Dat de voormalige toplui van Fortis zich niet voor de strafrechter moeten verantwoorden, laat een wrang gevoel na.

Tien jaar na de ondergang van Fortis stelt het parket van Brussel voor de strafzaak tegen voormalige toplui van de financiële groep te laten vallen. Enerzijds meent het parket onvoldoende elementen in handen te hebben om de beschuldiging van vervalsing van de jaarrekening hard te kunnen maken, anderzijds zijn andere mogelijke strafrechtelijke inbreuken verjaard of ze verjaren weldra.

Het Brusselse parket maakt er geen drama van dat het deze zaak niet tot een goed einde heeft kunnen brengen. Het schermt met de schikking die Fortis - intussen omgedoopt tot Ageas - eerder dit jaar in Nederland heeft bereikt, waardoor de gedupeerde aandeelhouders toch enige financiële compensatie krijgen. Ageas heeft daar 1,3 miljard euro voor opzijgezet.

Maar bevredigend is die afloop absoluut niet. Het omvallen van Fortis in 2008 was een groot drama. De aandeelhouders zagen de waarde van hun belegging in rook opgaan, het bracht de stabiliteit van het financieel systeem in ons land aan het wankelen, kostte de overheid miljarden euro’s, leidde tot een ruzie tussen rechters en veroorzaakte de val van de regering-Leterme. En niemand wordt verantwoordelijk gesteld voor dat debacle?

Het is mogelijk dat de ondergang van de grootste financiëledienstengroep van de Benelux alleen maar te wijten was aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden en dat de toenmalige toplui van Fortis geen aanwijsbare strafrechtelijke inbreuken hebben gepleegd.

Volgens het strafwetboek in ons land is roekeloos bankieren geen misdrijf.

Bankiers die de balansen van hun instellingen volstouwen met toxische producten, zich in een onverantwoord overnameavontuur storten, hun bank opblazen en een enorme maatschappelijke schade veroorzaken, kan weinig of niets ten laste worden gelegd. Roekeloos bankieren is volgens het Belgische strafwetboek geen misdrijf. Maar doordat het parket de handdoek in de ring gooit, wordt dat debat - als de raadkamer daarin meegaat - niet eens gevoerd in de rechtbank en wordt het niet aan het oordeel van de strafrechter voorgelegd. En dat is bitter.

Het Belgische gerecht gaat hierbij niet vrijuit. Het is er niet in geslaagd het strafrechtelijk onderzoek in een redelijke termijn af te ronden. Dat de zaak zolang aansleept tot de verjaring speelt, heeft te maken met de procedureslag die de advocaten van de verdachten hebben gevoerd. Ze vroegen een groot aantal bijkomende onderzoeksdaden. Maar een andere oorzaak is evenzeer het gestuntel van het gerecht. Het slaagt er niet in om in grote financiële onderzoeken de klus te klaren. Zelfs niet in tien jaar. Dat is een oud zeer waarvoor maar geen oplossing wordt gevonden.

De voormalige Fortis-toplui moeten zich dus niet komen verantwoorden voor de rechtbank. Twee van hen, voormalig CEO Jean-Paul Votron en financieel directeur Gilbert Mittler, hebben wel een administratieve boete gekregen van de financiële waakhond FSMA voor te late of onjuiste communicatie in 2007 en 2008. Een boete van 200.000 euro. Een fractie van het salaris dat ze verdienden bij Fortis en de vergoeding die ze er opstreken toen ze moesten opstappen.

Dat is het dan? Dat de hele zaak met deze sisser afloopt, laat een wrang gevoel. Een gevoel dat geen rechtvaardigheid is geschied. Het zal zeker ook voedsel geven aan de speculatie dat krachten aan het werk zijn geweest die het beter vonden dat het Fortis-dossier stilletjes begraven werd. En het staat niet vast dat het niet zo is.

Lees verder

Gesponsorde inhoud