De bocht naar Parijs die de Duitse bondskanselier Angela Merkel inzet, houdt gevaren in. Maar in Berlijn blijven is wellicht nog gevaarlijker.

Berlijn stond jaren bekend als de enige Europese hoofdstad zonder files. Dat werd niet zozeer geïnterpreteerd als een mobiliteitssucces, maar als een economisch falen. Bij de heropstart na de pandemie blijkt de verkeersdrukte opnieuw een interessante graadmeter van economische activiteit. In Duitsland zijn de files terug. In Frankrijk, Italië en Spanje niet.

Duitsland is op veel manieren terug. Van de 2.000 miljard euro die Europese hoofdsteden al aan staatssteun voor hun getroffen bedrijven in stelling zetten, komt de helft uit Berlijn. De Duitse werkloosheidsgraad stijgt volgens de prognoses van de Europese Commissie volgend jaar naar 4 procent, de Italiaanse naar 12. Deze schok komt asymmetrisch aan en ook het herstel dient zich zo aan.

Tegen die achtergrond heeft de Duitse bondskanselier Angela Merkel een immense politieke bocht gemaakt, waarbij ze bereid lijkt te aanvaarden dat de Europese Unie zelf geld kan lenen en het mag besteden waar de coronanoden het hoogst zijn.

Een Duits taboe is daarmee gebroken: er mag meer geld stromen van noord naar zuid. Wie het krijgt, noemt dat doorgaans solidariteit. Wie het moet betalen, noemt het een transfer. De Duitsers zien dat laatste: ‘Merkel heeft via een videoverbinding het plan met de Franse president Emmanuel Macron besproken, maar in haar hoofd is ze naar Parijs gereden', concludeerde de Frankfurter Allgemeine. 

Het DNA van de EU bestaat erin dat ze na een oorlog veiligheid bracht, waaruit welvaart kon groeien. Als dat niet lukt in deze omstandigheden, waarvoor dient de Unie dan nog?

Merkels tripje naar de Franse visie op de EU is gevaarlijk. Er bestaat zoiets als te makkelijk geld krijgen, wat in de jaren 2000 mee de Griekse bubbel deed opblazen. Het is gevaarlijk geld te lenen waarbij het niet helemaal duidelijk meer is wie er op het einde van de rit voor verantwoordelijk is.

Maar mentaal in Berlijn blijven is wellicht nog gevaarlijker geworden. Het mantra van de EU-leiders in deze crisis is dat we de anderen moeten helpen om onszelf te redden. Tot op zekere hoogte klopt het. Hoe kan Duitsland floreren als Zuid-Europa een economisch kerkhof zou worden dat zelfs geen toeristen meer kan ontvangen?

Bovendien dreigt een existentiëlere vraag. Het DNA van de EU bestaat erin dat ze na een oorlog veiligheid en rust bracht, waaruit welvaart kon groeien. Als dat niet lukt in deze omstandigheden – die met een oorlog worden vergeleken – waarvoor dient de Unie dan nog? In uitzonderlijke omstandigheden ligt het moment verscholen om uitzonderlijk ambitieus te zijn.

Uiteraard zullen de details goed moeten zitten. Op welke manier moeten de EU-landen het geleende geld via het EU-budget aflossen? Wie betaalt welk deel? Wordt de verdeelsleutel het bbp? Of speelt de mate waarin een land steun kreeg gedeeltelijk mee? Staat er genoeg verantwoordelijkheid tegenover de solidariteit? En in welke mate blijft dit eenmalig?

Het voelt niet goed aan dat de EU meer op Franse leest wordt geschoeid. Maar in deze is het nodig. En als Berlijn genoeg details mag invullen, kan het werken. 

Lees verder

Gesponsorde inhoud