Misschien hebben de Polen soms ook eens gelijk

Redacteur Politiek

De Polen maken geen slecht punt als ze stellen dat het EU-recht niet automatisch primeert op de nationale wetgeving. Al gebruiken ze dat argument als wapen in een bredere strijd die ze wél verdienen te verliezen.

In Brussel begint donderdag een Europese top waarop de Poolse regering een nieuwe veldslag uitvecht in haar al jaren woedende conflict met Brussel over pluralisme en de democratische rechtsstaat. Na een zitting in het Europees Parlement eerder deze week dreigt het conflict naar een climax te escaleren.

De twistpunten zijn velerlei. De regering in Warschau schendt het principe van de scheiding der machten door rechters in het gareel te dwingen. Ze schendt de waarden van pluralisme door lgbtq+-vrije zones te organiseren in het land. Ze schendt de vrijheid van pers door de media te muilkorven.

Op al die punten is de strijd tegen de Poolse regering terecht en nodig. Toen Polen tot de EU toetrad, aanvaardde het de spelregels. Dus ook wat in artikel twee van 'het verdrag betreffende de EU' staat: 'de eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren'. Ook de waarden van 'pluralisme, non-discriminatie en verdraagzaamheid' worden vermeld.

Ook in Italië en Frankrijk stelden rechters al dat in geval van conflict het Italiaans en Frans recht primeert op het Europese.

Het zijn de juiste waarden. En Polen heeft ze uitdrukkelijk aanvaard toen het Poolse parlement instemde met de EU-verdragen. Het is maar normaal dat de regering zich moet verantwoorden als ze zich niet houdt aan die afspraak.

Voor één veldslag is echter meer nuance nodig: de vraag of de Poolse grondwet boven de Europese wetgeving staat of omgekeerd. De kwestie is in de verdragen niet geregeld. De discussie is de voorbije decennia niet beslecht door politici, maar door rechters.

Het minste wat je kan stellen, is dat Polen op dat gebied niet geïsoleerd staat. Ook in Italië en Frankrijk stelden rechters al dat in geval van conflict het Italiaanse en Franse recht primeert op het Europese. Telkens de Europese Centrale Bank haar beleid versoepelt, leidt dat in Karlsruhe tot een zitting van het Duitse grondwettelijk hof, dat onderzoekt of wat de ECB doet eigenlijk wel mag.

Zelfs in België is de situatie niet eenduidig. In 1971 oordeelde het Hof van Cassatie in het beruchte Smeerkaasarrest - het proces ging over invoerheffingen op zuivelproducten - dat het Europese recht voorrang heeft het op Belgische. Maar in 2016 - meer bepaald in een arrest van 28 april - maakte het grondwettelijk hof duidelijk dat niet zomaar alles kan. De Europese besluitvorming kan ook in ons land 'geen veralgemeende vrijbrief' zijn om de kernwaarden van de bescherming die de grondwet aan de Belgen geeft, onderuit te halen.

Uiteraard zou het simpeler en eenvormiger zijn mocht de EU over alles het laatste woord hebben in Europa, maar dat is niet zo afgesproken. De Europese instellingen weerspiegelen net het permanente gevecht over wat de EU is: een technocratie (de Commissie), een confederatie (de Europese Raad met zijn 27 regeringen) of een federatie (het Europees Parlement). Voorrang verlenen aan Europees recht past zuiver in die laatste logica en negeert dat permanente gevecht.

In deze hebben de Polen misschien een punt, al overdrijven ze en gebruiken ze het als wapen in een breder gevecht dat ze wél verdienen te verliezen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud