Nationale Bank hoort niet thuis op de beurs

De regering suggereert voor het eerst dat een nationalisering van de Nationale Bank wellicht onvermijdelijk is. Zij geeft daarmee eindelijk toe dat een gemengd aandeelhouderschap voor een centrale bank vooral nadelen heeft en dat de Nationale Bank niet thuishoort op de beurs. De vraag is nu hoe en tegen welke voorwaarden de overheid de minderheidsaandeelhouders zal uitkopen.

Het persbureau Bloomberg zorgde vrijdag voor opschudding door aan te kondigen dat de regering van plan is de minderheidsaandeelhouders van de Nationale Bank uit te kopen. Bloomberg meldde dat Jean-Paul Servais, de kabinetschef van minister van Financiën Didier Reynders, dit had gezegd in een interview. Servais ontkende echter het bericht.

Maar snel bleek dat de regering wel degelijk een nationalisering overweegt. Luc Coene, de rechterhand van premier Guy Verhofstadt, verklaarde dat nationalisering een werkhypothese is. 'Op termijn is er niet veel andere keuze dan een nationalisering.' De federale overheid bezit de helft van de aandelen van de Nationale Bank en de rest is verspreid bij financiële instellingen, particulieren en de directie.

Reynders geeft toe dat de uitkoop van de minderheidsaandeelhouders een mogelijkheid is op middellange of lange termijn, maar geen prioriteit in de nabije toekomst. 'De hypothese dat de staat de aandelen van de particuliere aandeelhouders van de Nationale Bank zou opkopen is al bestudeerd en blijft een mogelijkheid voor de toekomst.'

Het gemengde aandeelhouderschap van de Nationale Bank en de daaruit voortvloeiende beursnotering kregen de laatste maanden veel aandacht als gevolg van de rechtszaak die Deminor lanceerde. Het juridisch bureau kreeg van 200 minderheidsaandeelhouders de opdracht een verbetering van hun juridische en financiële positie af te dwingen. Deminor zegt dat de overheid de privé-aandeelhouders discrimineert door de goud- en deviezenreserves van de Nationale Bank alleen voor zich op te eisen.

Daarom stelt Deminor de overheid voor de volgende keuze. Ofwel moet de regering de privé-aandeelhouders beter behandelen, want volgens de interpretatie van de wetgeving door het bureau hebben zij daar recht op. Ofwel moet de regering de aandelen in privé-handen opkopen tegen een correcte prijs. Deminor zegt dat een aandeel Nationale Bank 6.200 euro waard is, bijna driemaal de huidige beurskoers.

De regering en de Nationale Bank merken op dat de centrale bank een speciale onderneming is die niet kan worden vergeleken met de andere naamloze vennootschappen. Maar ze trekken daaruit niet de logische conclusie dat de Nationale Bank dan ook een andere aandeelhoudersstructuur nodig heeft. Gouverneur Guy Quaden zegt alleen dat indien de Nationale Bank vandaag zou worden opgericht, er wellicht geen privé-aandeelhouders zouden zijn.

In Europa hebben naast de Nationale Bank enkel de Griekse en Zwitserse centrale banken nog privé-aandeelhouders. Tot enkele dagen geleden onderstreepten Quaden en Reynders dat dit zo zou blijven. Maar nu suggereert Coene terecht dat een nationalisering onvermijdelijk is. Aangezien de Nationale Bank een andere doelstelling heeft dan een privé-onderneming, kan zij niet op dezelfde manier functioneren. De Nationale Bank heeft als taak prijsstabiliteit en stabiliteit van het financiële systeem na te streven. Een bedrijf daarentegen probeert zoveel mogelijk winst te boeken.

De Nationale Bank kan moeilijk beweren dat de klachten van sommige aandeelhouders over de ongelijke verdeling van de inkomsten haar verrassen. Sinds het einde van de jaren '80, toen de Nationale Bank voor het eerst goud verkocht, stelden aandeelhouders op de algemene vergaderingen vragen over de bestemming van de meerwaarde.

Sindsdien zijn de statuten van de Nationale Bank verscheidene keren aangepast, maar nooit werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de tegenstrijdigheden in de statuten te schrappen en meer duidelijkheid te scheppen. De Nationale Bank herhaalt steevast dat de Europese verdragen, de organieke wet en statuten voorrang hebben op de vennootschapswet, dat de goud- en deviezenreserves de eigendom zijn van alle Belgen en dat het inkomen van de uitgifte van bankbiljetten - de zogenaamde seigneuriage - in elk land toekomt aan de overheid.

Dit standpunt komt niet erg geloofwaardig over. Artikel 4 van de statuten van de Nationale Bank zegt letterlijk: 'Elk aandeel geeft recht op een evenredig en gelijk deel in de eigendom van het maatschappelijk vermogen en in de verdeling van de winsten.' Maar andere artikels van de statuten geven de staat bepaalde voorrechten. Men kan het Deminor moeilijk kwalijk nemen dat het op basis van artikel 4 beweert dat de privé-aandeelhouders mede-eigenaar zijn van de reserves en recht hebben op een groter deel van de winst.

Toch heeft ook de Nationale Bank een punt. Zij merkt op dat haar goud- en deviezenreserves het resultaat zijn van de goede prestaties van de Belgische economie, meer bepaald de overschotten van de lopende rekening van de betalingsbalans. Aangezien de reserves de vrucht zijn van de inspanning van alle Belgen, kan men verdedigen dat de reserves ten goede komen aan de hele bevolking. Maar deze redenering berust eerder op ethische dan op harde juridische argumenten. De rechtbank zal moeten bepalen wat het zwaarst weegt, maar het kan nog maanden of jaren duren vooraleer zij een vonnis velt.

Om aanhoudende conflicten over de Nationale Bank te vermijden, zou de federale overheid het best zo snel mogelijk de enige aandeelhouder worden en de beursnotering verdwijnen. De grote vraag is wat een eerlijke prijs is voor een aandeel Nationale Bank.

De regering staat voor een dilemma. Ofwel gaat zij in op de eis van Deminor om de privé-aandeelhouders ertoe aan te zetten te verkopen, maar dat is duur. Een bod van 6.200 euro per aandeel kost de overheid 1,24 miljard euro. Ofwel biedt de regering een prijs van iets meer dan de laatste beurskoers van 2.300 euro om de kosten te beperken. Maar dit kan tot gevolg hebben dat de privé-aandeelhouders niet verkopen en het probleem blijft bestaan. Coene liet al weten dat er geen openbaar bod komt omdat een bod de speculanten zou bevoordelen.

Erik Bomans van Deminor merkt op dat er verscheidene andere mogelijkheden zijn. Een optie is een speciale wet die de aandeelhouders verplicht te verkopen tegen een bepaalde prijs. Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens bepaalt dat de overheid dan een passende vergoeding moet betalen. Aandeelhouders die de prijs te laag vinden, kunnen naar de rechtbank stappen. Om negatieve gevolgen voor de begroting te vermijden, kan de regering de Nationale Bank vragen eigen aandelen in te kopen. Dan draait de Nationale Bank op voor de kosten. Het is ook mogelijk de aandelen om te zetten in obligaties.

Wouter VERVENNE

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud