Senior writer

De Lijn mist een cruciaal onderdeel om het openbaar vervoer in Vlaanderen efficiënt te kunnen uitvoeren: gedetailleerde data over haar gebruikers.

De Vlaamse openbaarvervoermaatschappij De Lijn heeft maar een vaag idee van hoeveel reizigers ze vervoert. Naar haar eigen zeggen stapten mensen het afgelopen jaar 518 miljoen keer op de bus of de tram voor een ritje. Maar dat is slechts een ruwe schatting en waarschijnlijk een grove overdrijving, want voor een stuk gebaseerd op onrealistische hypotheses.

De gebrekkige telmethode komt de maatschappij niet eens zo slecht uit. De onduidelijkheid over het aantal gebruikers biedt De Lijn bescherming tegen mogelijke kritiek dat de prestaties die ze levert tekortschieten in verhouding tot de overheidssubsidies die de maatschappij krijgt toegestopt. Bij gebrek aan klare cijfers kan die discussie alleen in het ijle worden gevoerd.

De Lijn weet dus niet hoeveel mensen van haar diensten gebruikmaken, laat staan dat ze weet wie wanneer welk traject aflegt. Nochtans is dat een cruciale voorwaarde om het openbaar vervoer op een efficiënte wijze te kunnen organiseren.

De Lijn weet dus niet hoeveel mensen van haar diensten gebruikmaken, laat staan dat ze weet wie wanneer welk traject aflegt. Nochtans is dat een cruciale voorwaarde om het openbaar vervoer op een efficiënte wijze te kunnen organiseren. Ken uw klanten. De moderne informatietechnologie maakt het perfect mogelijk om te registreren wie wanneer de bus of tram neemt en welk traject hij aflegt, eventueel met een overstap. Maar De Lijn heeft tot dusver geen methode om die data in te zamelen.

Sinds 2011 loopt bij het overheidsbedrijf een project voor een beter registratiesysteem. Dat heeft echter veel vertraging opgelopen, kostte al 150 miljoen euro en zal grotendeels gedateerd zijn wanneer het ooit operationeel wordt. Bovendien zijn de data die ermee ingezameld kunnen worden onvolledig - bij het afstappen uit de bus of de tram is er geen registratie - zodat De Lijn maar een half idee zal hebben van hoe de reizigers haar diensten gebruiken. En dus zal de openbaarvervoermaatschappij haar netwerk blijven organiseren op basis van wankele informatie, indrukken of misschien zelfs het buikgevoel van de directie.

De kans is groot dat Google meer info bezit over de gebruikers van De Lijn dan De Lijn zelf.

Terwijl het ook anders kan. Door de data over de reizigers en de trajecten die ze afleggen in extenso te collectioneren. Als De Lijn dat zelf niet kan, moet ze misschien eens gaan aankloppen bij Google. De kans is groot dat het Amerikaanse technologiebedrijf meer gegevens bezit over de gebruikers van De Lijn, ingezameld via de smartphone en allerlei mobiele apps, dan het Vlaamse overheidsbedrijf zelf.

Of de verantwoordelijken van De Lijn kunnen te rade gaan bij openbaarvervoermaatschappijen in het buitenland die al wel volop de mogelijkheden van het digitale tijdperk benutten. De Lijn moet het warm water niet zelf uitvinden, gebruiksvriendelijke registratiesystemen op trein, metro, tram en bus die informatie inzamelen over wie wanneer waar naartoe rijdt, bestaan al. De Lijn is geen voorloper, de maatschappij kan dus een systeem kiezen dat zijn merites al ruimschoots heeft bewezen.

Meten is weten. Gedetailleerde informatie over de gebruikers van het openbaar vervoer is essentieel om dat openbaar vervoer efficiënter te kunnen organiseren. De samenleving krijgt dan meer waar voor het vele geld dat de overheid in dat openbaar vervoer stopt.

En er is meer. Het inzamelen van meer data en de analyse ervan kan De Lijn in staat stellen een grotere bijdrage te leveren aan het ontwarren van de mobiliteitsknoop waar Vlaanderen in vastzit. Van die verantwoordelijkheid is leiding van De Lijn blijkbaar nog onvoldoende doordrongen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud