België heeft geen begrotingsmunitie om een economische recessie te lijf te gaan. Dat kan knap vervelend worden als het erom gaat spannen.

Er wordt in dit land vaak schamper gedaan over de povere kwaliteit van het bestuur in Brussel. Maar honderd dagen na de verkiezingen van 26 mei is alleen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al een nieuwe regering op de been gebracht. In Wallonië en Vlaanderen zijn de formatieonderhandelingen weliswaar bezig, maar federaal zitten ze nog in de fase van voorbereidende gesprekken.

Dat het op dat niveau niet opschiet, komt ook omdat de voorzitters van de partijen - Franstalige en Vlaamse - vooral bezig zijn met de onderhandelingen over de regionale regeringen. Dáár ligt hun prioriteit. Federaal moet maar even wachten. Het brandt nog niet, toch?

De begrotingsverbetering die ons land de voorbije jaren met een moeizame sanering realiseerde, dreigen we te grabbel te gooien.

Nee, maar het smeult wel. Volgens een nieuw rapport van het monitoringcomité, een groep van topambtenaren die de begrotingsontwikkelingen opvolgen, is ons land tegen 2024 op weg naar een globaal tekort van 14 miljard euro in de overheidsfinanciën als geen corrigerende maatregelen - besparen op sommige uitgaven, hogere of nieuwe belastingen - worden genomen.

Het gros van de saneringsinspanningen zal door de federale overheid moeten gebeuren. Want op dat niveau zit het belangrijkste tekort, én zitten de belangrijkste hefbomen om dat weg in werken: in de sociale zekerheid voor de uitgaven, in de belastingen voor de inkomsten. Een federale regering is dus nodig om te vermijden dat het begrotingstekort niet fundamenteel ontspoort.

Stap achteruit

2018 eindigde met een tekort van 0,8 procent van het bruto binnenlands product, in 2014 was dat nog bijna 3 procent. De begrotingsverbetering die ons land de voorbije jaren met een moeizame sanering realiseerde, dreigen we te grabbel te gooien. Het monitoringcomité waarschuwt dat België weer op weg is naar een tekort in de richting van 3 procent. Een stap vooruit, dan weer een stap achteruit, dat is het begrotingsbeleid op middellange termijn in ons land.

Het gros van de inspanning om een begrotingsontsporing te vermijden zal van de federale overheid moeten komen.

Je kan argumenteren dat een tekortje van enkele procenten wel acceptabel is. Dat is fout. De aanwezigheid van dat tekortje maakt dat er haast geen ruimte is om de begroting in te zetten als verdedigingswapen tegen een mogelijke economische recessie.

De Nederlandse bank ABN AMRO raamt dat in de eurozone zowat 160 miljard euro ruimte is voor een expansief begrotingsbeleid om de economische groei te ondersteunen. Dat zou nodig kunnen zijn, want het arsenaal van wapens dat de Europese Centrale Bank kan inzetten, lijkt uitgeput. Vooral Duitsland, Nederland en in iets minder mate Oostenrijk kunnen in principe aardig wat begrotingsmunitie inzetten. De bijdrage die België voor zo’n inspanning kan leveren, is beperkt, als we tenminste de door Europa opgelegde begrotingsnormen willen respecteren.

We moeten er dus op rekenen dat andere landen voor ons het karwei opknappen. Of die dat met veel enthousiasme zullen doen, valt te betwijfelen. En met het argument dat we met ons aanhoudend begrotingstekort permanent de economische groei in de eurozone onderstutten, zullen we bij hen niet moeten aankomen.

Lees verder

Tijd Connect