Advertentie

Muurvast

Er ligt geen hapklare oplossing voor Syrië op tafel. Diplomatiek zit alles muurvast door het diplomatieke zwart-witdenken. En de militaire optie dreigt uit te draaien op een spiraal van geweld.

Met een ongegeneerde genadeloosheid heeft het Syrische regime zaterdag het offensief geopend tegen Aleppo. De troepen van president Bashar al-Assad zetten de grote middelen in om de stad – het economische epicentrum van het land – opnieuw onder controle te krijgen. De inzet is groot, want als de opstandelingen van het Vrije Syrische Leger zich van Aleppo meester maken, geven ze Assads regime een fikse uppercut.

Beide kampen presenteren zich als zelfzekere tegenstanders in een steeds bloedigere arena. Een rebellenleider beloofde dat zijn manschappen Aleppo zullen omvormen tot het ‘kerkhof’ van het Syrische leger. De minister van Buitenlandse Zaken, Walid al-Moualem, schetterde op zijn beurt dat zijn trotse troepen de rebellen de pan inhakken en een einde zullen maken aan de ‘samenzwering’.

Vergis u niet, dat stoere borstgeroffel moet vooral de onzekerheid verdoezelen. Dat Assad afgelopen week in allerijl duizenden extra manschappen naar Aleppo verscheepte, illustreerde hoe hoog de inzet was. En dat de opstandelingen gisteren de internationale gemeenschap om wapens smeekten, was een signaal dat zij stilaan op hun tandvlees zitten in hun rebellie tegen Assads ‘moordmachine’.

De hamvraag dezer dagen luidt: is het eindspel ingezet? Het ietwat tsjeverige antwoord is: misschien, maar misschien ook niet. Wat wel duidelijk is, is dat de opstand in een nieuwe fase is aanbeland. Na de vreedzame betogingen (fase 1) en het sporadische gewapende verzet in de meer afgelegen gebieden (fase 2) is er nu sprake van een min of meer gecoördineerd rebellenoffensief tegen de meest strategische doelen (fase 3, dus).

Wees zuinig op het optimisme, want een in de hoek gedreven Assad is nog gevaarlijker dan in zijn doordeweekse humeur. Hij heeft in Aleppo al bewezen er niet voor terug te schrikken de grove middelen in te zetten. Gevechtshelikopters nemen onophoudelijk stellingen van de rebellen onder vuur. En naar verluidt heeft het regime busladingen vol shabiha – de gevreesde doodseskaders – naar de regio gestuurd om vakkundig terreur te zaaien.

Vergeten lijkt de hoop die twee weken geleden opflakkerde toen de rebellen van het Vrije Syrische Leger oprukten in de hoofdstad Damascus – wat eigenlijk het startschot was van die fase 3. Even leken de FSA-opstandelingen een kans te maken. Tot Assad en co kozen voor het grof geschut. Gisteren meldde minister Moualem dat het regime de controle over de hoofdstad weer helemaal heeft heroverd.

Is er dan helemaal geen uitzicht op beterschap, lees: de val van het Assad-regime? Toch wel. Het wordt steeds duidelijker dat de man zich enkel staande kan houden door bruut geweld te gebruiken. Door steeds bruter geweld te gebruiken, wat geen stevige basis is voor een regime. Nu al is te horen dat de paranoia in Damascus de samenhang in het regime verziekt. De angst voor verraad zit er diep in.

Het is trouwens oppassen met alle schijnwerpers op Assad te richten. De man is dan wel het uithangbord van het moorddadige regime, maar hij is helemaal niet de spil. Wat dan weer vragen oproept over hoe het verder moet na Assad. Aan dat postrevolutionnaire scenario wordt in de spreekwoordelijke rokerige achterkamers al flink gewerkt, wat dan weer aanleiding is voor een hele hoop gesteggel.

Bemoedigend is het optreden van de Syrische oppositie niet. Het is een ratjetoe van facties die elkaar voortdurend vliegen proberen af te vangen. En hun gewapende broeders – in hoofdzaak gedeserteerde soldaten – hebben de afgelopen tijd het gezelschap gekregen van strijders die wat rechter in de geloofsleer zijn. Syrië wordt een nieuwe magneet voor avontuurlijke jihadi’s uit pakweg Tsjetsjenië, Afghanistan of Pakistan.

Natuurlijk is het bloedvergieten in Syrië –de kaap van 20.000 doden is inmiddels overschreden – verschrikkelijk. Maar anders dan in andere landen die door een ‘Arabische Lente’ passeerden, dreigt het Syrische regime niet af te stevenen op een implosie maar op een explosie. De val van Assad zal schokgolven veroorzaken in de regio, en zeker in Libanon, Israël en Iran.

Net die regionale instabiliteit maakt het voor de internationale gemeenschap zo moeilijk om tussenbeide te komen. Een militaire actie zoals in Libië ligt bijzonder moeilijk, hoe gedreven sommige voluntaristen hun zaak ook bepleiten. Assad dreigde bijvoorbeeld deze week zijn chemische wapens in te zetten bij een buitenlands offensief. En zelfs als dat bluf is, durven weinigen het risico te nemen militair tussenbeide te komen.

Maar de diplomatie beleeft ook geen eer aan de Syrische crisis. De kwestie zit gruwelijk geblokkeerd in de Veiligheidsraad omdat Rusland en China het regime in Damascus voortdurend uit de wind zetten. Beide landen hameren op de nood aan een politieke oplossing via een dialoog tussen bewind en oppositie. Terwijl ze maar al te goed weten dat zo’n uitweg niet meer is dan een doodlopende straat. Het is alleen maar een manier om tijd te winnen.

Diplomatiek zit alles dus vast door het wit-zwartdenken tussen Oost en West. En op militair vlak blokkeert de boel omdat steeds dat beeld opdoemt van het Iraakse en Afghaanse moeras waarin de Amerikanen en hun companen het afgelopen decennium vastliepen. Samengevat: er ligt geen hapklare oplossing op tafel. En dat gebrek aan perspectief is begrijpelijk frustrerend. 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud