De PS bereidt zich voor op het einde van een tijdperk. Maar een aardverschuiving in de Belgische politiek betekent het zo goed als zeker niet.

Het is niet overdreven te stellen dat zondag het einde van een politiek tijdperk is ingeluid, toen Elio Di Rupo aankondigde dat hij geen kandidaat is om zichzelf op volgen als voorzitter van de Parti Socialiste.

Voor een doorsnee parlementslid – sinds 26 mei ligt de gemiddelde leeftijd van een Vlaamse verkozene op 44 jaar – is er zelfs nooit een tijdperk geweest zonder Di Rupo. In 1994 al was hij vice-premier. Sinds 1999 is hij partijvoorzitter van de PS, een mandaat dat hij combineerde met de leiding van de Waalse regering en alleen onderbrak om full time premier te zijn.

Dat verandert dus. In oktober hijsen de PS-militanten zo goed als zeker Paul Magnette op het schild. Het wordt een keuze die minstens het voordeel van de duidelijkheid zal hebben. De voorbije maanden zat er vaak openlijk ruis op de communicatie vanuit de PS-top. Magnette sloeg daarbij herhaaldelijk de deur naar de N-VA met een luide knal dicht, terwijl Di Rupo ze telkens weer op een klein kiertje duwde.

Ook vrijdag nog was de boodschap vanuit de PS-top troebel. Di Rupo leek eerst afscheid te nemen uit de federale politiek, waarna hij aankondigde dat hij blijft voort onderhandelen. Sinds dit weekend luidt het dat hij dat laatste doet tot de nieuwe voorzitter – Paul Magnette – aantreedt. Het wordt daarmee wel degelijk het begin van een nieuw tijdperk bij de grootste partij van Franstalig België.

Toch is het moeilijk om te zien hoe de wissel van de macht de zoektocht naar een federale regering zou veranderen. Daarvoor blijven te veel dingen nog hetzelfde. Om te beginnen is Di Rupo niet helemaal weg. Als minister-president van de Waalse regering zit hij, na de confederale verkiezingsuitslag van mei en de bijhorende federale impasse, nog altijd vrij stevig in het centrum van de macht.

Ten tweede lijkt Paul Magnette niet de man die plots compromissen gaat sluiten waar Di Rupo ze afwees. De verkiezingsuitslag blijft dezelfde, met de extreemlinkse PTB die in Wallonië 13 procent haalde en de PS van op de linkerflank opjut. En het is niet zo dat Paul Magnette betere persoonlijke banden met Vlaamse partijvoorzitters heeft dan Di Rupo.

Is de wissel dan een goede zaak? Ze zal wellicht tot iets meer stabiliteit aan de top van de PS leiden, wat niet slecht is. Vroeg of laat zullen Vlaamse partijen moeten praten met de grootste Franstalige partij, of het nu over een regering of over een nieuwe staatshervorming gaat. Dan is het goed om te weten met wie je zaken moet doen.

Maar op het eerste zicht houdt het daar ook op. Het is moeilijk te zien hoe dit de aardverschuiving zou zijn die de PS plots tot grotere federale compromissen zou bewegen.

Lees verder

Tijd Connect