Multilateralisme heeft zijn grenzen

Wat vooraf werd aangekondigd als de eerste G20 waarop de meningsverschillen de boventoon zouden voeren, verliep opvallend harmonieus. De verklaring is simpel: er waren geen moeilijke knopen door te hakken. Of beter: de G20-landen legden zichzelf niet de taak op knopen door te hakken. Iedereen mag zijn vrijheid behouden binnen een ruim kader. Hebben we dan nog wel een G20 nodig?

De crisis heeft de politici voor moeilijke opdrachten geplaatst. Voor een deel hebben ze die moeilijkheden aan zichzelf te wijten, door de voorbije jaren een te laks beleid te voeren, maar dit terzijde.

Op de toppen van Washington, Londen en Pittsburgh konden de G20 in redelijke harmonie naar oplossingen en antwoorden zoeken. De top van Toronto was iets anders. Alle landen waren de voorbije maanden een ietwat andere richting uitgelopen. Zowel het beleid inzake financiële regulering als het begrotingsbeleid begon te verschillen.

Dit is niet verwonderlijk en al evenmin een schande. In de VS en Eurupa, om slechts één voorbeeld te nemen, werkt de financiële sector totaal verschillend. Bedrijven financieren zich anders, banken verschillen, gezinnen denken anders.

De G20 kan daarom niet veel anders dan rekening houden met die verschillen. De G20 en de formele internationale instellingen proberen zoveel als mogelijk te harmoniseren en te coördineren, maar er blijft altijd veel marge voor individuele landen. De regeringen van die landen zullen die marge zeker gebruiken wanneer het gaat over geld, da's nu eenmaal te belangrijk en gevoelig.

Is de G20 dan niet meer dan een praatbarak: iedereen dronk een glas, piste een plas en alles bleef zoals het was?

Neen, driemaal neen. Kijk maar naar de inspanningen van de Europese, Amerikaanse en Chinese toppolitici de afgelopen weken. Kijk maar naar de belangstelling voor dergelijke topontmoetingen. Kijk maar naar wat de G20 al heeft opgeleverd.

Diplomatie is een complexe machine en multilaterale samenwerking is nog intenser, dus nog complexer. De G20 botst momenteel aan tegen de grenzen van wat multilaterale samenwerking vermag. De problemen in de verschillende landen zijn te verschillend voor volledig gelijke oplossingen.

In de Europese Unie kennen we dat natuurlijk al langer. De Europese eenwording is ook een verhaal van stroomversnellingen en haperingen.

De geschiedenis leert echter dat wat vandaag niet mogelijk is, morgen misschien wel kan. Multilateralisme heeft zijn grenzen, maar die grenzen schuiven wel. De huidige crisis heeft heel wat meer multilaterale samenwerking mogelijk gemaakt, in Europa en internationaal.

In het bedrijfsleven vinden velen dat die multilaterale samenwerking nog altijd te kort schiet. De bedrijfswereld is al veel meer geglobaliseerd dan de politiek. In bedrijven is het dan ook makkelijker om beslissingen te nemen dan in een democratie. Daar gaat alles trager. Maar zoals de Italianen zeggen: Chi va piano, va sano e va lontano.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud