Minimumtaks, minimale opbrengst

Redacteur Politiek

De plannen voor een wereldwijde minimumbelasting op multinationals helpen België financieel wellicht nauwelijks, maar misschien is dat niet eens nodig. De echte waarde ligt elders.

Panama Papers, Offshore Leaks, Bahamas Leaks, Paradise Papers... De onthullingen over fiscale sluiproutes waren de voorbije jaren talrijk. De reacties daarop ook: van zwarte lijsten van onwillige belastingparadijzen over Europese richtlijnen tegen fiscale ontwijking tot de Belgische kaaimantaks.

Aan dat rijtje kan een nieuw initiatief worden toegevoegd. De G7, het clubje van de oude westerse industrielanden, schaarde zich afgelopen weekend achter een taks op de megawinsten van megabedrijven en een minimumbelasting op een veel grotere groep van multinationals.

Rond de plannen hangt nog een waas van mysterie, opgetrokken uit alleen maar vragen. Doet China mee? Hoe krijg je hierover een akkoord met 140 landen in de OESO? Hoet zit het met de verraderlijke techniciteit van belastingen? Mag een klein land een gunstige fiscaliteit uitspelen als troef omdat het de grote binnenlandse markt van grote landen niet heeft? En waar ligt dan de grens?

De collectieve emotie over bedrijfsbelastingen en multinationals lijkt de voorbije jaren een andere richting te zijn uitgegaan dan de belastinginkomsten.

Toch heeft het G7-akkoord nu al een grote verdienste. Het probeert enkele scherpe randjes van de internationale bedrijfsfiscaliteit af te vijlen. De taks op de megawinsten van megabedrijven moet helpen het ongenoegen over ongrijpbare reuzen als Amazon en Facebook te counteren, die vaak zaken doen in een land waar ze niet eens kantoren of een medewerker hebben. De minimumtaks op multinationals moet de route naar de radicaalste belastingparadijzen overbodig maken.

Ook goed is dat er een globale tegenmacht opstaat tegen multinationals. De economische globalisering verdraagt best wel een globale politieke tegenmacht. De G7-landen, uitgebreid tot de G20-landen en de OESO, kunnen zo'n tegenmacht vormen. Zeker na de Trump-jaren, waarin internationale samenwerking afbrokkelde, is de ambitie om minstens een paar spelregels af te spreken welkom.

Tegelijk hebben de plannen, als ze er ooit komen, hun limieten. Het lijkt erop dat de Belgische schatkist op niet veel extra inkomsten moet rekenen. Daarvoor heeft België te weinig multinationals.

De ironie is dat zoiets geen probleem hoeft te zijn. De voorbije vijf jaar, grotendeels onder de door de vakbonden verguisde regering-Michel, bracht de vennootschapsbelasting jaarlijks gemiddeld 3,7 procent van het bruto binnenlands product op. In de tien jaar daarvoor was dat slechts rond 3 procent, in de tweede helft van de jaren 90 zelfs maar 2,8 procent. Voor zover in de vennootschapsbelasting een race to the bottom bezig is, heeft hij allerminst een gat geslagen in de Belgische overheidsfinanciën. De collectieve emotie over bedrijfsbelastingen en multinationals lijkt de voorbije jaren een andere richting te zijn uitgegaan dan de belastinginkomsten.

De plannen voor een minimumbelasting helpen België dus wellicht niet, maar misschien hoeft dat ook niet. Ze lossen een probleem op dat op zich belangrijk genoeg is en andere landen harder treft: ongrijpbare megabedrijven en afgedreven belastingeilanden weer met de echte wereld verbinden.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud