voor de uitbreiding van de auto-overslag aan de Bastenakenkade op de vroegere kolenterminal van Sea-Invest. Dat is 25 hectare, maar we kunnen naar een 100-tal hectare gaan. Dan moeten we de kaaimuur verlengen. Nu is die 600 meter. Het auto-overslagbedrijf CTO - 90 procent in handen van HNN - heeft al 27 hectare overgenomen en investeert 10 miljoen euro in de nieuwe terminal die een opslagcapaciteit heeft van 15.000 auto's. De rest wordt onderzocht.'

'De distributie en de auto-overslag bevinden zich hoofdzakelijk in de achterhaven. We hebben verschillende spelers in de autosector: Wallenius, Toyota, CTO, Sea-Ro en Stukwerkers hebben eigen terminals. Cobelfret heeft een terminal in Vlissingen, maar is en blijft - net als Wallenius en UECC - een van de belangrijkste autorederijen voor onze haven. Cobelfret Ferries was vorig jaar goed voor iets meer dan 1.000 aanlopen en een overslag van 340.000 containers en 400.000 auto's. De schepen van United European Car Carriers (UECC) liepen vorig jaar 600 keer de haven aan, een record. De autoschepen van Wallenius deden 265 keer Zeebrugge aan. Ook de Japanse rederijen Mitsui OSK, NYK en K Line hebben regelmatige lijndiensten op Zeebrugge. We behandelen vooral auto's van het merk Toyota (350.000), Vauxhall (250.000), Ford, Peugeot/Citroen en Renault.'

Zeebrugge plant ook een maritieme logistieke zone van 120 hectare in de achterhaven.

Coens: 'We gaat verschillende dingen doen. We gaan het Albert II-dok voort uitbreiden van 400 naar 700 meter kaai, hoofdzakelijk voor de containeroverslag. MBZ investeert daarvoor 8 miljoen euro. Om de terreinen van Toyota toegankelijker te maken, investeert het havenbestuur 10 miljoen euro in een nieuwe kaaimuur aan het zuidelijke kanaaldok. De roroplatformen in de voorhaven voor Superfast Ferries, Cobelfret en P&O willen we performanter maken. De roroschepen worden almaar groter, containers worden steeds hoger gestapeld, de bruggen moeten aangepast worden. Maar ook de privé-sector investeert verder. CTO investeert 9 miljoen euro in de bouw van een nieuwe terminal aan de Bastenakenkaai. Concurrent Sea-Ro bouwt drie bijkomende magazijnen voor de distributie van Fins papier voor het Zweedse StoraEnso. Daaraan hangt een prijskaartje van circa 10 miljoen euro.'

'In de achterhaven gaan we de diepzee-roroterminal aan de Bastenakenkaai ontwikkelen met daarnaast het maritieme logistieke park van 120 hectare. De bedoeling is daar ruimte te creëren voor activiteiten met toegevoegde waarde. Het kan gaan om activiteiten in de voedingssector, de auto-industrie, de papiersector enzovoort. Maar geen echte productie. Bridgestone Firestone heeft in de achterhaven bijvoorbeeld een Europees distributiecentrum voor banden. Het maritieme logistieke park is een ex-vogelrichtlijngebied waarvoor compensatiegebieden werden aangewezen door de Vlaamse regering. Zodra de bouwvergunningen zijn toegekend, stappen we met onze logistieke zone naar de klanten. Er zijn nog voorbereidende werken nodig. We hopen dit jaar commercieel te kunnen starten. Grote exporteurs en importeurs van en naar de VS, Japan en China lijken ons interessante partijen. Chinese investeerders kijken overal rond in Europa.'

Marc DE ROO

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud