Navelstaren

Isabel Albers, hoofdredactrice De Tijd ©Saskia Vanderstichele

De Vlaamse havens, en zeker de Antwerpse, moeten stoppen met navelstaren. Als twee honden vechten om een been, loopt Rotterdam ermee heen.

De havens van Zeebrugge en Antwerpen hebben niet bijster goed geboerd dit jaar. De trafiek in Antwerpen kromp met 2 procent, die in Zeebrugge zelfs met 7 procent. Vooral de containertrafiek baart zorgen. Uiteraard zit de economische crisis er voor iets tussen, maar ook het bestuur in termen van het eigen grote gelijk is daar niet helemaal vreemd aan.

De havens zijn een cruciale slagader voor onze economie. De Vlaamse regering beschouwt logistiek - terecht - als een van de basispijlers van onze economie en investeert dan ook navenant. In 2011 werd voor 329 miljoen euro rechtstreeks geïnvesteerd in havens, waarvan het gros in maritieme toegang. Daarnaast worden ook honderden miljoenen euro’s onrechtstreeks geïnvesteerd in de ontsluiting van de havens, en dan moet de Oosterweelverbinding nog tot stand komen. De aanleg en het onderhoud van dokken, de uitdieping,... we betalen het allemaal. Daar staat iets tegenover: de toegevoegde waarde van onze havens bedraagt jaarlijks, direct en indirect, 27 miljard euro.

Die slagader wordt bedreigd. Terwijl Rotterdam bezig is aan een indrukwekkende investering met zijn Maasvlakte 2 (onder het motto: ‘Maasvlakte 2 laat Nederland groeien’), beconcurreren Zeebrugge en Antwerpen elkaar genadeloos in containertrafiek. Op zich is concurrentie een zegen voor de markt en de consument, maar we moeten ons afvragen of de overheidsmiddelen die naar de twee havens vloeien, wel voldoende efficiënt besteed worden. Als de twee havens beter op elkaar afgestemd zijn, is een verbreding van het Schipdonkkanaal bijvoorbeeld niet per se nodig maar kan er in andere havenprojecten of in een betere spoorwegontsluiting geïnvesteerd worden.

Vooral in Antwerpen is de appetijt klein om de krachten te bundelen met het kleinere Zeebrugge. Er is dan wel een vage intentie tot samenwerking, een overkoepelende structuur komt er niet, zei topman Eddy Bruyninckx gisteren.

Dat is jammer. Antwerpen en Zeebrugge zouden samen een veel sterkere vuist kunnen maken om containerbedrijven uit de hele wereld langs hier Europa te laten binnenkomen, en niet langs Rotterdam of Hamburg.

Europese concurrentie is goed. Vlaamse concurrentie op zich ook. Maar heeft het zin dat de Antwerpse en Zeebrugse haventop apart, elk met al bij al beperkte middelen, naar pakweg Seoul vliegen om voor hun haven promotie te maken en elkaars vliegen af te vangen? De Vlaamse overheid moet kiezen voor de meest efficiënte besteding van overheidsmiddelen. In het buitenland heeft één promokanaal voor de Vlaamse havens meer kans op slagen. Ook de investeringen kunnen efficiënter gebeuren. Een soort wafelijzerpolitiek in het klein leidt nergens toe.

Dan is een verregaande samenwerking van onze havens de beste kaart die we kunnen trekken. Nederland heeft een uitgekiende havenstrategie ‘om Nederland te laten groeien’. Het is hoog tijd om dat in Vlaanderen ook te doen, en om Antwerpen geen roet in het eten te laten gooien.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud