Redacteur Politiek

Niet alles wat de Amerikaanse president Donald Trump zegt, is per definitie verkeerd. Zijn vraag dat België zijn faire deel van de NAVO-kosten betaalt, is helaas terecht.

Drie jaar nadat Barack Obama België bezocht, landt de Air Force One deze namiddag nog eens in Melsbroek, met nu de Amerikaanse president Donald Trump aan boord. De sfeer van toen staat in schril contrast met die van nu. Waar in 2014 een in Europa bijzonder populaire Nobelprijswinnaar voor de Vrede uit het vliegtuig stapte, komt nu de fel gecontesteerde ‘tweeter in chief’, die Brussel een ‘hellhole’ noemde.

President Trump roept terecht veel controverse op, maar dat betekent niet dat alles wat hij zegt per definitie verkeerd is. Een van zijn pleidooien dat wél steek houdt, is dat België eindelijk eens zijn afgesproken bijdrage aan het NAVO-budget moet betalen. Het standpunt is niet eens nieuw. Ook Barack Obama hamerde er herhaaldelijk op dat veel Europese landen niet doen wat ze in NAVO-verband hebben afgesproken. Op zijn aangeven maakten de NAVO-landen in 2014 de afspraak dat ze tegen 2024 weer 2 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) in defensie investeren.

Voor België is dat een pijnlijke vraag. Ons land trok in de jaren tachtig nog 2,5 procent van zijn bbp uit voor defensie. Dat is sindsdien met twee derde gedaald. Het is een van de symptomen van een breder verhaal: de welvaartsstaat is nooit voorbereid op de vergrijzing, maar is ook uitgebouwd ten koste van

investeringen in infrastructuur en van investeringen in veiligheid, nochtans een van de kerntaken van de staat.

Natuurlijk zou het aangenaam zijn minder geld aan defensie te besteden en er iets leukers mee te doen. Dat is wat we al decennia doen. Alleen leert een korte blik op de wereld dat defensie meer dan ooit nodig is. Rusland annexeerde drie jaar geleden de Krim en gedraagt zich militair agressiever dan ooit. En de aanslag in Manchester leert dat de strijd tegen de terreur verre van voorbij is.

Een korte blik op de wereld leert dat defensie meer dan ooit nodig is.

Of anders vertaald: door te becijferen hoeveel ziekenhuizen of scholen je kan bouwen met het budget voor een gevechtsvliegtuig mis je het punt. Een land heeft niet altijd de keuze om een van die twee te kiezen, omdat een performante volksgezondheid even nodig is als een performante defensie.

De defensiebeloftes die onder het presidentschap van Obama zijn aangegaan, plaatsen ons land voor een ongemakkelijke waarheid: we slagen er nu al niet in binnen ons budget te leven en de vele waarschuwingen van de  Europese Commissie lijken jaar na jaar minder indruk te maken.

Tegelijk zijn we niet voorbereid op de vergrijzingsuitgaven die al zijn beloofd maar waarvoor geen geld is. Daar komt bij dat we financieel kwetsbaar zijn zodra de rente weer begint te stijgen omdat onze staatsschuld te hoog is. En tot slot komt er stilaan een einde aan enkele makkelijkheidsoplossingen: besparen op investeringen en op defensie omdat niemand het meteen voelt. Dat lukt eventjes op korte termijn, maar op lange termijn wreekt het zich. Dat moment lijkt stilaan aangekomen. 

Dat onze overheid al jaren geld uitgeeft dat ze niet heeft, toont dat we niet weten wat we precies van die overheid willen, waardoor we dan maar een beleid voeren dat we niet kunnen betalen. De NAVO-discussie toont een variatie daarop: de Belgische overheid durft te weinig te zeggen dat ze soms geld moet spenderen aan dingen die niet leuk zijn, maar, helaas, wel nodig. Zoals defensie.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud